Marjan Rintel, CEO van KLM, denkt dat de belasting voor transferpassagiers op Schiphol niet het probleem oplost om duurzamer te opereren.
In augustus nam de Tweede Kamer een motie van het CDA aan waarin stond dat reizigers die via Schiphol reizen een zogeheten transfertaks moeten betalen. Daarmee wilde de partij opkomen voor huishoudens die hoge kosten maken in de energietransitie. Momenteel heeft KLM een netwerk van zowel korte (Europese) als lange (intercontinentale) vluchten. De Amsterdamse luchthaven fungeert daarin als hub. ‘Ons model is echt dat we mensen uit Manchester halen. We halen wat mensen uit Noorwegen en Zweden vandaan en die stoppen we in het vliegtuig naar Amsterdam en dan gaan we naar New York en kunnen we ook voor de Nederlanders de bestemming New York aanbieden’, zegt Rintel aan tafel bij WNL.
Reizigers stappen letterlijk en figuurlijk over
Rintel laat weten geen tegenstander te zijn van de belasting, maar denkt wel dat reizigers uiteindelijk via andere Europese luchthavens, waaronder Brussel, Frankfurt en Parijs, een overstap maken. ‘Het enige wat je doet is het over de schutting gooien bij de buren. Je lost niets op. Er gebeurt niets. Mensen gaan gewoon op een andere manier vliegen. Dat kost je een luchtvaartmaatschappij in Nederland en dat betekent natuurlijk ook echt wel iets voor het bedrijfsleven’, stelt de KLM-topvrouw.
Andere optie?
Het CDA kwam echter twee weken na de aangenomen motie daarvan terug. Inge van Dijk, Kamerlid van de partij, zei dat in eerste instantie gekeken moet worden naar een invoering van de transfertaks op Europees niveau. Rintel kan zich daarin vinden en denkt dat het geld uiteindelijk gebruikt kan worden om de vloot verder te verduurzamen, iets waar de luchtvaartmaatschappij al mee begonnen is door de A320neo-familie naar Nederland te gaan halen. ‘Belangrijk om te kijken hoe je het Europees kan regelen. Binnen tien à vijftien minuten ben je Nederland uit’, aldus de CEO van KLM.



Verschillend