AirlinesCO2DuurzaamheidEditors choiceFrequente reizigerNaast het nieuwsSchiphol AirportToekomst NL luchtvaart

Kan de trein korte vluchten vervangen?

Vliegen staat onder druk. De milieuproblemen nemen toe, het klimaat verandert en de fossiele brandstoffen raken op. In het actieplan Slim en Duurzaam van oktober 2018 heeft de luchtvaartsector een CO₂ reductie van 35% voorgesteld die moet worden gehaald in 2030. Een van de zeven thema’s van Slim en Duurzaam is ‘modal substitution’, het vervangen van het vliegtuig door duurzame alternatieven zoals de internationale trein. Up in the Sky sprak met de 22-jarige Jeroen Dekker uit Apeldoorn. Hij is onlangs afgestudeerd aan de Hogeschool van Amsterdam (Aviation Academy) en deed uitgebreid onderzoek op dit gebied.

Opleiding

Dekker kwam van kinds af aan op vliegveld Teuge en is sinds zijn eerste vliegreis verknocht geraakt aan de luchtvaart. Na zijn havodiploma was de studie Aviation aan de Hogeschool van Amsterdam dan ook een logische stap. Binnen de opleiding koos hij voor de operationele kant van de luchtvaart met logistiek als specialisatie. Dekker vertelt over enkele hoogtepunten van zijn studie: “Tijdens mijn meewerkstage heb ik een marketingonderzoek gedaan voor Cruise Travel, een reisbureau voor cruises, om een nieuw product in de markt te zetten. Vervolgens heb ik als minor Cross Cultural Business Skills gevolgd, om meer kennis op te doen over het handelen met het buitenland. Mijn studie heb ik afgesloten met een afstudeerstage aan het Aviation Sustainability Atelier van de Hogeschool van Amsterdam.” 

Reikwijdte

Het Sustainability Atelier kwam met het idee om de haalbaarheid van het actieplan Slim en Duurzaam te onderzoeken. Dekker koos daaruit het thema modal substitution, omdat hij daarbij zijn twee passies, vliegtuigen en treinen, kon combineren. Hij onderzocht welke grote Europese steden binnen een reikwijdte van 700 kilometer van de Nederlandse luchthavens in aanmerking komen voor vervanging door treinen. Dekker keek daarbij naar de afstand, reistijd, ticketprijs, comfort, marktaandeel en het aantal frequenties voor beide modaliteiten. Op basis van de resultaten heeft hij onderzocht of mensen bereid zijn om de trein te nemen in plaats van het vliegtuig. Aan de hand daarvan zijn berekeningen gemaakt hoeveel vluchten er moeten worden gesubstitueerd om het doel uit Slim en Duurzaam te behalen en of dat überhaupt wel mogelijk is. 

Competitie

Dekker ontdekte tijdens zijn onderzoek een paar opvallende zaken: “Eigenlijk is de trein gemiddeld gezien altijd goedkoper dan het vliegtuig tot een afstand van 700 kilometer. Kanttekening daarbij is wel dat Ryanair niet vliegt op de onderzochte steden vanuit Nederland. Maar de internationale trein is bijvoorbeeld goedkoper dan KLM, Lufthansa, Transavia en British Airways. Daarnaast vind ik het marktaandeel trein/vliegtuig opvallend voor Londen, Frankfurt en Parijs. Daar is de trein sneller dan het vliegtuig, maar het merendeel neemt nog steeds het vliegtuig. Het omgekeerde is van toepassing op Berlijn, waar je vliegend minimaal twee uur eerder bent dan per trein en toch het merendeel voor de trein kiest. Ik heb uitgezocht wanneer er een voorkeur is voor de trein en wanneer voor het vliegtuig. Daaruit komt naar voren dat tot een afstand van 300 kilometer de trein de voorkeur heeft. Tussen 300 en 650 kilometer is er een competitie tussen de trein en het vliegtuig. Vanaf 650 kilometer heeft het vliegtuig de voorkeur.”

Infrastructuur

Volgens Dekker is modal substitution mogelijk voor Düsseldorf en Brussel omdat de treinverbindingen dusdanig goed zijn dat het sneller is de trein te nemen. Voor London, Berlijn, Hamburg, Hannover, Bremen, Parijs, Frankfurt, Birmingham en Stuttgart is slechts een gedeeltelijke substitutie mogelijk. Dit komt omdat de infrastructuur van het spoor (nog) niet toereikend is of de vluchten een dusdanige rol binnen het netwerk van KLM hebben dat het moeilijk is om deze te substitueren. Modal substitution is alleen mogelijk wanneer KLM of andere maatschappijen met de vluchten stoppen. De overheid kan namelijk niet de vluchten verbieden.

Paradox

Om de CO₂ uitstoot te verminderen lijkt het stoppen met korte vluchten een voor de hand liggende conclusie, maar schijn bedriegt. “Tijdens het sustainability symposium van de Aviation Academy van begin juni ben ik anders gaan denken over de eindconclusie. Ik had in eerste instantie niet nagedacht over de eventuele gevolgen van modal substitution. Maar door een discussie te houden over mijn onderwerp ben ik erachter gekomen dat groei van Schiphol Airport en CO₂ reductie door middel van substitutie moeilijk samengaan. Wanneer korte vluchten worden gesubstitueerd worden deze slots op Schiphol ingenomen door langere vluchten, die weer meer CO₂ uitstoten. De eindconclusie van mijn onderzoek bevat dus eigenlijk een paradox: het is het beste om de korte vluchten te houden”, aldus Dekker.  

Impact

De begeleidende docenten waren enthousiast over de vernieuwende benadering, onderbouwing en resultaten van het onderzoek. Nu zijn studie is afgerond wil Jeroen Dekker het liefst bij een airline of op een airport werken, bijvoorbeeld als planner van vluchten of gates. Hij geeft aan dat hij zich door zijn onderzoek meer bewust is geworden van de impact van het vliegen op het milieu. Dekker: ”Een retourvlucht van Amsterdam naar Bremen stoot evenveel CO₂ uit als een huishouden van vier personen in één jaar. Denk dus goed na wanneer je een vlucht neemt, of misschien de trein een betere oplossing is. Ook qua reistijd is dit vaak sneller.”

Jeroen Dekker
Tags

Remco de Wit

Redacteur / fotograaf. Remco is jurist, communicatie-adviseur en luchtvaartfotograaf. Hij volgt de ontwikkelingen in de luchtvaart op de voet en legt ze graag op foto vast. Bovendien levert Remco ook tekst-bijdragen voor Up in the Sky.

Gerelateerde artikelen

Back to top button