fbpx
AchtergrondAnalyseEditors choiceIncidentenKLMLVNLNaast het nieuwsPiloten en CrewVeiligheidVliegtuigen

Wat gebeurt er als een vliegtuig een onverwachte landing wil maken?

Een Boeing 777 van KLM week zaterdag uit naar Mallorca om ‘operationele redenen’, waarschijnlijk een technisch mankement. Welke procedures volgen piloten en de luchtverkeersleiding eigenlijk bij zo’n ongeplande landing?

Om te beginnen is er een onderscheid tussen een noodlanding en een voorzorgslanding. Voor beide situaties gelden namelijk ietwat verschillende procedures.

Bij een noodlanding is er direct gevaar. Daarmee wordt bijvoorbeeld gedoeld op brand aan boord, maar het kan ook zijn dat het vliegtuig een ernstig technisch probleem heeft. Een voorbeeld van zo’n probleem is een motor die uitgevallen is. In zo’n situatie geeft de gezagvoerder het welbekende ‘Mayday-signaal’ af en is assistentie vereist.

Daarnaast kan het ook voorkomen dat een vliegtuig een voorzorgslanding moet maken. Dan is de situatie aan boord minder ernstig en urgent dan bij een noodlanding, maar moet het alsnog een vliegveld vinden om een landing te maken. Hier gaat het bijvoorbeeld om een passagier die zich misdraagt, maar het kan ook een technisch probleem zijn zoals een storing in de motor of een verminderde cabinedruk. In zo’n geval doet de gezagvoerder een ‘Pan-pan-oproep’.

Procedure gezagvoerder en luchtverkeersleiding

Bij een noodlanding zendt de gezagvoerder het ‘Mayday-signaal’ uit. Bovendien voert hij de zogeheten ‘Squawk 7700’. Dit is een noodcode die naar de luchtverkeersleiding gestuurd wordt. Op dat moment zien ze op de grond op de radarschermen dat een vliegtuig in een gevaarlijke situatie verkeert.

De luchtverkeersleiding handelt in zo’n situatie volgens het ASSIST-principe. Dit staat voor acknowledge, separate, silence, inform, support en time. Die eerste is in dit geval dus de melding vanuit het toestel. Vervolgens komt ‘separate’. Dit betekent dat het desbetreffende vliegtuig voorrang krijgt ten koste van al het andere vliegverkeer. Daarnaast wordt de communicatie tussen de luchtverkeersleiding en de gezagvoerder enorm beperkt (silence), zodat de gezagvoerder bijna geen niet-noodzakelijke berichten binnenkrijgt en dus vol kan focussen op de handelingen van de landing.

Vervolgens wordt de verkeerstoren van het vliegveld waar de noodlanding gemaakt gaat worden geïnformeerd over het vliegtuig in nood en geeft daarbij de genomen maatregelen door aan de piloten (inform). Bij ‘support’ probeert de verkeersleiding zoveel mogelijk te voldoen aan verzoeken van de gezagvoerder. Hierbij moet men denken aan het verkrijgen van weerberichten en informatie over de hoogte. Tot slot staat ‘time’ voor dat de luchtverkeersleiding zoveel mogelijk tijd aan de gezagvoerder geeft om de problemen aan boord af te handelen. 

Daarentegen geldt bij een voorzorgslanding weer een ietwat andere procedure. Zodra de luchtverkeersleiding de Pan-pan-oproep van de gezagvoerder binnenkrijgt, begeleidt de luchtverkeersleiding het vliegtuig richting het vliegveld waar de voorzorgslanding plaatsvindt. De gezagvoerder geeft de voorkeur voor het vliegveld waar hij wil landen. De vlieger mag namelijk kiezen waar hij het vliegtuig wil laten landen, want hij weet welke luchthaven het meest geschikt is voor dát type toestel. De gezagvoerder is tijdens de voorzorgslanding verantwoordelijk voor het toestel en de landing; de luchtverkeersleiding zal tijdens deze procedure ervoor zorgen dat de afstand tussen de vliegtuigen groot genoeg blijft. Er komt immers plotseling een vliegtuig ongepland tussen.

Landing kan niet overal

Zodra er problemen aan boord zijn, moet er zo snel mogelijk een tussenlanding plaatsvinden op het dichtstbijzijnde vliegveld. Tóch is het niet vanzelfsprekend dat een toestel zomaar ergens kan landen.

De voorkeur van de luchthaven is namelijk erg afhankelijk van het vliegtuigtype, het gewicht van het toestel en de oorzaak. Stel, een Airbus A380 komt in de problemen, dan zal de gezagvoerder van dit vliegtuig een ander vliegveld kiezen om een tussenlanding te maken, dan de gezagvoerder van een A319. De grootte en het gewicht van de A380 verschillen namelijk nogal van die van de A319.

Kortom, voor een nood- en een tussenlanding gelden andere procedures, maar moeten de gezagvoerders van het vliegtuig in nood wel een vliegveld kiezen dat het desbetreffende vliegtuig kan faciliteren.

Sander Lamers

Redacteur. Toen Sander zeven jaar was vloog hij voor het eerst met zijn familie naar Griekenland. Sindsdien is hij helemaal verknocht aan de luchtvaart. Regelmatig spot Sander vliegtuigen op Schiphol en maakt hij veel foto's van vliegtuigen en vliegvelden als hij op vakantie gaat.

Gerelateerde artikelen

Back to top button