fbpx
AchtergrondAirlinesEditors choiceFlight ReportsKLMLongreadNaast het nieuwsSchiphol AirportTravelVliegvelden

‘Retourtje Kaapstad’: het verhaal van de gestrande reiziger

Het jaar 2020 stond in het teken van de Covid-19 pandemie. Dat geldt zeker voor de burgerluchtvaart. Je zou bijna vergeten dat we een jaar geleden zorgeloos het vliegtuig namen. Inmiddels moert je je vooraf afvragen of de bestemming niet oranje is of rood.

Maar wat als de bestemming oranje of rood wordt tijdens je verblijf? En het luchtruim wordt gesloten? In de eerste maanden van 2020 overkwam dat velen. Dit artikel beschrijft hoe een zorgeloos verblijf in Zuid-Afrika door de Covid-19 uitbraak leidde tot verplicht nablijven en eindigde met repatriëring door onze nationale (of moet ik zeggen noodlijdende) trots: de KLM.   

Verblijf verstoord 

Ver voor de COVID-19 was ontdekt, waren we voor langere tijd neergestreken in Zuid-Afrika. Begin 2020 kwamen ook daar berichten over een grootschalige virusinfectie in het nieuws. Aanvankelijk gebracht als een probleem in China en van wintersporters in Europa. Maar de Zuid-Afrikaanse autoriteiten sloten uit voorzorg toch de luchthavens voor vluchten vanuit China. Ironisch genoeg bereikten de eerste besmettingen Zuid-Afrika (in maart) via wintersporters die terugkeerden uit Italië. Uiteindelijk sloten de autoriteiten het luchtruim stapsgewijs helemaal af en werd onze terugvlucht geannuleerd.

Blijven of niet blijven, dat is de kwestie 

Zo zaten we een maand voor onze geplande terugvlucht ineens in een land met een negatief reisadvies en zonder mogelijkheid tot terugkeer. Niet als enigen overigens. De media berichtten over duizenden gestrande reizigers, sommigen noodgedwongen in dure accommodatie en niet in staat terug aan het werk te kunnen. Wij telden onze zegeningen; voordelige huisvesting en het werk kon ook nog wel even wachten. De berichtgeving over Nederland klonk zorgelijk. In Zuid-Afrika was (nog) weinig aan de hand. Het land reageerde beheerst op basis van ruime ervaring met epidemieën. Blijven leek een optie. 

Op internet wemelde het intussen van de luchtvaartmaatschappijen die bestemmingen meldden waarop niet meer werd gevlogen. Daaronder ook Zuid-Afrika. Het vliegverkeer lag er voor onbepaalde tijd stil. Het Nederlandse consulaat kondigde aan dat ook de KLM ermee ophield, en mailde nog een lijstje met vooralsnog de laatste KLM-vluchten.  Na ampel overleg toch geboekt voor vrijdagavond met KLM vanaf Johannesburg. En een van de laatste binnenlandse vluchten om tijdig op JNB te zijn. Goed geregeld. Dachten we.

In lock down 

Een dag later stortte het reisplan in duigen. De Zuid-Afrikaanse President Ramaphosa kondigde aan dat het land op slot ging. Iedereen kreeg zogezegd huisarrest; alleen voor boodschappen en medische noodzaak mocht je de deur uit, met mondkapjes, met anderhalve meter afstand, enzovoort. De krijgsmacht zou de politie gaan assisteren bij de handhaving. De maatregelen werden van kracht met ingang van vrijdag, onze vertrekdag. KLM annuleerde per omgaande de terugvlucht. 

Blijven was geen optie meer, maar een feit. De dagorder van de Zuid-Afrikaanse krijgsmacht, die me werd toegespeeld, meldde dat de lockdown voor drie weken was afgekondigd, maar dat het leger zich moest voorbereiden op een inzet van drie maanden. Zo lang wilden we niet blijven, maar welke keus hadden we?  Dit was misschien het moment om ons te registreren bij Bijzonderebijstandbuitenland[1], dat zich zou richten op hulp aan gestrande reizigers. We hadden weliswaar twee vluchten naar Nederland tegoed – van Swiss en van KLM – maar zelf organiseren was op dit moment kansloos. 

Het leven in lockdown wende intussen snel. Dat je geen keus had, droeg daar zeker aan bij. Het openbare leven viel stil. Het enige verkeer op straat waren de patrouillewagens van de politie. Het dagelijkse verzetje was aanschuiven in de rij voor de supermarkt. Soms werd daar gelachen als mensen elkaar herkenden achter een zelf geknutseld mondmasker (echte mondkapjes waren schaars). Voedsel was er voldoende. Maar verkoop van drank en tabakswaren was verboden. De manager van de supermarkt had met enige humor de acht meter wijnrekken gevuld met pakken WC-papier.

In beweging 

We hadden ons al enige tijd met de situatie verzoend toen ‘s middags de telefoon ging. Het Consulaat aan de lijn; of we overmorgen met een repatriëringvlucht mee wilden. Dat moesten we dan nú even zeggen. En of we dan zelf ons vervoer naar Kaapstad wilden regelen. Een beetje kort dag. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat mijn koffer grotendeels ingepakt was en dat ik een vriend al had gepolst over wegbrengen naar de luchthaven. Ik kon dus vrij snel bevestigen dat we mee wilden. 

Vervolgens startte een proces dat zo soepel overkwam, dat je dacht dat ze op het Consulaat niet anders deden dan honderden Nederlanders vanuit alle uithoeken van Zuid-Afrika op een vliegtuigstoel dirigeren. Het digitale pakket documenten dat binnen een dag per email arriveerde – bij ons en pakweg 300 anderen – bevatte alles wat nodig was. De vluchtbevestiging, tickets en incheckbevestiging. Maar ook een reisinstructie met noodnummers, een eigen App, een gezondheidsverklaring en misschien het allerbelangrijkste – vrijgeleides.

Voor ons allen om op de ontmoetingsplek te komen en voor onze wegbrenger en zijn voertuig ook eentje voor de terugreis. Zuid-Afrika was immers in lockdown. Niemand mocht zonder noodzaak op straat. En er werd gehandhaafd. De vrijgeleides bleken geen overbodige luxe. Het eerste deel van de nachtelijke autorit zagen we niemand, maar dichterbij Kaapstad waren de snelwegen degelijk afgegrendeld. Bij ieder road block werd 100% van de passanten gecontroleerd. Onze vrijgeleides zorgden voor minimaal oponthoud.

© Bert Zegger

Het Consulaat aan zet 

Op het verzamelpunt, het Groen Punt voetbalstadion, drong pas goed door wat voor een operatie hier was opgezet. ‘s Ochtends om 05:00 uur stonden er al honderden mensen en de toestroom hield niet op. Er bleken die dag repatriëringsvluchten van meerdere landen te vertrekken. De medewerkers van ons Consulaat-Generaal begeleidden de drommen Nederlanders efficiënt de catacomben van het stadion in. Geduld was een nuttige eigenschap – iedere passagier werd geregistreerd, de gezondheidsverklaring gecheckt en de temperatuur opgemeten. Wachten en dan in groepjes van 20 in een touringcar over verlaten snelwegen naar de bijna lege vertrekhal van CPT. In de rij om de koffers in te checken. Op anderhalve meter en met mondkapjes. Een beetje onwennig, net als de wandeling naar de gate op een totaal lege luchthaven.  Na verloop van tijd schoof uiteindelijk een toestel in bekende blauwe kleur naar de slurf; de PH-BQA Albert Plesman. Alsof de eerste president-directeur van de KLM ons persoonlijk kwam halen. Zou het toeval zijn? Wie het weet mag het zeggen.

De lucht in

Bij het aan boord gaan was bij iedereen een zekere euforie te bespeuren; nu gaan we naar huis! De euforie was overigens gauw verdwenen toen duidelijk werd dat het lunchpakketje dat op iedere stoel lag, zo ongeveer het enige was dat verstrekt zou worden tijdens de reis. Contact met personeel moest immers minimaal zijn. Ook met mondkapjes op.

Mij viel op dat sinds onze aankomst bij het stadion voortdurend was gehamerd op het anderhalve meter afstand houden. In de touringcars waren we zorgvuldig diagonaal uit elkaar gezet. Maar het KLM-toestel werden tot de laatste stoel gevuld. En zo kozen we schouder-aan-schouder het luchtruim. 

In zijn praatje wees de gezagvoerder op het uitzonderlijke karakter van de reis; een vlucht onder corona-restricties, dat wil zeggen met minimale service, mondkapjesplicht en zoveel mogelijk op je stoel blijven zitten. Het cabinepersoneel bestond uit vrijwilligers, die zich eigener beweging voor deze repatriëringsvlucht hadden aangemeld. Dit leidde tot goedkeurend gemompel en een enkel voorzichtig applausje. Dat was het goede nieuws.

© Bert Zegger

Naar Nederland 

Het slechte nieuws was dat we vlogen via Rëunion. Waar een KLM-vlucht CPT-AMS formeel elf en een halfuur duurt, zouden wij bijgevolg 19 uur en 45 minuten onderweg zijn. Onder corona-restricties. Op Réunion moest de crew gewisseld worden. Door het gesloten Zuid-Afrikaanse luchtruim kon er immers op CPT geen nieuwe crew klaarstaan. Of het cabinepersoneel dat in RUN aan boord was gekomen ook geheel uit vrijwilligers bestond werd niet gemeld. Afgemeten aan de vreugeloze bediening in ons gangpad, leek dat niet het geval.

De beste remedie om met dergelijke decepties om te gaan is je ogen sluiten, wegdommelen achter je mondmasker en zorgen dat je pas in de buurt van Nederland weer wakker wordt. Aldus geschiedde. Uiteindelijk landden we ruim voor op schema op Schiphol. Een luchthaven zonder verkeer; niets in de lucht, niemand op de pier, een enkele Marechaussee bij de grenscontrole (die gauw een collega opriep) en welgeteld een bagageband in gebruik, die voor ons.  

Wij zijn op alle uren van de dag en nacht wel op Schiphol geweest, maar leegte tijdens die vroege ochtendwandeling naar het Schiphol-treinstation was ongekend. Datzelfde gold ook voor de paar treinen die vanaf Schiphol vertrokken; met alleen maar passagiers uit dat ene toestel. We waren het midden van het land al ruim gepasseerd toen we afscheid namen van de enkele lotgenoten – want dat waren we geworden – die ook de lange tocht hadden gemaakt.

© Bert Zegger

Gerelateerde artikelen

Back to top button