fbpx
AchtergrondAirlinesEditors choiceFoto-artikelInterviewKLMLongreadMartinairNaast het nieuwsPiloten en CrewTransaviaVliegtuigen

Leven van de lucht – Cabin Attendant | Interview

Hij vloog onder andere bij oranje, rood, blauw en groen. Hij verwelkomde als cabin attendant passagiers aan boord van zestien verschillende vliegtuigtypes. Hij beheert het archief van Martinair en is sinds kort betrokken bij het op orde brengen van het Transavia-archief.

Van zijn eerste vliegreis herinnert Robbert Honing zich niets. Elf maanden oud was hij toen zijn moeder met hem aan boord stapte van een Boeing 720 van Olympic Airways. Enkele foto’s getuigen nog van die vlucht van Corfu naar Athene. Er werd veel gevlogen binnen het gezin Honing, tot groot plezier van Robbert en zijn broer. Terwijl Robberts broer voor de cockpit koos, focuste Robbert op de cabine. ‘Ik ben niet zo technisch en heb altijd wel iets gehad met service’, vertelt de Cabin Attendant. Sinds 2019 oefent hij dit beroep uit bij Transavia op basis van een seizoenscontract.

Robbert (in rood pakje) wordt het vliegtuig in gedragen © Archief Robbert Honing

Spijkerbroeken en sweatshirts

Robbert moest een omweg maken om zijn droom als cabin attendant te kunnen waarmaken. ‘Ik kwam er bij KLM en KLM Cityhopper niet door omdat je drie talen moest kunnen spreken. Bij Transavia verlangden ze dat je een rijbewijs had zodat je midden in de nacht op Schiphol kon komen. En bij Martinair was het niet veel anders. Uiteindelijk belandde ik toch via Ogden Aviation, het huidige Menzies, op Schiphol in de functie van grondsteward en werd te werk gesteld bij de easyJet-groep. Op dat moment kwam die maatschappij met één machine naar Amsterdam, een Boeing 737-200. Ik kende algauw al hun crewleden, zo ook Simon Gray, hoofd cabine. Hij vertelde dat easy op zoek was naar Nederlandssprekend cabinepersoneel. Drie talen spreken was daar helemaal geen eis. Dus ging ik op een van hun eerstvolgende vluchten mee naar hun hoofdkantoor, easyLand. Na een gesprek werd ik rondgeleid in de oude hangar. Zij zeiden ja en ik zei ja. Ik verhuisde naar Londen, Luton. Na te zijn getraind op twee types, de Boeing 737-200 en 300, kon ik aan de gang. In spijkerboek! Die moest ik zelf kopen. Sweatshirts, Bennetton-shirts, poloshirts en een winter- en een zomerjas kreeg ik van easy. De Engelsen keken echt op van hoe wij eruitzagen, die waren gewend aan handschoentjes, hoedjes en sjaaltjes.’

747 All time topper met 60 baby’s

Bij easyJet was het van begin af aan gebruikelijk passagiers te laten betalen voor drankjes en hapjes. Het idee om ze juist te kunnen verwennen met zaken als ijsjes, hot chocolate en hot towels, sprak Robbert echter buitengewoon aan, evenals het long haul kunnen vliegen. Bij Air 2000 werd positief gereageerd op zijn sollicitatie. ‘Ik verhuisde naar Gatwick en kwam in dienst bij een op en top Engels bedrijf met op en top service. Air2000 is uiteindelijk gefuseerd met AirUK Leisure dat nu deel uitmaakt van TUI.’ Robbert zette een andere stap en beproefde zijn geluk bij Martinair. Vooral het werken op de Boeing 747 vond hij geweldig. ‘De 747 is een all time topper’, zegt hij. ‘Helemaal bij Martinair met 518 stoelen. Ik vond het ontzettend leuk, de zorg voor zoveel passagiers. Op vluchten naar Palma de Mallorca zaten daar steevast zo’n zestig baby’s bij. Nee, dat vond ik helemaal niet erg.’

© Paul Spijkers (GFDL or GFDL), via Wikimedia Commons

MD-ellende

De Boeing 757 is een van Robberts andere favorieten. ‘Geen widebody maar wel een grote machine. Air2000 vloog ermee en gaf er in hun advertenties trots blijk van dat de reizigers bij hen de meeste beenruimte kregen. Niemand heeft beenruimte in een vliegtuig, maar goed, bij de concurrenten zat er één stoelenrij meer in, dus het scheelde wel enkele millimeters. Als het op ruimte voor de passagiers aankomt is het in een Airbus beter toeven. Het is allemaal net iets breder en net iets hoger ingericht dan in een Boeing. Wel zo fijn als je er met je trolley doorheen moet. Airbus mag dan wel het imago hebben van een beetje plastic, maar het zijn echt heel fijne machines, zowel voor de passagiers als voor het personeel.’ Minder te spreken is hij over de MD-11. ‘MD-ellende’, laat hij zich ontvallen. ‘Het is een mooie machine, echt een heel mooie machine, maar met die staartmotor net als de DC-10 achterin een enorme herriebak. Het was er ook allemaal heel smal. Bij Martinair gingen er 368 passagiers in mee, dat is toch een heel ander verhaal dan 320 bij KLM. Maar bij KLM was het ook niet alles met die balzaal (galley red.) achterin. Voor het uitserveren van de drankjes en de maaltijden moest de cabin crew steeds die hele machine door.’

© AlfvanBeem, CC0, via Wikimedia Commons

Slagroomklopper

Het was enorm schakelen toen Robbert als cabin attendant van grote toestellen als de Boeing 747, 757 en 767 bij Martinair aan de slag ging op ‘muggen’ als de Fokker 50, 70 en 100 bij KLM Cityhopper. ‘Nu is iedereen nostalgisch bij de herinnering aan die Fokker 50 met die propellers. Maar businessclass-passagiers zag ik al balen als ze die slagroomklopper zagen staan voor een vlucht naar Turijn of Oslo Sandefjord waarop ook met de Fokker 70 gevlogen werd. Het was vliegen in het weer geblazen met dat ding, het duurde allemaal veel langer en naar je zitplaats kon niet meer dan een kleine tas mee, iets groters moest voor of achter worden ingeladen.’

© Luc Willems (GFDL 1.2 or GFDL 1.2), via Wikimedia Commons

Sky Bite

Door de jaren heen zag Robbert de service aan boord sterk veranderen. Al was hij er zelf geen getuige van, het is hem wel bekend dat er in 1986 bij Transavia op de lijndiensten gigantische bloemstukken meegingen aan boord. ‘Maar toen ik bij easyJet begon was het daar al gebruik dat de passagiers moesten betalen voor een drankje en een snack, nu is dat op Europese vluchten steeds vaker all in the game.’ In de 26 jaar dat Robbert vloog maakte hij veel catering-uitprobeersels mee. Hij herinnert zich een tussenmaaltijd die uit soep en salade bestond. ‘Toen ik die twee bakken in een kartonnen doos bij een grote Zuid-Afrikaan op zijn tafeltje neerzette, associeerde hij het met een hondenvoerbak.’ In plaats van een broodje zalm en kip, kwamen er broodjes tonijn en struisvogel, ostrich. Mensen begonnen er niet aan, te apart. Haringbietensalade. Pardon? Raw fish?’ Met de Sky Bite werd zelfs de krant gehaald. ‘Echt een hopeloos broodje’, lacht Robbert. ‘Mensen verwachtten een maaltijd en dan kwam er iets klefs met een heleboel sla.’ Maar dan de maaltijden in de businessjets waarin Robbert VIP-passagiers van alle honneurs voorzag. Tijdens zijn eerste vlucht moest hij zelf maar zien wat de pot schafte. ‘Ik koos voor buffetstijl. Een ander moment maakte ik ze blij met hot nuts. Dat hadden ze nog nooit eerder meegemaakt. De chief stewardess ook niet. Dat gaan we toch echt niet op alle vluchten doen, zei ze.’

Streep-livery

Alhoewel Robbert pas in 2019 in dienst trad bij Transavia, weet hij veel te vertellen over haar geschiedenis. Tijdens haar bestaan koos de groene luchtvaartmaatschappij nogal eens voor een andere look, zowel voor haar vliegtuigen als voor de uniformen van de stewardessen. Robbert: ‘In 1986 ging Trans lijndiensten vliegen. KLM was gestopt op Londen Gatwick, Transavia stapte erop in. Er kwam een nieuwe machine op de lijn, de Boeing 737-200. Het was meteen een goed moment voor een nieuwe huisstijl, met twee kleuren groen en ook met oranje, als verwijzing naar Nedlloyd dat aandelen bezat. Verder veel wit.

© Ralf Manteufel (GFDL 1.2 or GFDL 1.2), via Wikimedia Commons

De groene uniformen maakten plaats voor gele, een vondst van de echtgenote van Peter Legro, de toenmalige president-directeur van Trans. Transavia Holland werd Transavia Airlines. In 1993 kwam de 757 in de vloot. Probleempje. De streep-livery stond deze machine niet. Er zat maar één ding op: de huisstijl opnieuw aanpassen. Het oranje verdween, er kwam alleen nog groen en een beetje blauw op het verder witte vliegtuig. Ook het gele uniform werd verleden tijd, het groen kwam terug, nu met blauw. Dat blauw was een knipoog naar KLM waar Transavia intussen een onderdeel van was. Vrijwel iedereen was blij dat het over en uit was met het gele uniform want behalve dat het erg besmettelijk was viel je er, zeker in het felle tl-licht van een vliegtuigcabine helemaal in weg. Keuzes die luchtvaartmaatschappijen maken voor de uniformkleding hebben alles te maken met de uitstraling die ze voorstaan. ‘Stewardessen in broek was vroeger onbestaanbaar. Nu zijn er maatschappijen die het als hun visitekaartje beschouwen, lekker causual. Het inmiddels niet meer bestaande Lauda Air introduceerde in de negentiger jaren de spijkerbroek, alsof het iets nieuws was. Niet dus. EasyJet ging ze voor, weet ik uit eigen ervaring.’

Verschillende uniformen waarin de Cabin Attendants van Transavia door de jaren heen werkzaam waren
© Rien Moerland

Martinair- en Transavia-archief

In 2014 startte Robbert, in wat hij noemt een opwelling, een groep op Facebook, uitsluitend bedoeld voor (oud)werknemers van Martinair. ‘Ik maakte een pagina aan met enkele foto’s en verhalen. In de eerste week waren er al duizend aanmeldingen. Allerlei posts volgden. Het ging maar door. Op een gegeven moment werd ik benaderd door Sonja de Vries, die samen met Gijs Dragt het boek schreef Van MAC tot Martinair – altijd een glimlach. Zij vertelde dat zij allerlei Martinair-spullen had en vroeg of ik die wilde hebben. Zo begon het balletje te rollen van een Martinair-archief. Van het KLM-hoofdkantoor kwam er een telefoontje. Er werd daar opgeruimd vanwege een verbouwing. Ik kreeg drie volle verhuisdozen mee. Later werd ik weer gebeld. Kon ik nog een keer zeven dozen ophalen. Onlangs was er een Martinair-reünie. Dat is ook zo’n moment waarop mensen naar mij toekomen met de vraag of ik belangstelling heb voor iets uit hun Martinair-tijd. De verzameling bestaat inmiddels uit wings, uniformen, gouden veren, foto’s, jaarverslagen en personeelsbladen.’ Alles bevindt zich bij Robbert thuis, in tegenstelling tot een soortgelijke verzameling Transavia-memorabilia, die in een hangar zijn opgeslagen. ‘Een collega heeft me gevraagd het archief op orde te brengen. Daar ben ik nu druk mee.’ Robbert speelt met de gedachte om een keer een tentoonstelling te organiseren met alles wat hij inmiddels in huis heeft van Martinair. Er is genoeg.’

Eeuwig zonde

Terugblikkend op zijn carrière tot op heden vindt Robbert het nog altijd ‘eeuwig zonde’ dat een luchtvaartmaatschappij als Martinair er niet meer is voor de vakantiegangers. ‘Wij missen een charter’, meent hij. ‘Corendon is een echte vakantievervoerder, alleen stelt dat vanaf Nederland niet zoveel voor. Er is TUI, maar dat heeft een klein netwerk. Niemand concurreert met TUI. Transavia is een van de vele lowcostmaatschappijen geworden. EasyJet doet ook alles door elkaar. Ooit was er sprake van KLM Light of KLM Leisure. Het is nooit van de grond gekomen, maar los van de benaming, ik denk dat het een succes zou zijn geweest.’

Lieneke Koornstra

Redacteur. Haar passie voor schrijven en luchtvaart wist Lieneke te combineren als tekstschrijver en eindredacteur van de Farewell-boekenserie over de door KLM uitgefaseerde MD-11, Fokker F70 en Boeing 747. Haar publicaties over allerlei onderwerpen zijn zowel te vinden in diverse kranten en tijdschriften als op haar eigen website Supervisionair.

Gerelateerde artikelen

Back to top button