fbpx
AchtergrondEditors choiceHistorische LuchtvaartLongreadNaast het nieuwsVliegtuigen

Het Spook van Fokker: de F-26, visie in ontwikkeling

Als de Tweede Wereldoorlog haar einde nadert, wordt er bij de Fokker-fabrieken, die grotendeels in puin lagen, al driftig nagedacht over hoe men in de naoorlogse periode weer een marktaandeel in de verkeersluchtvaart zou kunnen krijgen.

Hierbij kwamen vragen op tafel als: hoeveel passagiers? Wat voor constructie? Over welke afstand? Wat voor aandrijving? De prijskwestie werd nog even in het midden gelaten omdat er geen informatie beschikbaar was over zaken als materiaalkosten, brandstof, ontwikkelingskosten of bouwtijd. Een en ander mondde uit in een studieproject dat de F-26 ‘Phantom’ (spook/geest) ging heten.

Het ontwerp is tot stand gekomen door samenwerking tussen Fokker, de KLM en het Nationaal Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NVI). Het ontwerpwerk leidde tot een model van de F-26, dat werd ten toon gesteld op de eerste naoorlogse luchtvaartbeurs, de Paris Air Show in november 1946. Het model trok veel belangstelling, maar er werden geen bestellingen binnengehaald: het was immers nog steeds een studie.

Het zag er veelbelovend uit: een geheel metalen constructie, een neuswielonderstel, twee straalmotoren onder de romp zeventien passagiers en drie bemanningsleden. En dat in 1946! Als men met de huidige blik naar dit ontwerp kijkt, is de keuze van de motor-locatie verbazend: de herrie in de cockpit moet overweldigend zijn geweest.  Dit ontwerpproject bracht Nederland destijds in de voorste gelederen van de vliegtuigontwikkeling.

Hoofd van het ontwerpteam was Ir. Marinus Beeling, die ook in de vooroorlogse jaren diverse Fokkers had ontworpen.  Bij Fokker wist men toen nog niet dat men bij DeHavilland in Engeland al een stuk verder was en de DH-106 ‘Comet’ op stapel stond, een ambitieus en prestigieus project, dat zou leiden tot het eerste straal verkeersvliegtuig ter wereld. Hierbij passeren we gemakshalve even een aantal interessante experimenten bij onder andere Avro Canada, die in 1949 met haar C-102 Jetliner op het nippertje de tweede ter wereld werd, echter is de Jetliner nooit in productie gegaan.

Straalmotoren

De F-26 werd voortgestuwd door twee Rolls-Royce RB 41 ‘Nene’ straalmotoren met een stuwkracht van 23 kN elk. Destijds de krachtigse motor die beschikbaar was. Deze motoren moesten het toestel een kruissnelheid geven van 800 km/uur en een vliegbereik van 1000 km. Ter vergelijking de Douglas DC-3, het werkpaard van de civiele luchtvaart in die tijd had een kruissnelheid van 330 km/uur en een vliegbereik van 2400 km. Dit geringe vliegbereik van de F-26 had te maken met de enorme brandstofbehoefte van de straalturbines.

De verdere ontwikkeling van de F-26 werd geremd door de houding van KLM. KLM-directeur Plesman vond het ontwerp, de marketing en de productie van een straal verkeersvliegtuig een te grote opgave voor Fokker alleen. Hij drong er daarom bij Fokker op aan, een samenwerking met de Britse fabrikant de Havilland op te zetten. Hoewel er enige contacten en overleggen plaatsvonden, voornamelijk op het gebied van motorgerelateerde kwesties, is er nooit een gezamenlijke inspanning geleverd om straalvliegtuigen te produceren. Dat is begrijpelijk omdat De Havilland aan haar eigen project werkte en liever geen concurrentie van de Nederlanders zag komen.  Fokker zag de KLM als belangrijkste afnemer, zoals ze dat ook voor de oorlog was geweest. De visie dat men wereldwijd zou kunnen verkopen, zoals later bij de F-27 Friendship zou gebeuren, moest toen nog uit kristalliseren.

Te vroeg

Hoewel het bij de F-26 niet verder kwam dan de fabricage van enkele onderdelen, hielpen het windtunnelonderzoek en de marktverkenning wel bij de ontwikkeling van de DeHavilland DH-106 Comet, de Avro Canada C-102 Jetliner en ook bij de latere Fokker F.27 Friendship. Dat de F-26 nooit in productie is genomen was verder te wijten aan het feit dat men in de civiele luchtvaart nog niet toe was aan een straalvliegtuig, verder de te verwachten brandstofkosten, relatieve onbekendheid met levensduur en onderhoud van straalmotoren en een markt die overspoeld werd met goedkope transportvliegtuigen uit de oorlogstijd.

Uiteindelijk toonde de Fokker F-26 Phantom niet alleen het doorzettingsvermogen en de vasthoudendheid van de vliegtuigfabriek Fokker, maar ook de geest van Nederland om uit de as van de Tweede Wereldoorlog te herrijzen om in het naoorlogse tijdperk verder te gaan met het ontwikkelen van een nieuwe generatie vliegtuigen.

Deze bijdrage is in oktober 2020 vanuit Canada voor Up in the Sky geschreven door Evert Schaap.

Up in the Sky wil meer unieke en langere artikelen publiceren. Klik hier als u ook geïnteresseerd bent om zo nu en dan een bijdrage te schrijven.

Bestel een Aviationtag van de PH-BFF, een voormalige KLM B747!

Ondersteun Up in the Sky in haar missie om meer unieke content te maken en haal dit stukje Nederlandse luchtvaartgeschiedenis in huis. Na 27 jaar over de hele wereld te hebben gezworven ging de PH-BFF in 2017 met pensioen. Het machtige toestel werd uiteindelijk in 2018 gerecycled op voormalige Vliegbasis Twente.

Redactie

Frequent flyer, luchtvaartprofessional en liefhebber; alles wat je weten wil, je vindt het op Up in the Sky - het luchtvaartnieuws & meer

Gerelateerde artikelen

Back to top button