ColumnLodewijkNaast het nieuws

Overhaaste Onthaasting | Column Lodewijk

Meer dan veertig jaar geleden zong Herman van Veen: “Opzij, opzij, opzij, want wij zijn haast te laat, wij hebben ongelofelijke haast…”



Zelden wijzere woorden gehoord. Haast, dat heeft tegenwoordig iedereen, zeker op vliegvelden. Zelfs als je het niet hebt. Ik doe er zelf ook aan mee. Ook als ik ruim op tijd ben, erger ik me aan treuzelaars en rijen. Menselijk? Misschien, maar ook een teken des tijds.

Vorige week zat ik weer eens in Londen te wachten totdat mijn vlucht ging. Plotseling werd er omgeroepen dat de luchtvaartmaatschappij op zoek was naar vrijwilligers om de volgende vlucht te nemen, vanwege overboekingen.

En opeens dacht ik: waarom ook niet? Zen! Mindfulness! Onthaasting! Als ik thuiskwam zou er niemand zijn die op mijn wachtte, want vrouwlief was met de kinderen een weekendje naar opa en oma. Geen afspraken, geen plannen, kortom: ik had, besefte ik, geen haast.

De airline zou bovendien zorgen voor een goed hotel en gratis eten en drinken, en mij enkele honderden euro´s compensatie aanbieden. Tel uit je winst. Dus ik naar de balie.

“Thank you very much, sir!” zei de grondstewardess verrast. En we hadden een deal. Nog geen tien minuten later was mijn ticket omgewisseld en zou ik de ochtendvlucht van de volgende dag nemen. Ik hoefde alleen nog maar even een compensatieformuliertje op internet in te vullen en naar de customer service in de vertrekhal om een hotel te boeken. Fluitje van een cent. Bovendien – had ik dat al gezegd? – had ik helemaal geen haast.

Ik wandelde dus op mijn gemak met mijn rolkoffer naar de servicedesk, me amuserend om die druk doende mensen om mij heen, maar dat was niet waar ik wezen moest. Eerst moest ik voorbij security. Ach ja, natuurlijk. Dus werd ik begeleid en ging ik voor het eerst van mijn leven langs de douane voor ´Goods to declare´, waar de veiligheidscontrole trouwens minimaal was. En toen kwam ik bij de klantenservice.

Ik keek. Ik schrok. Er stond een rij van minstens dertig personen vóór mij, want wat was het geval? Er was een vlucht naar Genève uitgevallen, dus zo´n honderdvijftig andere passagiers moesten óók in hotels worden ondergebracht. Ik vervoegde me dus in de rij, en zei nogmaals tegen mezelf dat ik geen haast had.

Mensen om mij heen hadden dat overigens wel: een vrouw achter me moest naar een begrafenis, een stel voor me juist naar een bruiloft. Opzij, opzij, opzij… Ik voelde me bijna schuldig dat ik óók ik de rij stond – ik, vrijwilliger, zorgeloos, en zonder spoortje stress, behalve… behalve dat het nu allemaal toch wel erg lang begon te duren.

Ik merkte dat ik me begon te ergeren aan de traagheid van de baliemedewerkers (waarom waren er trouwens maar twee?), maar ook aan het geklaag van de gedupeerde passagiers, die vast niet allemaal naar een begrafenis of een bruiloft moesten, en aan hun lompheid, hun korte lontjes, en hun algehele onbeleefdheid. Bovendien probeerde de vrouw achter me nu toch echt voor te dringen. Ik liet haar maar. Ik had immers geen… nou ja, enfin.

Maar na anderhalf uur centimeter voor centimeter opschuiven, voortdurend gezeur, gejengel en gejammer aanhoren en een steeds grotere behoefte om naar de wc te gaan (te ver weg, te onhandig) was mijn Zen-houding wel zo´n beetje verdwenen. Ik was er klaar mee en vond mijn beslissing om te willen onthaasten inmiddels behoorlijk… overhaast.

Eindelijk was ik aan de beurt. Ik werd nota bene geholpen door een Nederlander, die mij inderdaad in een goed (klinkend) hotel zette en een taxi voor me regelde (want het hotel was, gek genoeg, toch nog verder dan gedacht). Ik naar buiten. Het was inmiddels donker.

Geen taxi. Ook na twintig minuten wachten nog niet. En opeens realiseerde ik me dat ik helemaal niets had gekregen van de Nederlandse baliemedewerker: niets! Geen boekingsbevestiging, geen telefoonnummer van de taxichauffeur, geen formulier waarmee ik mijn compensatie kon claimen, geen diner-bon. Ik had geen poot om op te staan! Ik stond daar in het donker op een parkeerplaats buiten Londen met helemaal drie keer niets. Als Ralph Inbar nog had geleefd, zou hij nu tevoorschijn gekomen zijn.

Maar daar was dan toch de taxi. Een vriendelijke, buitengewoon correcte Indiër, die gewoon een verkeerd tijdstip had doorgekregen. Ik vertelde hem mijn verhaal. Hij lachte hartelijk. En dat brak de ban. Ik ontspande. Waar had ik me druk over gemaakt? Dit was onthaasting! Eindelijk!

De hele rit praatten we over koetjes, voetbal en de lotto. Toen de gewetensvraag: zou ik het nog eens doen? Ik aarzelde even. Toen antwoordde ik: “Een andere keer misschien…”

Tags

Gerelateerde artikelen

Lodewijk Oudshoorn

Columnist. Lodewijk Oudshoorn werkt bij een internationale financiële instelling. Hij is frequent flyer bij loyaliteitsprogramma’s van KLM, Emirates en British Airways. Vanaf Schiphol vliegt hij wekelijks naar diverse bestemmingen in Europa en Azië.