fbpx
AchtergrondDefensieEditors choiceHistorische LuchtvaartNaast het nieuwsOpmerkelijkVliegvelden

Schijnvliegvelden met nepvliegtuigen | Achtergrond

Tijdens de Tweede Wereldoorlog opereerde de Luftwaffe vanaf Nederlands grondgebied tegen geallieerde vliegers. Ook verdedigden Duitse vliegtuigen vanuit Nederland het Duitse Rijk. Ter voorkoming van bombardementen op echte vliegvelden legde de bezetter schijnvliegvelden aan.

Al voor 1940 verdiepte de Duitse luchtmacht zich in mogelijkheden om de aandacht af te leiden van belangrijke militaire en industriële installaties in zowel eigen als bezet land. Een bezoekje van geallieerde bommenwerpers lag immers voor de hand. Vandaar dat de Duitsers niet alleen overgingen tot het camoufleren van in functie zijnde vliegvelden, ook legden ze alleen al in Nederland een groot aantal bedrieglijk echte Scheinflugplatze (SF) aan. Bedoeling was niet alleen om vijandelijke vliegers hun bommenlading daarop te laten loslaten in plaats van op de nabijgelegen echte velden. Ook ging het erom hen in de val te lokken van de Fliegerabwehrkanone (FLAK). Verder dienden de schijnvliegvelden nog als Notabwurfplatz om eigen ongebruikte bomladingen te lozen.

Indruk van hoe het schijnvliegveld Alphen SF 37 eruit zag © Lieneke Koornstra

Nog meer schijnvertoning

Om de echte vliegvelden zoveel mogelijk te laten opgaan in agrarisch landschap, creëerden de Duitsers zelfs boerderijhangars. Nepkoeien maakten eveneens deel uit van de schijnvertoning. Ter bescherming van vitale bedrijven waaronder Philips, verrezen er eveneens schijnfabrieken, zogenaamde Scheinindustrie-anlagen (SI).

Taxiën op rails

De inrichting van de schijnvliegvelden verschilde nogal. Meermaals waren er namaakstartbanen aanwezig. Als bij het afsteken van de zoden zandige ondergrond aan de oppervlakte kwam, ontstond er een contrast dat een startbaan suggereerde. Was een stuk grasland te gering van afmeting om er een startbaan op te projecteren, dan ‘vergrootten’ de Duitsers het door sloten met gaas af te dekken en er gras over te strooien. Om de illusie helemaal compleet te maken installeerden ze een baanverlichting, vergelijkbaar met die van het nabijgelegen eigenlijke vliegveld. Als bij het decor van een filmset voorzag de Luftwaffe het geheel ook van hangars, vervaardigd van hout en zeildoek. Soms werden er nepkanonnen geplaatst. Doorgaans stonden er ook nepvliegtuigen opgesteld, in een aantal gevallen zelfs op rails om ze te laten ‘taxiën’.

Houten nepvliegtuigen bij SF37 tijdens de Tweede Wereldoorlog © Lieneke Koornstra

Achter een rooms-katholieke kerk

Bij de aanleg van de schijnvliegvelden bekommerde de Luftwaffe zich niet heel erg om de nabijheid van civiele bebouwing. Zo werd Vogelenzang SF14 pal achter een rooms-katholieke kerk gecreëerd. Die kerk staat er anno nu nog altijd, de houten jagers die er opgesteld waren zijn reeds lang verdwenen. Bakel kreeg echter op 20 oktober 1943 de volle laag toen een bommenregen het Rielse gehucht zelf trof in plaats van het nabijgelegen Alphen SF37, ook wel bekend als Kameroen en De Kiek. Er vielen drie doden. Drie andere burgers raakten zwaargewond.

Sinds 2019 staat er op het voormalige SF37 een nieuw nepvliegtuig van cordenstaal © Lieneke Koornstra

Voor gek

Sterke verhalen over de effectiviteit van de schijnvliegvelden deden al tijdens de oorlogsjaren de ronde. Zo zouden de Britten deze nepvelden regelmatig trakteren op een houten bommenregen om op die manier de Duitsers voor gek te zetten. In de oorlogstijd gingen deze verhalen erin als zoete koek, al was het maar om het vaak zo onbeholpen gedoe bespottelijk te maken met de houten of stalen nepvliegtuigen, waarmee heen en weer werd gezeuld en die na een flinke storm uit het struikgewas of de sloot moesten worden gevist. Maar ook binnen de Duitse gelederen bestond er scepsis over de schijnvliegvelden. Zo was de bezetting van het Venlose vliegveld mordicus tegen de aanleg van zo’n nepveld in de directe nabijheid van hun basis. Gesteld werd dat het daarmee voor de tegenstander wel heel makkelijk werd de positie van het echte veld te berekenen.

Een kunststof plaatmodel van de Messerschmitt Bf 109 model is sinds 2019 te zien op SF38 © Lieneke Koornstra

230 bommen

Toch vertellen de cijfers een ander verhaal. De geallieerde vliegers trapten er meermaals in om in plaats van op het echte vliegveld op het schijnvliegveld bommen af te werpen. Van 23 november 1940 tot en met 22 november 1942 bombardeerde de RAF de echte Fliegerhorste circa honderd keer, terwijl de schijnvliegvelden maar liefst 117 keer werden bestookt. Tussen augustus 1940 en maart 1942 daalden op het nepvliegveld Aalsmeer SF16 zo’n 230 Britse bommen neer en elf ‘sticks’ brandbommen. Het al eerdergenoemde Alphen SF37 werd meermaals op bombardementen getrakteerd: op 5 december 1940, 6 april 1942, 17 april 1942, 1 juni 1942 en 7 augustus 1944. Op die eerste juni gebeurde dit zelfs drie keer terwijl het eigenlijke doel, het vliegveld Gilze-Rijen, grotendeels ongeschonden bleef. De aanvallen op de schijnvliegvelden namen pas af toen de geallieerden, naar gelang de oorlog voortduurde, de echte vliegvelden dankzij de verbeterde navigatietechnieken steeds makkelijker wisten te vinden. Geconcludeerd mag worden dat de tactiek van schijnvliegvelden zeker aan het begin van de oorlog een redelijk succesvolle list was om de geallieerden te misleiden.

Monument bij SF38 dat herinnert aan de rails waarop een nepvliegtuig heen en weer werd bewogen © Lieneke Koornstra

Gebaseerd op de Messerschmitt Bf 109

Van de meeste schijnvliegvelden is geen spoor meer te bekennen. Op sommige plekken herinnert een bunker er nog aan, zo ook bij Alphen SF37. In plaats van de vier houten nepvliegtuigen die er in de oorlogsjaren stonden, is er sinds 26 oktober 2019 een nepper van cortenstaal te zien, ontworpen door Bart Somers. De kunstenaar nam de Messerschmitt Bf 109 als uitgangspunt. Het kunstwerk, dat van bovenaf net een echt vliegtuig lijkt maar van onderen volledig transparant is, heeft dezelfde afmetingen als het Duitse jachtvliegtuig. Ook de houten nepvliegtuigen van weleer waren op de Messerschmitt Bf 109 gebaseerd. Op de gecreëerde centrale startbaan bevond zich een smalspoor waarop een trolley met zo’n nepper erop voortbewogen kon worden via een lier. Zo werd de illusie gewekt dat er een toestel ging opstijgen om aan te vallen.

Een betonnen oefenbom waarmee de Duitsers schijnboten bekogelden op de Landschotse Heide, is nu te zien op SF38
© Lieneke Koornstra

Houten nepbom

Ook bij Dun SF38, een nepvliegveld bij het nabijgelegen Eindhovense vliegveld, werd de truc toegepast van het heen en weer laten bewegen van een nepvliegtuig op rails. Een klein monumentje dat uit drie bielzen bestaat met daarop twee stukken rail gemonteerd, herinnert eraan. Vrijwel pal ernaast bevindt zich een houten nepbom, die het verhaal levend moet houden dat de geallieerden het spelletje doorhadden en het vliegveld nog één keer bestookten, met houten nepbommen. Ook op deze locatie valt sinds 2019 een fopvliegtuig te zien, eveneens gebaseerd op de Messerschmitt Bf 109. Dit keer gaat het om een kunststof plaatmodel, gemaakt door de Oirschotse smid Sjef Vingerhoeds en zijn medewerker Mitch Kanters. Projectarchitect Michiel van Loon leverde de technische tekeningen. Van de houten uitkijktoren die hier ook ooit stond ontbreekt vandaag de dag ieder spoor.

Lieneke Koornstra

Redacteur. Haar passie voor schrijven en luchtvaart wist Lieneke te combineren als tekstschrijver en eindredacteur van de Farewell-boekenserie over de door KLM uitgefaseerde MD-11, Fokker F70 en Boeing 747. Haar publicaties over allerlei onderwerpen zijn zowel te vinden in diverse kranten en tijdschriften als op haar eigen website Supervisionair.

Gerelateerde artikelen

Back to top button