fbpx
AchtergrondDefensieEditors choiceHistorische LuchtvaartLongreadMilitairNaast het nieuwsNL VliegveldenPiloten en CrewVliegtuigenVliegvelden

‘Geeft de vloot ook vleugels’ | Historisch

Ooit kende het Amsterdamse Zeeburgereiland een heus vliegveld. Tijdens mijn zoektocht naar de geschiedenis van het Marinevliegkamp Schellingwoude stuitte ik tot mijn grote verbazing op de noodlottige geschiedenis van een van mijn voorvaderen.

Ontstaan Marinevliegkamp Schellingwoude

In 1913 koopt de Nederlandse legerleiding een stuk heide bij Soesterberg om de Luchtvaartafdeling van de Landmacht onder te brengen. Na aanvankelijke scepsis, want vliegen wordt in die tijd vooral gezien als een sport voor waaghalzen. Onder de leus ‘Geeft de vloot ook vleugels’ voert de jonge marineofficier Rambaldo, een ballonvaarder, met enkele marineofficieren campagne voor een eigen Marinevliegdienst. In de Defensiebegroting van 1914 wordt geld uitgetrokken voor de aankoop van watervliegtuigen.

Kleine loods, in 1916 gebouwd © Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Als kort daarop de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, is levering van watervliegtuigen uit de meeste landen onmogelijk. Wel wijken er de nodige toestellen van de oorlogvoerende landen uit naar het neutrale Nederland, waarna ze worden geïnterneerd. De landvliegtuigen komen op Soesterberg terecht, maar waar moet men naar toe met de watervliegtuigen? De keuze valt op het Zeeburgereiland. De zuidwesthoek van het eiland wordt al vanaf 1910 door de militairen van de Oranje Nassaukazerne gebruikt voor hun schietoefeningen. Maar dat is niet de belangrijkste reden. Wél dat het zich binnen de Stelling van Amsterdam bevindt, dicht bij de hoofdstad. Bovendien ondervinden de vliegtuigen bij het manoeuvreren op het Buiten-IJ over het algemeen weinig hinder van stroming of golfslag. Aan de noordzijde van het eiland wordt een houten loods op palen gebouwd die plaats biedt aan drie kleine watervliegtuigen. Het ‘vliegterrein’ heeft een watervlakte van ongeveer 2,5 bij 2,5 km en is gelegen in wat nu het IJmeer is, direct ten oosten van de strekdam. Maar het kwam ook voor dat er in het Buiten-IJ geland en opgestegen werd.

Een blik vanuit de lucht op Marinevliegkamp Schellingwoude in de eerste helft van de jaren twintig. Naast de kleinere vliegtuigloods uit 1916 is inmiddels een grotere hangaar met hellingbaan gebouwd. © Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Op 17 april 1916 is het eerste marinevliegkamp (MVK) Schellingwoude geheten een feit. Een jaar later wordt de Marineluchtvaartdienst (MLD) opgericht. Pas dan doen de (onder) officieren-vliegers en vliegtuigmakers officieel hun intrede bij de marine. In datzelfde jaar nog krijgt Nederland de beschikking over in de Verenigde Staten aangeschafte Wright Martin-watervliegtuigen. Vier daarvan stationeert de marine voorlopig op Schellingwoude.

Verborgen verleden op MVK Schellingwoude

Behalve MVK Schellingwoude zijn er tegen die tijd ook vliegkampen in gebruik bij De Mok op Texel, Veere op Walcheren en De Kooy bij Den Helder. Die laatste wordt het belangrijkste opleidingscentrum, niet alleen voor vliegers, maar ook voor vliegtuigmakers. Wie voor die laatstgenoemde functie in aanmerking wilde komen, moest tijdens het interbellum een eersteklas vakman zijn met kennis van hout, linnen, motoren en metaalconstructies.

In mijn zoektocht naar de geschiedenis van MVK Schellingwoude stuit ik op internet op de historische kalender van de Stelling van Amsterdam. Bij het item MVK Schellingwoude wordt er op 1 augustus 1919 een ongeval met het watervliegtuig Friedrichshaven FF 33L V-15 vermeld. De naam van het dodelijk slachtoffer is, tot mijn verbijstering, sergeant vliegtuigmaker Atse Sijtse Kroeger, roepnaam Atse: de oudere broer van mijn opa. Uit de gegevens die het Nederlands Instituut voor Militaire Historie mij toezendt, maak ik op dat hij na zijn opleiding voor vliegtuigmaker niet op Schellingwoude gestationeerd wordt, maar in Veere.

Een en al bedrijvigheid bij het Marinevliegkamp Schellingwoude © Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

De Eerste Luchtvaart Tentoonstelling Amsterdam (ELTA)

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog beseft Nederland dat de omringende landen door deelname aan de oorlog veel ervaring opgedaan hebben met de militaire luchtvaart. Maar ook op het gebied van de burgerluchtvaart lopen wij achter. Een tentoonstelling over de luchtvaart lijkt een goed idee. Eerste luitenant-vlieger Albert Plesman is een van de drijvende krachten achter het comité dat maar liefst zeven erevoorzitters kent, onder wie de ministers van Oorlog, Waterstaat, Binnenlandse Zaken, Landbouw, Nijverheid en Handel. Amsterdam-Noord wordt gekozen omdat er genoeg ruimte vrij is om een tijdelijk vliegveld aan te leggen alwaar land- en watervliegtuigen goed kunnen landen. Het tentoonstellingsveld ligt tussen het Johan van Hasseltkanaal en de Papaverweg en van het Mosveld tot het Ridderspoor.

Op 1 augustus 1919, de eerste dag van de tentoonstelling, heeft de marine twee watervliegtuigen uit De Mok en twee uit Veere gestuurd om de opening op te luisteren. Een van de twee vliegtuigen uit Veere wordt bestuurd door luitenant ter zee tweede klasse G.W. Bakker. Vliegtuigmaker Atse Kroeger is meegekomen voor het onderhoud. Voordat ze voor de ogen van de talrijke genodigden hun landing op het Buiten-IJ gaan maken, is het vliegtuig eerst nog op Schellingwoude geland.

Een Fokker C-XIVW begin 1939 op de helling van het Marinevliegkamp Schellingwoude. Het toestel werd gebruikt als verkenner en voor de gevorderde opleiding. © Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Te korte draai met te lage snelheid

Over wat er precies die vrijdagmiddag gebeurde, zijn de kranten die ik digitaal geraadpleegd heb, niet eenduidig. Bij mijn bezoek aan de Traditiekamer, het indrukwekkende museum van de MLD in Den Helder, oppert Wilfred Muilwijk dat een te korte draai met te lage snelheid de meest waarschijnlijke oorzaak is van het ongeluk. Het vliegtuig stort neer op het dak van een loods die behoort tot wasserij De Lelie (‘De Lelie’ wascht blank als ’n lelie) aan de Asterweg 17-19. Sergeant vliegtuigmaker Kroeger wordt ‘zieltogend’ het fabriekje binnengedragen, waar hij enige ogenblikken later de geest geeft. Luitenant G.W. Bakker heeft slechts wat bloeduitstortingen aan zijn dij.

Bloemstuk in vorm van vliegtuig

Een paar dagen later wordt de drieëndertigjarige Atse Kroeger begraven op begraafplaats Vredenhof. Langs de Haarlemmerweg op weg naar de begraafplaats staan drommen mensen. Het doffe geluid van een omfloerste trom en het schrille geluid van een pijper kondigt de lijkstoet aan. Voor de lijkwagen schrijdt het vuurpeloton van de mariniers. De lijkwagen is bedolven onder kransen. Boven op het dak staat een bloemstuk in de vorm van een vliegtuig van de Engelse afdeling van de ELTA.

Voor de weduwe – in een telegram heeft H.M. Koningin Wilhelmina haar deelneming uitgesproken – heeft het bestuur van de ELTA, dat voltallig aanwezig is, alvast duizend gulden beschikbaar gesteld. Op de ELTA wordt voor haar gecollecteerd en ook de opbrengst van de Dameskroniek van de Sumatrapost gaat naar haar. Generaal Snijders wijst er in zijn toespraak op dat sergeant Kroeger tot de lichting van de eerste watervliegtuigmakers behoorde. Aan het eind van de begrafenis spreekt ‘een broer namens de familie’ een dankwoord uit. Dat kan niemand anders dan mijn opa zijn geweest. Een jaar later betuigt de weduwe Kroeger – Schnieder in het Algemeen Dagblad haar diepgevoelde dank voor de vele bewijzen van deelneming.

© Ministerie van Defensie, CC0, via Wikimedia Commons

Definitief op de kaart

Als de ELTA op 14 september sluit, is de luchtvaart ook in Nederland definitief op de kaart gezet. Maar bij defensie hebben ze onvoldoende budget om drie marinevliegkampen in stand te houden. In 1923 verhuizen alle watervliegtuigen naar De Mok en wordt Schellingwoude alleen nog als tussenstop van Nederlandse en buitenlandse watervliegtuigen gebruikt. Pas aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog neemt het belang van Schellingwoude weer toe. Fokker werkt hier aan de eindmontage van haar F-VIII torpedobommenwerpers, waarna de nieuwe toestellen ingevlogen worden.

Het einde van MVK Schellingwoude

Tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog gebruikt de Luftwaffe MVK Schellingwoude als Seeflughaven en later als opleidingsinstituut voor nieuwe vliegtuigbemanningen. Als in 1944 de laatste Duitse watervliegtuigen vertrekken, betekent dat het einde van de watervliegactiviteiten op het Buiten-IJ.

Na de oorlog zal mijn opa trouwens nog een keer een grote militaire begrafenis bijwonen met kransen, toespraken van hoogwaardigheidsbekleders en muziek van de militaire kapel. Op een mooie meidag, 29 mei 1947, zijn twee militaire vliegtuigen bij de landing op het vliegveld Gilzen-Rijen om onverklaarbare reden met elkaar in botsing gekomen. De bemanningen van de twee vliegtuigen, twaalf jonge mannen, kwamen hierbij om. Een van die jonge mannen is een dertigjarige sergeant telegrafist, Wim Kroeger, mijn opa’s enige zoon.

Deze bijdrage verscheen eerder in IJopener onder de titel Atse Kroeger’s laatste vlucht.

Gerelateerde artikelen

Back to top button