fbpx
AnalyseLongreadNaast het nieuwsNieuwsVeiligheid

Hoe werkt het landen met een ILS? | Longread

ILS, ofwel Instrument Landing System, is een radionavigatiesysteem dat de piloten helpt met de verticale en horizontale plek van het vliegtuig ten opzichte van de baan. Maar hoe werkt dit systeem en waarom is het zo succesvol?

ILS

Het Instrument Landing System is een radionavigatiesysteem op de grond dat piloten een laterale en verticale begeleiding geeft naar de landingsbaan tijdens de nadering in IMC (Instrument Metrological Conditions).

Om een ILS-nadering te vliegen, moet het vliegtuig uitgerust zijn met een adequate ILS-ontvanger om de opgevangen signalen weer te geven op de cockpit instrumenten. Daarnaast heb je de benodigde ILS-kaart nodig met belangrijke gegevens zoals ILS-frequentie en identificatiecode, ILS-inbound-koers en glijhoek, gegeven minimum daalhoogtes of hoogtes afhankelijk van de ILS-categorie, en last but not least de ‘go around’ procedure.

Localizer

De zogenaamde “localizer” is een groep atennes die zich aan het einde van de start- en landingsbaan bevindt en in het algemeen is opgebouwd uit verschillende paren antennes. Zij zenden radiosignalen uit in de horizontale as van de start- en landingsbaan. Naast deze signalen zendt het vliegveld ook nog een ILS Facility Identification Code. De ILS-frequenties liggen dicht bij elkaar (tussen 108 en 112 MHz met stapjes van 50kHz tussen frequenties) dit kan ertoe leiden dat je de ILS-frequentie te pakken hebt van een ander vliegveld. Daarom zendt elk vliegveld zijn eigen morse code uit ter bevestiging op Schiphol is dit: SPL (••• •–• •-••) echter wordt deze vorm van bevestiging niet/nauwelijks meer gebruikt.

© Raimond Spekking / CC BY-SA 4.0 (via Wikimedia Commons)

Glideslope

De glideslope is de antenne naast de touchdone zone van de baan. Deze antenne geeft aan of je op het goeie glijpad zit t.ov. de baan meestal is dit een drie graden glijpad maar ook dit kan verschillen per vliegveld zo heeft het vliegveld van London City een glijpad van maar liefst 5,5 graden.

©Eric Phelps, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons

Jean Victor Kerecz Arruda, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

Op het plaatje is de Primary Flight Display (PFD) te zien. Bovenaan zie je drie blokjes in het groen (actief) MCP SPD (gekozen snelheid op het MCP), VOR/LOC (de localizer is actief en geintercept). Onderaan zie je een horizontaal roze diamantje deze geeft aan of je te ver naar links (diamantje rechts) of rechts zit (diamantje links). Ook zie je G/S (Glideslope is geintercept en actief). Dit kan je zien aan een roze diamantje bij de hoogte meter. Deze geeft aan of je te hoog (diamantje onder de horizon) of te laag zit (diamantje boven de horizon). Dit houdt in dat het vliegtuig de ILS heeft opgepakt en dus mee zakt met het drie graden glijpad richting de baan. Ook zie je onder de G/S in het wit (gearmd) FLARE staan. Dit houdt in dat het vliegtuig in staat is om een autoland te maken.

Onder dit balkje zie je ook DME staan, dit geeft de afstand tot een VOR of de baan aan. Op dit moment is de DME 0.4 ofwel 2500 voet. Rechtsonder zie je ook BARO staan. Dit is de minimale hoogte dat je de baanverlichting moet zien anders wordt de landing afgebroken en wordt er uitgeweken of het wordt opnieuw geprobeerd. De minimums verschillen per ILS-categorie.

DME

DME ofwel Distance Measuring Equipment geeft een relatieve afstand van het vliegtuig tot de baan. DME kan ook aan een VOR worden gekoppeld en daarmee krijg je de afstand tot een VOR. Vroeger werden marker beacons gebruikt om de afstand tot de baan te bepalen. Op zeven NM zit de “Outer marker”. Dit signaal geeft twee lange tonen en gaat meestal samen met een blauw lampje in de cockpit. De “Middle marker” 3500 voet van de baan. Zijn afwisselend korte en lange tonen deze tonen gaan samen met een geel lampje. De “Inner marker” 1000 voet van de baan, het signaal geeft twee korte tonen en gaat samen met een wit lampje. Tegenwoordig wordt de DME gebruikt i.p.v. de marker beacons. Het voordeel van de DME is dat het op het vliegveld staat en het gekoppeld kan worden aan de ILS.

©Jonny Cooke

Verschillende ILS-categorieën

CAT I, is een ILS nadering met goed zicht. Hierbij is de beslissingshoogte (minimale hoogte dat je de baanverlichting in zicht moet hebben) 200 voet. Ook mag het zicht niet minder zijn dan 800 meter. Als de baan uitgerust is met centerline verlichting dan mag deze afstand ook 550 meter zijn.

CAT II, ILS nadering met een beslissingshoogte van 100 voet. Het horizontale zicht mag niet minder zijn dan 300 meter volgens JAR-OPS, en volgens de ICAO mag dit niet minder zijn dan 350 meter.

CAT III, deze catergorie kan je onderverdelen in drie sub categorieën.
CAT III A: minimale hoogte is 50 voet en horizontaal zicht niet minder dan 200 meter.
CAT III B: minimale hoogte tussen de 0 en 50 voet. Horizontaal zicht niet minder dan 75 meter.
CAT III C: Deze categorie heeft geen minimum zicht regels. Maar moet volledig op de autopilot gevlogen worden (Autoland)

SIA, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Rood: Is de ILS frequentie van de baan in MHz.
Groen: Glijpad van de ILS (drie graden).
Blauw: De ILS Categorie met de bijbehorende DA (decision altitude)

Poll: welk KLM-vliegtuig wordt het meeste gemist?

Redactie

Frequent flyer, luchtvaartprofessional en liefhebber; alles wat je weten wil, je vindt het op Up in the Sky - het luchtvaartnieuws & meer

Gerelateerde artikelen

Back to top button