fbpx
AchtergrondLongreadMilitairNaast het nieuws

Terugblik: dertig jaar na ‘Bommen op Bagdad’ | Longread

Dertig jaar geleden, op 17 januari 1991, begonnen de luchtaanvallen op Irak. Operatie ‘Desert Storm’ was de reactie op de Iraakse inval in Koeweit, een half jaar eerder. Wat maakte deze luchtoorlog zo bijzonder en welke toestellen speelden een belangrijke rol?

Op 2 augustus 1990 vielen de Iraakse troepen van dictator Saddam Hoessein het buurland Koeweit binnen. Binnen twee dagen had Irak het land ingenomen en verklaarde Hoessein Koeweit tot een Iraakse provincie. De inname was de uitkomst van een al langer slepend conflict. Irak meende een historische claim te hebben op Koeweit, bovendien had Irak grote schulden aan Koeweit na de Iraaks-Iraanse oorlog.

Ultimatum

De inval door Irak leidde tot scherpe veroordeling door de Verenigde Naties. Diverse resoluties werden aangenomen door de Veiligheidsraad, er kwamen economische sancties tegen Irak en er werd een ultimatum gesteld. VN-resolutie 678 eiste dat Irak zich vóór 15 januari 1991 uit Koeweit zou terugtrekken. Gebeurde dat niet, dan kon militair geweld niet worden uitgesloten om Irak tot terugtrekking te dwingen.

Saoedische luchtmacht Tornado IDS, gefotografeerd op een Britse vliegshow in 1995 © Leonard van den Broek

Coalitie

In de maanden na de Iraakse invasie van Koeweit, werd een brede coalitie gevormd onder leiding van de Verenigde Staten. De meeste Arabische landen steunden deze coalitie of werkten actief mee. De Verenigde Staten, Canada, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië droegen bij door militaire toestellen te stationeren in Bahrein en Saoedi-Arabië. De Saoedische luchtmacht zelf stelde niet alleen vliegbases beschikbaar, maar nam ook actief deel met gevechtsvliegtuigen. Nederland heeft wel overwogen om F-16’s te sturen, maar uiteindelijk bleef het bij marineschepen, uitgerust met Lynx helikopters.

Bombardementen

Na het verstrijken van de deadline op 15 januari, bleef het aanvankelijk rustig. In de vroege ochtend van 17 januari 1991 (plaatselijke tijd) begonnen de luchtaanvallen op Irak. Tomahawk kruisraketten, afgevuurd vanaf Amerikaanse marineschepen, vielen strategische doelen aan in Bagdad. Apache gevechtshelikopters vielen Iraakse radarstellingen aan, net over de grens met Saoedi-Arabië. Amerikaanse, Britse, Franse en Saoedische gevechtsvliegtuigen begonnen met bombardementen op Iraakse vliegvelden, commandocentra en luchtverdedigingsradar.

USAF F-117A Nighthawk. De ‘stealth bommenwerper’ werd wereldberoemd door het opvallende uiterlijk en de succesvolle inzet tijdens Desert Storm © Leonard van den Broek

Stealth

Eén van de vliegtuigtypen die onlosmakelijk met het begin van Desert Storm zijn verbonden, is de F-117A Nighthawk. Dit ‘stealth’ gevechtsvliegtuig wierp weliswaar niet de eerste bommen op Irak, maar wel de eerste bommen op het zwaar verdedigde Bagdad. Met lasergeleide wapens werden onder meer commando- en communicatiecentra aangevallen. Door het coördinatiecentrum van de luchtverdediging in Bagdad aan te vallen, werd de luchtafweer meteen een stuk minder effectief. In totaal vlogen de F-117’s meer dan 1200 gevechtsmissies boven Irak en wierpen de toestellen meer dan 2000 bommen af. Hoewel de toestellen vrijwel onzichtbaar zijn voor radar, werden ze toch veel beschoten door luchtafweer. De Irakezen schoten vaak ‘blind’ op de stealths, maar geen enkele keer werden de toestellen geraakt.

Deze B-52G is één van de zeven toestellen die deelnam aan de eerste aanval op Irak © Leonard van den Broek

Nauwkeurig

De F-117 was één van de modernste toestellen die tijdens Desert Storm werd ingezet, de B-52 één van de oudste. Zeven B-52G bommenwerpers namen deel aan de eerste aanvallen op Irak, met kruisraketten in plaats van ‘gewone’ bommen. De toestellen stegen op vanaf de vliegbasis Barksdale in de Verenigde Staten, voor een missie van recordlengte (35 uur, 14.000 kilometer). Elke bommenwerper had vijf of zes raketten aan boord, waarmee acht doelen (elektriciteitscentrales en een telefooncentrale) werden aangevallen. Omdat voor het eerst GPS werd gebruikt voor de aansturing van kruisraketten, durfde Amerika het niet aan om het dichtbevolkte Bagdad aan te vallen. De vrees bleek onterecht, want de wapens bleken bijzonder nauwkeurig. In de weken die volgden, werden B-52’s nog veelvuldig ingezet voor bombardementsvluchten.

Tornado GR.4 ‘Pinky’, kreeg 25 jaar na Desert Storm opnieuw ‘desert pink’ woestijncamouflage © Leonard van den Broek

Oorlogsbuit

Groot-Brittannië en Frankrijk waren de twee landen die naast Amerika, de grootste bijdrage leverden aan de luchtoorlog tegen Irak. De Royal Air Force nam met de Tornado GR.1 deel aan de eerste aanvallen op doelen in Irak. Vliegend op lage hoogte, waren ze extra kwetsbaar voor het Iraakse luchtafweergeschut. Verschillende Britse Tornado’s werden neergeschoten, in de eerste week zelfs vijf. Gevangengenomen RAF-piloten werden op de Iraakse televisie getoond als ‘oorlogsbuit’.

RAF Buccaneer in een jubileum-kleurenschema van 208 squadron. Deze Buccaneer nam nooit deel aan Desert Storm, maar heeft wel een ECM pod onder de vleugel in woestijnkleuren © Leonard van den Broek

Oudjes

Naast de moderne Tornado, zette de Royal Air Force ook veel ‘oudgedienden’ in. Enkele dagen na het begin van Desert Storm, werd besloten dat de RAF twaalf Buccaneer bommenwerpers alsnog zou inzetten. Binnen 72 uur waren de eerste zes toestellen onderweg naar het Midden-Oosten, overgeschilderd in ‘desert pink’ en wel. Na een week voorbereiding in Bahrein, vlogen de Buccaneers begin februari 1991 hun eerste operationele missies. Niet als bommenwerper, maar als ‘doelaanwijzer’. Met een Pave Spike laserpod werden doelen gemarkeerd voor de lasergeleide bommen van de Tornado’s. Een ander ‘oudje’ was de Victor, van oorsprong een strategische bommenwerper en tijdgenoot van de B-52. De laatste jaren van zijn carrière sleet de Victor echter als tankvliegtuig. Acht Victor K.2 tankers werden naar Bahrein gestuurd, om onder meer de RAF Tornado’s, Jaguars en Buccaneers in de lucht bij te tanken.

A-10A 77-0255 ‘Camel Jockey’, tentoongesteld op NAS New Orleans JRB in 1999 © Leonard van den Broek

Robuust

De A-10 werd net als de F-16, in grote aantallen ingezet. Tussen augustus 1990 en begin januari 1991 werden meer dan 200 A-10’s gestationeerd op bases in Saoedi-Arabië. Het toestel werd ontworpen tijdens de Koude Oorlog om Russische tanks aan te vallen. Het bleek zeer effectief, niet alleen tegen Iraakse tanks maar ook veel andere gronddoelen. Dat het een bijzonder robuust vliegtuig was, bewijst A-10 ‘Camel Jockey’ van het 706e Tactical Fighter Squadron. Het vliegtuig werd geraakt door luchtafweergeschut, maar de piloot wist het vliegtuig met moeite terug te vliegen naar de thuisbasis. Na de landing bleek dat er meer dan 370 gaten in het toestel waren geschoten!

Deze Franse Jaguar kon ondanks schade door Iraakse luchtafweer terugkeren op de thuisbasis in Saoedi-Arabië © Lucien Blok

Bijdrage

De Franse luchtmacht bijdrage aan operatie Desert Storm kreeg de naam ‘Opération Daguet’. Jaguar A aanvalstoestellen, Mirage 2000 jachtvliegtuigen en Mirage F.1CR aanvals/verkenningstoestellen namen vanaf het begin van de aanvallen op Irak deel. Daarnaast stuurde Frankrijk onder meer Puma en Gazelle helikopters en KC-135FR tankvliegtuigen. Op 17 januari 1991 werd een Jaguar A (A91/11-YG) door een SA-7 luchtafweerraket zo zwaar beschadigd, dat reparatie niet meer mogelijk was. Het toestel is later naar Frankrijk overgebracht en staat nu tentoongesteld in het museum van Le Bourget.

Op 27 januari 1991 schoot deze F-15C Eagle (84-0027) een Iraakse MiG-23 én Mirage F.1 neer. De Iraakse vlaggetjes staan symbool voor deze ‘air to air kills’ © Leonard van den Broek

Verliezen

De Verenigde Staten en overige coalitiepartners verloren gezamenlijk ongeveer 75 toestellen, waarvan iets meer dan de helft door gevechtshandelingen. De meeste daarvan zijn geraakt door luchtafweer, één Amerikaanse F/A-18 Hornet werd neergeschoten door een Iraakse MiG. De Iraakse luchtmacht verloor tijdens Desert Storm ongeveer 250 toestellen. Daarnaast werden tientallen vliegtuigen op de grond vernietigd en vluchtten meer dan honderd piloten met hun toestellen naar buurland Iran. Zeker veertig Iraakse toestellen zijn in een luchtgevecht neergeschoten, waarvan de meeste door Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. Een Iraakse Bell214ST helikopter viel in handen van Amerikaanse mariniers en is als ‘oorlogsbuit’ mee teruggegaan naar Amerika. De helikopter belandde uiteindelijk in een museum.

Iraakse Bell 214ST, in het museum op MCAS El Toro in 1997 © Leonard van den Broek

Grondoorlog

Op 24 februari 1991, vijfenhalve week na het begin van de luchtaanvallen, gingen grondtroepen de grens over en begon de bevrijding van Koeweit. Op 28 februari, honderd uur na het begin van het grondoffensief, kwam het al tot een staakt-het-vuren. Koeweit was bevrijd van de Iraakse bezetting. Het militaire conflict tussen het westen en Irak zou nog voortsluimeren, tot aan de invasie van Irak door Amerika in 2003.

Veel toestellen die deelnamen aan Desert Storm werden overgeschilderd en kregen ‘mission markings’. Een aantal voorbeelden daarvan staan hieronder:

Voor dit artikel werd gebruikt gemaakt van ‘Gulf Air War Debrief’ (Aerospace Publishing, 1991), ‘Air War in the Gulf 1991’ (Osprey Publishing 2001) en diverse online bronnen.

Bestel nu een uniek custom made raampaneel!

Dit unieke raampaneel uit een Boeing 737-BBJ kun je naar eigen smaak laten bewerken.

Leonard van den Broek

Redacteur / fotograaf. Leonard groeide op in Eindhoven, waar zijn interesse voor de luchtvaart werd gewekt door het vliegverkeer rond 'Welschap'. De afgelopen jaren bezocht Leonard talloze vliegbases in binnen- en buitenland.

Gerelateerde artikelen

Back to top button