Eind 2024 kwamen 179 inzittenden om het leven toen een Boeing 737-800 van het Zuid-Koreaanse Jeju Air crashte op een betonnen constructie. Nu blijkt uit een vernietigend rapport dat meerdere Koreaanse luchthavens veranderd zijn in tikkende tijdbommen door een jarenlange doofpotaffaire.
De bewuste vlucht vertrok op 29 december 2024 vanuit Bangkok. Vlak voor de landing op de luchthaven van Muan werd het toestel getroffen door een birdstrike. Daardoor viel een motor uit en de hydraulische druk viel weg. Omdat het landingsgestel niet meer uitgeklapt kon worden, voerden de piloten met de amper bestuurbare Boeing een buiklanding uit op baan 19.
Met hoge snelheid gleed de Boeing 737 over de landingsbaan. Uiteindelijk botste het vliegtuig tegen een massieve betonnen muur waarin het ILS-systeem (Instrument Landing System) was bevestigd. 179 van de 181 inzittenden kwamen om het leven in de daaropvolgende vuurzee. Slechts twee bemanningsleden werden zwaargewond uit het puin gehaald; hun huidige medische toestand is niet bekend.
Dodelijk beton
Al snel bleek dat de betonnen constructie daar nooit had mogen staan. Volgens internationale veiligheidsnormen horen dergelijke systemen toe te geven, zodat een vliegtuig er in een noodsituatie doorheen kan breken. Recente simulaties van het incident bewezen dat alle inzittenden hadden het ongeluk waarschijnlijk zonder ernstig letsel overleefd als de installatie aan de eisen had voldaan.
Luchthavenexploitant Korea Airports is verantwoordelijk voor de installaties. Uit onderzoek van de Zuid-Koreaanse autoriteiten blijkt dat er op acht verschillende luchthavens — waaronder Jeju en het drukke Gimhae bij Busan — in totaal veertien van deze illegale, goedkopere constructies staan.
Het rapport onthult dat het gevaar van deze constructies al decennia bekend was. Desondanks keurde het ministerie van Verkeer de installaties keer op keer goed, waarschijnlijk tegen beter weten in. De nieuwe regering van Zuid-Korea heeft aangekondigd de verantwoordelijken voor de rechter te slepen. De overheid wil gerechtigheid te brengen voor de nabestaanden van de slachtoffers.


