NieuwsProfessionalVeiligheid

Onderzoek: na MH17 zijn er maatregelen genomen

Na de ramp met de MH17 zijn er maatregelen genomen. Luchtvaartmaatschappijen gaan wereldwijd bewuster om met de risico’s van het vliegen over conflictgebieden. Dat blijkt uit het rapport ‘Vliegen over conflictgebieden – opvolging aanbevelingen MH17 Crash’, dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid vandaag heeft gepubliceerd.

Onderzoek

De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft zowel onderzoek gedaan naar de oorzaak van de crash als naar de vraag waarom het toestel over een conflictgebied vloog. In zijn eindrapport heeft de Onderzoeksraad in oktober 2015 elf aanbevelingen gedaan om de risico’s wereldwijd zo goed mogelijk te beheersen. In het vandaag gepubliceerde onderzoek gaat de Raad in op de vraag welke veranderingen de betrokken partijen hebben doorgevoerd sinds de crash van vlucht MH17.

Handboeken

Sinds de crash van vlucht MH17 is het onderwerp opgenomen in de internationaal geldende standaarden en aanbevolen werkwijzen van luchtvaartorganisaties als ICAO en IATA. Er zijn handboeken gepubliceerd, die specifiek aandacht besteden aan het overvliegen van conflictgebieden. Ook is er meer en vaak betere informatie beschikbaar over conflictgebieden, die staten en luchtvaartmaatschappijen mee kunnen nemen in hun risicobeoordeling, luidt het onderzoeksrapport.

Maatregelen

Uit het rapport blijkt dat er diverse maatregelen zijn genomen. Luchtvaartmaatschappijen en staten gaan er niet meer op voorhand vanuit dat een opengesteld luchtruim boven een conflictgebied ook veilig is. Luchtvaartmaatschappijen analyseren op meer gestructureerde wijze de risico’s en onzekerheden, waarbij eerder tot een hogere inschaling van de risico’s wordt gekomen. Sommige luchtvaartmaatschappijen geven aan eerder te besluiten om niet over een bepaald gebied te vliegen als daar geen duidelijke informatie over beschikbaar is.

Informatie delen

Ook zijn er vorderingen gemaakt met het delen van dreigingsinformatie. Zo organiseert de Europese Commissie bijeenkomsten met vertegenwoordigers van de EU-lidstaten en relevante EU-instellingen om op basis van gebundelde inlichtingeninformatie te analyseren welke risico’s er zijn bij het overvliegen van bepaalde gebieden. De tijdens dat overleg als ‘hoog’ geclassificeerde risicogebieden, worden opgenomen in een door EASA gepubliceerd ‘Conflict Zone Information Bulletin’ die wereldwijd toegankelijk zijn voor luchtvaartmaatschappijen en passagiers. Door middel van ‘Rapid Alerts’ kan op een snelle manier informatie gedeeld worden over plotseling escalerende situaties.

Nederland

In Nederland is een speciale overeenkomst opgesteld voor de uitwisseling van dreigingsinformatie tussen de Nederlandse overheid en Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Er zijn bijeenkomsten voor het bespreken van niet-openbare dreigingsinformatie. Hierdoor is een netwerk is ontstaan zodat ook in het geval van acute gevallen snel informatie kan worden uitgewisseld. Verder kunnen de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen met specifieke vragen terecht bij een hiervoor ingericht loket van de Nederlandse inlichtingendiensten.

Aandachtspunten

Volgens de Onderzoeksraad zijn er de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om tot betere beheersing te komen van de risico’s die gepaard gaan met het vliegen over conflictgebieden. Wel zijn er volgens het onderzoek nog aandachtspunten voor staten en maatschappijen. Het blijkt dat de afgelopen jaren nog nauwelijks iets veranderd is in het luchtruimbeheer door staten die te maken hebben met een gewapend conflict op hun grondgebied. Verder hebben luchtvaartmaatschappijen behoefte aan informatie met meer diepgang om een goede risicobeoordeling te kunnen maken. Ook informatie over plotseling escalerende en/of nieuwe conflicten blijft een aandachtspunt. Hiervoor is de bereidheid en het vertrouwen om elkaar actief te informeren over (mogelijke) dreigingen essentieel. Dat is niet overal ter wereld vanzelfsprekend, aldus de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

EASA

Eerder deze week werd bekend dat D66 wil dat luchtvaartmaatschappijen niet langer zelf kunnen beslissen of ze wel of niet over een oorlogsgebied vliegen. In plaats daarvan moet EASA de bevoegdheid krijgen om risicovol luchtruim te verbieden voor alle Europese luchtvaartmaatschappijen, net als de Federal Aviation Administration doet voor Amerikaanse maatschappijen.

Spanningen

Vanwege de oplopende spanningen in Iran hebben veel landen en luchtvaartmaatschappijen besloten niet langer over Iran en Irak te vliegen. De FAA sloot dat luchtruim en dat van de Perzische Golf en de Golf van Oman voor alle Amerikaanse maatschappijen. Onder andere Transavia en KLM besloten om niet meer over Iran en Irak te vliegen. Ukraine International Airlines vliegt niet meer naar Iran, na de crash waarbij 176 mensen om het leven kwamen. Ook Lufthansa en Austrian vliegen niet meer naar Teheran.

Tags

Redactie

Frequent flyer, luchtvaartprofessional en liefhebber; alles wat je weten wil, je vindt het op Up in the Sky - het luchtvaartnieuws & meer

Gerelateerde artikelen

Back to top button