fbpx
AirlinesColumnColumn JanEditors choiceHistorische LuchtvaartKLMNaast het nieuwsNL NieuwsSchiphol AirportVliegtuigenVliegvelden

Heimwee (nou ja..): Vertrekhal Schiphol | Column Jan

Het voordeel van ouder worden is dat je steeds verder terug kunt kijken. In mijn geval tot de witte begrafenis van koningin Wilhelmina. Toch heb ik niet veel herinnering aan vliegtuigen uit die tijd. De eerste echte was die aan Julia, een vriendin van mijn zus, die met het vliegtuig uit Engeland kwam naar Rotterdam. Dat was dan ook meteen een heel raar vliegtuig met een grote bult voorop, waaruit een auto kwam rijden. Een soort 747 in zakformaat. Heette ook nog Carvair. Ik bleef gebiologeerd staan wachten tot er ook treinen uit kwamen rijden, want dat had ik vlak daarvoor gezien op een pont tussen Denemarken en Zweden. Er kwam niets.

Pas jaren later, toen ik een boek kreeg van mijn F-16-vliegende zwager dat simpelweg “Vliegen” heette, kwam de belangstelling weer terug. Vooral de hoofdstukken over hoe een vliegtuig vliegt vond ik wonderbaarlijk. Voor het eerst las ik dat vliegtuigen een soort van opgetrokken worden door de lucht. Fascinerend.

Sluimerend bleef de belangstelling bestaan, met af en toe een bezoekje aan de startbanen bij Schiphol. DC-8-en, DC-9’s en Tristars, dat soort spul. Opeens was ik grondsteward. Zomaar uit het niets.

Veel collega’s met dubbele namen in die tijd. En als zij trouwden hadden ze er vier. Freules, gravinnen, Haagse tuttenbellen, Baarnse deernes, Tunonnetjes, jolige jongens: van alles wat. En dat vermengd met een hoog Meiland-gehalte. Iedereen was vrolijk.

Als je ging vliegen moest je bellen met een reisbureau of rechtstreeks met de maatschappij. Je kreeg een geschreven ticket met allemaal rode doordrukvelletjes en stapte op de KLM-bus van Den Haag naar Schiphol. Een trein was er niet. Inchecken moest aan balies onder een groot, lawaaiig Alreso-klapperbord waar gemakkelijk alle bestemmingen op pasten.

Om achter die balies te komen moest je over een wiebelige bagageband kruipen, om vervolgens je nylons open te halen aan een bagagelabeltrommel, een soort grote wasmachinetrommel met allemaal losse vakjes, waar alle bestemmingen van de wereld inzaten en die je gegarandeerd je nagels kostte. Je stootte je knieën tegen de printer die half verzonken in een stoffig meubel stak. Het toetsenbord zat vast, de balie was laag en de reikwijdte ver. Als je de passagier wilde uitleggen waar de gate was moest je opstaan. Het beeldscherm was van Rathyon met van die felle groene letters en cijfers. Goed voor een stel lasogen en stralingsziekte, na een dag werken.

Die labeltrommel was gevaarlijk: er zaten labels in met “LOS” erop. Als beginneling hing je die labels aan de bagage voor Los Angeles. Volstrekt logisch. Althans, dat dacht je. Dat vervolgens die bagage op een vlucht naar donker Afrika verdween om de eerste weken niet meer terug te keren, was een ‘minor detail’. Ook “ARN” en “ANR” waren verwarrend, al was de schade minder groot. Alhoewel de gesmokkelde diamanten, bestemd voor Antwerpen, natuurlijk niets te zoeken hadden in Stockholm, dat in jargon overigens Arnemuiden wordt genoemd.

Onze klant kreeg, na het overhandigen van het ticket en het opzoeken van de naam een rode of groene instapkaart aangereikt voor respectievelijk de First class of de Economy. “Wenscht u te rooken aan boord?” was een standaardvraag. Business en Tourist bestonden nog niet, laat staan Economy Comfort. In die instapkaart werd de vluchtcoupon gestopt, die met de klant meeging naar de gate, om er daar weer uitgevist en geteld te worden. Na een paar honderd van die couponnetjes had je steevast rode fikken. Alleen garagezeep deed dan wonderen.

Fraude handelde je direct aan de balie af. Spouse-fares waren erg gewild. Immers: manlief betaalde ƒ734 voor een retourtje Londen (dat waren nog eens bedragen!) en mevrouw mocht voor de helft mee. Alleen mevrouw was vaak niet mevrouw, maar mejuffrouw. Een dertig jaar jongere uitvoering van Gertrude die thuis sherry zat te nippen en van niets wist. We vroegen paspoorten ter verificatie en dan begon het liegen, smoezen en bedriegen, bedreigen en onredelijk worden.

We stuurden de klanten door naar het Ticket Office, waar de klant de keus kreeg: of het bedrijf werd gebeld dat de tickets betaald had, of er werd een nieuw ticket gekocht en het spouse-ticket weggegooid. Menig zakenman was dan nog eens 734 gulden kwijt aan een nieuw ticket en kon met de 367 van het andere ticket niets meer. De gentleman zeurde niet en betaalde, de sul gaf de secretaresse een goedkoop economy-ticket, waarop zij soms beledigd de benen nam en de bruut liet haar staan en ging alleen. En gratis toneel voor ons.

Overbagage innen moest hier ook en was een dingetje. Je betaalde 1% van het first-classtarief. Dat tarief werd voor heel veel bestemmingen verzonnen, omdat er helemaal geen first classvluchten waren. Daarom betaalde je ruim 11 gulden per kilo naar Londen. Daar koop je nu bijna een ticket van…We hielden wel een beetje marge aan. Een kilo overbagage mocht, 2 kilo was ook nog OK, 3 Kilo als je vriendelijk benaderd werd, 4 kilo als er een lekker ding voor je balie stond en 5 kilo als oma naar een begrafenis moest. Op sommige bestemmingen waren er opvallend veel begrafenissen.

Na minstens drie koffiepauzes van 20 minuten en een lunchpauze van 45 min werd je een half uur voor einde dienst van de balie gehaald. Tijd om naar huis te gaan. Op naar je auto die vlak voor het stationsgebouw stond. Daar waar nu het WTC staat. Je mopperde al als je ‘helemaal’ naar het Hilton moest lopen. Zeker in de winter. Moet je nu eens kijken..

Scherpe labeltrommels, wiebelbanden, klapperborden, ratelprinters, lange pauzes, laat beginnen en vroeg naar huis, voor de deur parkeren. Niets meer van over. Tegenwoordig helpt het internet de efficiency geweldig op te stuwen. Want zeg nu zelf; toen ‘deden’ we in de vertrekhal een paar duizend  passagiers per dag. In 2019 waren dat er meer dan 20.000 en nu zitten we tijdelijk op zo’n 3000. Dat laatste vonden we vroeger al goed voor een flinke dosis stress. Nu zijn het gewaardeerde, maar slaapverwekkende aantallen.

Op naar de gate!

Jan Morren

Jan Morren

Columnist. Jan heeft decennialange ervaring in de luchtvaart en werkt al meer dan 37 jaar bij KLM, sinds 2009 als Duty Manager Operations. Naast zijn activiteiten bij KLM publiceert Jan regelmatig columns op Up en zijn LinkedIn-pagina.

Gerelateerde artikelen

Back to top button