De IATA ligt onder vuur in India. Die zou volgens luchtvrachtbedrijven ‘zijn machtspositie misbruiken en de markt oneerlijk beïnvloeden’. Daar was een onderzoek naar ingesteld, maar dat was volgens de bedrijven niet uitgebreid genoeg. Een Indiase rechtbank is dat met hen eens.
De zaak begon zes jaar geleden, toen een klokkenluider misstanden naar buiten bracht. Volgens de klokkenluider moesten vrachtbedrijven veel kosten maken om aan de voorwaarden van de IATA te doen, met namen aan resolutie 801 van de IATA, dat bedrijven accrediteert om te mogen werken. De IATA zou daar te veel in gemengd hebben, vonden de bedrijven.
In 2013 startte de Indiase mededingingsautoriteiten een onderzoek naar deze verdenkingen. Die zaak werd in 2015 afgerond maar volgens de bedrijven, verenigd in Air Cargo Agents Association of India (ACAAI), was dat ongegrond. De ACAAI ging in beroep, want volgens hen had de onderzoekscommissie alle verdenkingen moeten onderzoeken. Dat was nooit gebeurd, omdat dat niet een uitdrukkelijke verzoek zou zijn geweest aan de commissie. ACAAI diende daarover hun bezwaren in.
Uitleg
De rechter achtte die bezwaren terecht. “Zonder uitdrukkelijke uitleg waarom een onderzoek niet is gestart, of gestopt, is de onderzoekscommissie verplicht alle verdenkingen te onderzoeken,” aldus een van de rechters.
De onderzoekscommissie moet dus naast een onderzoek naar “anti-concurrentie praktijken” ook een onderzoek instellen naar het mogelijke misbruik van de machtspositie van de IATA.


