fbpx
AchtergrondAirlinesColumnColumn JanEditors choiceHistorische LuchtvaartKLMLongreadNaast het nieuwsSchiphol AirportVliegtuigenVliegvelden

Heimwee (nou ja..), deel 2: passagiers op Schiphol | Column Jan

MOR1M1F5C1I3/60LAXM/N. Zo begon, zo’n 40 jaar geleden, elke entry in het Westinghousescherm dat de oude Rathyon vervangen had. Het was de entry om een passagier in te checken in het Codeco-systeem, nadat je eerst het vluchtnummer had opgehaald. En die entry werd elke dag honderden keren herhaald. De kans op fouten was, gezien de lengte ervan, behoorlijk groot en aangezien je niets kon veranderen, moest je steeds weer opnieuw beginnen.

Vooral dat N-netje op het eind  was belangrijk, want dat bepaalde of de passagier wilde roken of niet. Niet dat dat nu zoveel uitmaakte aan boord, want iedereen zat gezellig in de Ritmeester- of Belindawalm van de klasse ervoor. Het was nu eenmaal niet zo dat alle rokers achterin bij elkaar zaten en alle niet-rokers voorin. In de 747 waren rij 1-4 First class en op rij 4 mocht je roken. Dan zat je op rij 8, in de Businessclass, (5 t/m 7 bestonden niet) weer naar adem te snakken. Dit t/m rij 10, waarbij er weer enkele rijen roken volgden die ophielden bij 17.

Even een zijstap: rij 13 bestaat nooit bij KLM, voor zover u dat nog niet wist. Restantje triskaidekafobie.

Weer een stukje niet-roken en vanaf rij 21 t/m 23 weer roken. Dan nog een keer door de inmiddels toeristenklasse, die begon bij rij 29 en dan niet roken was tot rij 54. Het laatste stuk was dan weer roken t/m rij 68. En dan kan ik het hele verhaal nog eens ophangen, maar dan voor alle vluchten die geen ‘8’ in hun vluchtnummer hadden, want dan kwamen er niet-rokenrijen bij en gingen er dus rokenrijen af. Conclusie: in het verre oosten rookten ze meer. We vlogen met 747-200 en 747-300-vliegtuigen die een volstrekt andere stoelnummering hadden. Op zich niet erg, maar bij een wissel door bijvoorbeeld technische uitval, moest iedereen weer een ander stoelnummer krijgen.

Volgt U het nog? Nou, ik niet. Man, wat een onlogica!

Het gevolg van al die losse compartimenten was dat de technische dienst na zowat elke vlucht ‘roken’ of ‘niet-roken’-stickertjes moest omplakken. En dat luchtfilters aanmerkelijk vaker vervangen moesten worden dan nu. Zat je op zo’n ‘wisselstoel’ dan rook alles om je heen alsnog naar gerookte makreel. Vooral fijn als je uit Scheveningen kwam. Of Urk of Volendam: ik wil niemand beledigen. “Dat stukje thuisgevoel als je zo in den vreemde aan boord van onze blauwe vogel stapt…” Je hoort die kreet nog steeds.

Stoelen reserveren kon nog niet echt. Wij bepaalden welke passagiers een “A”-status kregen om zo bijvoorbeeld groepen bij elkaar te laten zitten. Die status was garantie voor een (betere) stoel. Ook rolstoelgebruikers, analfabeten, hondenbezitters, VIPs, Koeriers en paardenbegeleiders kregen alvast een plaats. Net als iedereen die een speciale maaltijd besteld had en iedereen boven de 70, of onder de 18, als je alleen reisde. Al die plaatsen op alle vluchten werden voorbereid in een aparte afdeling, het PVD, waar je met 10 man en een markeerstift die stoelen in het vliegtuig in zat te plannen voor de volgende dag. Onnodig te zeggen dat na die best wel arrogante manier van stoelen toewijzen, het voor de ‘normale’ passagier vrijwel onmogelijk was om de stoel van zijn/haar keuze te krijgen bij de check-in. Laat staan als een ‘standaardfamilie’ van 4 aan de balie kwam en bij elkaar wilde zitten in het niet-roken.

De PH-BUA komt aan op Schiphol © Verhoeff, Bert / Anefo, CC BY-SA 3.0 NL, via Wikimedia Commons

Ja, dahág, had je maar eerder moeten komen! Een veel gebezigd, maar volstrekt oneigenlijke argument. Hele volksstammen dachten door vroeg op Schiphol te komen nog enige kans op een gezellige reis te hebben. Dat lag even anders.

Gevolg was dat mevrouw op stoel 44E (middenstoel van 4) terechtkwam, mijnheer met astma moest roken op 68E, naast de toiletingang en de kinderen van 6 en 8 naast een enge heks moesten zitten op 56DE. Met beenruimte gelukkig. Dat dan weer wel. Gegarandeerd herrie aan de  balie, dus. Argumenten als “We hebben 6 maanden geleden al geboekt”, waren volstrekt irrelevant. Er was namelijk wél een stoel geboekt, maar géén stoelnummer.  We kregen het de passagiers niet aan het verstand. In arren moede riepen we soms: “Probeert u maar aan boord te ruilen!” Daarmee de cabinecrew met een wanhopige stoelendans opzadelend.

Zo, passagiers weg, volgende aan de beurt.

Soms mocht je zitten bij de speciale vluchten. Dat waren in die tijd charters naar Tenerife of naar de Leipziger Messe. Of bij de Turkse en Marokkaanse vluchten, waar speciale bagageafspraken voor golden. Er mocht dan meer bagage mee en daar werd gretig gebruik van gemaakt. Dozen waar je niet overheen kon kijken zo groot, koelkasten, motorblokken, 25 kilo knoflook in een baal, van die blauwe visveilingvaatjes die steevast van de bagageband afrolden, geruite plastic tassen en nog veel meer. Dit waren leuke afhandelingen, er werd gehandeld en gedeald om onder overbagage uit te komen, iedereen kende elkaar en er waren familiebijeenkomsten omdat één familielid op reis ging. Het was net één grote markt. De passagiers liepen 1 op 8. 1 passagier, 8 wegbrengers en een propvolle vertrekhal.

Naast al die speciale passagiers hadden we ook nog Ummen en IJpen. Verbasteringen van “Unaccompanied Minors” en “Young Passengers”. Ook die kregen vooraf die A-status en dus een stoel. Voor die, soms hele jonge, reiziger was een club met grondsteward(essen) beschikbaar, die hen overnam van de ouders en wegbracht door de douane naar de “Junior Jet Lounge”. Daar konden ze spelen, slapen en soms eten, totdat de vlucht vertrok. We vroegen in de hal aan de servicecollega’s: “Of ze die IJp even weg konden brengen”.  Daar kwam vaak ruzie uit voort omdat de ouders dachten dat we blèrden: “Of we die lijp effe weg konden brengen”. En dat pikten ze niet! Tsja, jargon hè.

Tegenwoordig zijn bijna alle acties die we vroeger moesten doen bij de passagier zelf neergelegd. Stoelnummers zelf reserveren? Geen probleem. Roken? Doei! Stickers plakken en al die andere tijd- en energievretende zaken? Allemaal verbannen.

Toen hadden we wel het idee dat we meer voor de klant konden doen. Maar we bepaalden ook best veel waarvan onze klant nu denkt: “Joh, waar bemoei je je mee!” “Dat bepaal ik toch zeker lekker zelf wel!”

De goede oude tijd. Soms is het maar goed dat-ie oud is.

Jan Morren

Dit verhaal is een vervolg op ‘Heimwee (nou ja..), deel 1: Vertrekhal Schiphol.

Jan Morren

Columnist. Jan heeft decennialange ervaring in de luchtvaart en werkt al meer dan 37 jaar bij KLM, sinds 2009 als Duty Manager Operations. Naast zijn activiteiten bij KLM publiceert Jan regelmatig columns op Up en zijn LinkedIn-pagina.

Gerelateerde artikelen

Back to top button