fbpx
AchtergrondAirlinesEditors choiceHistorische LuchtvaartKLMNaast het nieuwsVliegtuigen

Albert Plesman en de Skymasters van KLM

Gedurende de laatste oorlogsjaren was het KLM-directeur Albert Plesman verboden zich in en om Den Haag te bevinden. Hij bewoonde in die jaren een zomerhuisje in de buurtschap Driene, nabij Enschede.

Hier smeedde hij de plannen voor de naoorlogse KLM. Plaatsvervangend directeur Hans Martin bezocht hem talloze malen in Driene en gezamenlijk schetsten ze de structuur voor een luchtvaartmaatschappij die zou kunnen wedijveren met de grote maatschappijen in Engeland en Frankrijk. Noodzaak was natuurlijk de beschikking over vliegtuigen! Men voorzag dat er na de oorlog een groot overschot zou ontstaan aan militaire transportvliegtuigen. De vraag was hoe die te bemachtigen: Nederland noch de KLM beschikte over de benodigde deviezen voor de aankoop van dergelijke machines. Plesman had zijn oog laten vallen op de militaire versie van de Douglas DC-4, bij de Amerikaanse luchtmacht “C-54” genoemd. Voor de oorlog was er al interesse geweest in het DC-4 E project van Douglas, maar dat was een veel groter toestel met twee dekken en drie staartvlakken. De C-54 was een sober en efficiënt toestel met een voor die tijd groot laadvermogen en royale actieradius.

Plesman aan de slag

Plesman realiseerde zich dat snel handelen geboden was en liet er bepaald geen gras over groeien. Direct na de bevrijding van Enschede reisde hij – al op 3 april 1945 (Noord-Nederland was nog bezet) – naar Eindhoven, waar hij prins Bernhard ontmoette, en vertrok daarna vol energie en plannen (per boot) naar de Verenigde Staten om tot iedere prijs vliegtuigen te verkrijgen. Hij bezocht iedereen die hem daarin kon helpen, maar zijn belangrijkste gesprek betrof president Harry Truman die hem hartelijk ontving. Plesman legde uit dat er een groot voordeel in zou schuilen dat Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleders die Europa moesten bezoeken, dit per vliegtuig konden doen in plaats van per schip.

De Amerikaanse luchtmacht beschikte over voldoende vliegtuigen en KLM over de organisatorische middelen om een luchtlijn op te zetten. Truman riep de commandant van de US air force, generaal Henry ‘Hap’Arnold, bij zich en die verzekerde de president dat het materiële gedeelte geen problemen hoefde op te leveren. De “Surplus property Board” kon voor de toestellen zorgen, de meeste waren nog gloednieuw. Toen Plesman aangaf voorlopig met achttien vliegtuigen wel uit de voeten te kunnen, werd de “deal” met een pennenstreek van de president beklonken.

Dit nieuws sloeg in als een bom! De media in die tijd jubelden dat Plesman die met lege handen naar Amerika was gegaan, terugkeerde met de belofte van achttien “Skymasters” zoals het toestel inmiddels was gedoopt.  De Engelsen waren verbolgen, hier ging een prachtig stuk prestige aan hun neus voorbij; in de Britse pers stond geschreven: “Die verrekte Hollanders moesten in de oorlog tulpenbollen eten, en nu vliegen ze al weer en beter dan wij”. De befaamde “British Overseas Air Corporation” had het nakijken.

De C-54 in originele kleuren van vlak na de Oorlog, te bezichtigen in het Aviodrome in Lelystad
© Peter de Jong

De Douglas C-54 was een voor die tijd forse machine, met een vleugelspanwijdte van bijna 36 meter. De voortstuwing werd verzorgd door vier Pratt & Whitney R-2000-9 Twin Wasp 14-cylinder stermotoren met een vermogen van 1,100 hp (820 kW) elk, die een driebladige ‘constant speed’-propeller aandreven.  Dit leidde tot een maximum snelheid van 443 km/u (239 Kn) en een actieradius van 6400 km. In normale bezetting konden er tussen de 44 en later 80 passagiers mee aan boord

Historische foto uit 1946 van de C-54 NL-303 op Schiphol. Onder de vleugel van de “civiele C-54” op de voorgrond, is nog de reparatie te zien van het platform dat in de oorlog zwaar werd beschadigd.
Via: Wikimedia Commons

Militaire registratie

En zo kreeg Plesman  inderdaad zijn kans KLM weer van de grond te krijgen. Met zijn trouwe medewerkers en weer opverende energie werkte hij door. Op 27 september 1945 heropende KLM met de Douglas ‘Skymaster’ NL-300 de dienst op Batavia, twee weken later werd de geregelde dienst gestart. Waarom deze vreemde registratie? In Europa was het erg lastig zo kort na de oorlog, landingsrechten te krijgen voor civiele vliegtuigen. Militaire toestellen hadden daar veel minder last van, vandaar dat de C-54’s een “semi-militaire” registratie kregen, inclusief de oranje driehoeken op de romp, en voorzien werden van de tekst: “Netherlands government air transport”. De staat der Nederlanden was ook officieel eigenaar van de toestellen, terwijl KLM de operationele taak had. Later zijn ze officieel aan KLM verkocht.

De primeur van Plesman

Op 25 februari 1946 opende KLM, als eerste Europese luchtvaartmaatschappij na de oorlog, de luchtverbinding met New York; na een aantal testvluchten kwam op 21 mei  de geregelde luchtdienst op Amerika tot stand. Op deze eerste vlucht was de bekende vlieger Evert van Dijk de gezagvoerder. De PH-TAR maakte de vlucht met tussenlandingen in Prestwick (Schotland) en Gander (Newfoundland, Canada).

De PH-TAR op Schiphol in mei 1946
© Joost J. Bakker from IJmuiden, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons

Onder de passagiers bevonden zich de burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam. De stemming aan boord was uitstekend en ondanks de lange vluchtduur (25 uur en 30 minuten) was iedereen opgetogen over deze primeur. De aankomst op La Guardia Airport in New York verliep niet geheel vlekkeloos: op het moment dat de DC-4 het begin van de baan overschreed, bleek er een DC-3 van American Airlines vlak voor hen te landen, de KLM DC-4 moest stevig in de remmen. Het ging allemaal goed, maar het illustreert dat de verkeersleiding in die tijd de zaken niet altijd goed in de hand had.

Conclusies

De Skymasters vormden in die eerste jaren de ruggengraat van de KLM-vloot en opereerden hoofdzakelijk op de langere routes, met name die naar het toenmalige Nederlands-Indië; een taak die al vrij snel werd overgenomen door de eerste Lockheed Constellations.

Postzegel waarop de DC-4 is afgebeeld

Onstuimig, gedreven en energiek, bouwde Albert Plesman opnieuw een luchtvaartimperium op, dat een internationale reputatie verkreeg. Plesman realiseerde zich dat beter materieel de sleutel vormde tot het succes van KLM in de naoorlogse jaren, toen de luchtvaartsector snel groeide. KLM liep vooraan bij de aanschaf van groter, beter en sneller materieel. Na de ‘Skymasters’ van de oorlog kwamen de DC-6 en 7’s, de ‘Constellations’ en ‘Super Constellations’. Over deze Connies is al eerder op deze Site een artikel verschenen.

Lees ook: De Lockheed Electra’s van KLM of de andere artikelen van Evert Schaap.

Evert Schaap

Redacteur. Evert schrijft regelmatig bijdragen voor Up. Hij is gespecialiseerd in het schrijven van longreads en achtergrondartikelen, veelal over de historische luchtvaart en vliegtuigen van vroeger.

Gerelateerde artikelen

Back to top button