In het onlangs aangetreden kabinet-Jetten is zij minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, in de decennia daarvoor was zij werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht. In die tijd werkte Elanor Boekholt-O’Sullivan onder meer als commandant van de vliegbasis Eindhoven. Deze benoeming was bijzonder, zij was de eerste vrouwelijke vliegbasiscommandant, de tweede niet-vlieger die ooit commandant werd en dat ook nog eens op een ongebruikelijk jonge leeftijd. Recent kwam haar boek Gewapend met gevoel uit met als ondertitel Mijn generale kijk op leiderschap. Op het moment van verschijnen zat ze nog vol andere plannen.
‘Een betekenisvolle afslag’, noemt Boekholt ‘de zijstraat Defensie’ die ze als achttienjarige nam. ‘Niet uit roeping. Niet uit passie. Niet eens uit nieuwsgierigheid. Simpelweg uit noodzaak.’ Ze wilde op zichzelf wonen, had geld nodig en ook, wat ze toen zelf nog niet wist, structuur. Els van Steijn, haar coach, beschrijft het anders en spreekt over het leven dat je overkomt, ‘met zijn bekende talent om onverwacht de route aan te passen.’ Eenmaal aan boord bij de KLu ondervond Boekholt dat het leven haar route ook daar meermaals aanpaste.
Interessante afslagen
Zeker voor luchtvaartliefhebbers is niet alleen de afslag die Boekholt nam naar vliegbasis Eindhoven interessant, waarbij ze verantwoordelijk was voor de inzet van strategisch en tactisch luchttransport, tankoperaties en de uitvoering van kustwachttaken. Hetzelfde geldt voor de start die ze maakte op die allereerste afslag naar de militaire basis Nieuw Milligen, waar ze werd opgeleid als assistent-verkeersleider; een latere afslag naar Afghanistan, waar ze zich als projectleider bezighield met de wederopbouw van de civiele luchtvaart; en nog weer een latere naar vliegbasis Woensdrecht, waar ze het opleidingssquadron omvormde tot kenniscentrum voor de Luchtmacht.

Confrontatie
Grote kans dat je je als lezer naast haar voelt zitten bij het inkijkje dat ze geeft bij haar werkzaamheden als assistent-luchtverkeersleider. In het gevoel dat ze in die periode beleeft, namelijk dat je meteen een essentieel radertje wilt zijn terwijl de waarheid is dat je dan eerder meedoet als figurant, zullen velen zich wel herkennen. De fascinatie die ze vervolgens beschrijft bij haar confrontatie met ‘de hiërarchie die je nergens op papier ziet, maar wel overal voelt’, zal menigeen eveneens bekend voorkomen.
Voor vrouwen begint het dan veelal te schrijnen. Elanor Boekholt gaat hierop in aan de hand van het gegeven dat het bij Defensie gaat om ‘een kleine minderheid in een overwegend mannelijk georiënteerde organisatie’. Laten we wel wezen: niet alleen bij Defensie is sprake van een overwegend mannelijk georiënteerde instelling, dit laatste woord nu vooral te lezen als synoniem voor houding, mentaliteit, ingesteldheid.
Boekholt: ‘Toen was voor mij de maat vol’
Hoe moeilijk het kan zijn om ‘als vrouw gewoon je werk te kunnen doen’, illustreert Boekholt met diverse voorbeelden. Zo was er het gedrag van een Europese vlieger jegens een Amerikaanse vrouwelijke collega tijdens werkzaamheden in Afghanistan: ‘Wat begon als charmant bedoeld gedrag (…) werd al snel grens overschrijdend. Een hand op haar onderrug. Een ongevraagde massage. (…) Toen hij op een dag een aansteker pakte en de haartjes van haar arm schroeide, zogenaamd als grap, was voor mij de maat vol. Zij zei niets. Keek hem alleen aan, verstard, met die blik die vrouwen vaak ontwikkelen als hun grenzen worden overschreden: strak, stil, ingehouden.’
Uitstekend dat Boekholt dit gebeuren expliciet benoemt. Hoeveel mannelijke lezers afhaken nu ik dit ook nog eens doe? Toch is verder lezen van belang, omdat hierbij de vinger op een ander fenomeen wordt gelegd wat ook mannen niet vreemd is: ‘Wie iets zegt, wordt al snel gezien als lastig. En lastig zijn is geen aanbeveling, zeker niet in een missiegebied waar samenwerking heilig is en verstoring als gevaarlijk wordt gezien.’
Dicht op de huid van iedereen
Toen Elanor Boekholt eenmaal zwanger was, gold dit evenmin als aanbeveling, wat erin resulteerde dat ze in – wat ze zelf noemt – het reservenest belandde. Daar kreeg ze niet te maken met ‘de zelfverzekerde gezichten uit de promotiefolders, maar een peloton vol jongeren met rafelranden. (…) Door blessures, mentale hobbels of gewoon pech op het verkeerde moment.’ Hiermee komt ze dicht op de huid van welbeschouwd iedereen, want wie loopt in het leven geen blessures op, ondervindt geen mentale hobbels, stuit niet op gewone pech en, laten we wel wezen, gebeurt dat alles niet juist altijd op het verkeerde moment? Over het gezamenlijke dat Boekholt zag tussen die jongeren met rafelranden en zichzelf met haar dikke buik, stelt ze trefzeker: ‘We vielen allemaal in zekere zin tussen wal en schip. Geen van ons voldeed aan hoe het volgens het boekje zou moeten gaan.’
Uit de pas
Boekholts opdracht was die jongeren terug te brengen in het hoofdnest, zodat ze hun opleiding alsnog konden afmaken. ‘In de praktijk betekende dat: elke dag opboksen tegen een systeem dat niet dol is op uitzonderingen. Want eerlijk is eerlijk: de meesten zien het liefst dat iedereen spreekwoordelijk netjes in de pas loopt.’ Ben je iemand die nogal eens uit de pas loopt, bewust om tegen de soms bekrompen opvattingen van de gevestigde orde te rebelleren of onbewust omdat het leven je dwong tot het nemen van een afslag, dan vind je hier (h)erkenning.

De mal durven breken
Wat Boekholt er zelf van leerde? ‘Dat leiderschap niet draait om het voorste rijtje dat strak in het gelid staat. Het gaat niet over je stem verheffen, bevelen geven of gelijk halen. Leiderschap draait om ruimte maken. Om zien wat iemand nodig heeft om opnieuw te kunnen beginnen, juist wanneer het systeem daar geen trek in heeft.’ Over leiderschap doet ze behartenswaardige uitspraken, waaronder deze: ‘Leiderschap is niet opgaan in de mal. Het is de mal durven breken, zodat er niet maar één soort mens in past.’
Dergelijke uitspraken zijn voor elk mens van belang, want ook al vliegt het leven voorbij, er doen zich altijd weer momenten voor waarop je de stuurknuppel zelf – al is het maar symbolisch – in handen hebt. Als leider in je eigen leven is zeker ook deze vraag die Boekholt opwerpt van belang: ‘Wat kun jij – binnen je invloed, op jouw plek – anders doen om ruimte te maken voor mensen die nog te vaak langs de randen balanceren en buiten het nest vallen?’ Kortom, in dit boek komen vragen en issues aan de orde die de lezer aanzetten tot nadenken.
Boekholt: ‘Vliegen is bijna een identiteit’
Op dat ‘anders’ zijn komt Boekholt steeds terug, ook waar het gaat om een heel andere context: ‘Vliegen is niet alleen een functie, maar bijna een identiteit. (…) Je valt op als je niet uit dat wereldje komt. Je bent anders (…) dat anders is niet altijd bedoeld als compliment. Dat zie je trouwens niet alleen bij de Luchtmacht. Dit mechanisme herken je bij andere onderdelen van Defensie net zo goed, en eerlijk gezegd ook in veel civiele organisaties.’ Te kort door de bocht. Dit mechanisme reikt veel verder. Ook binnen het gezinsverband doet het zich voor. De hele maatschappij is er zelfs van doortrokken. Afwijkend gedrag wordt vaak alleen maar gezien als een bedreiging voor de sociale stabiliteit, terwijl het werkelijke gevaar niet zelden zit in de reactie van de omgeving.
Het systeem roerde zich
‘Soms ontmoet je iemand van wie je onmiddellijk weet: die gaat het maken’, schrijft Boekholt elders. ‘Niet omdat het makkelijk wordt, maar ondanks alles.’ Ze heeft het over een jonge vrouw die F-35-vlieger wil worden bij de Luchtmacht. ‘Een vrouw als jachtvlieger is nog steeds een zeldzaamheid. Alsof je ineens een viool hoort in een kamer vol trommels. Niet beter, maar anders. En systemen houden niet zo van anders. Ze zijn gebouwd op ritme, niet op nuance.’ Het systeem roerde zich dan ook met ‘formulieren, wachtlijsten, e-mails met vijf bijlagen (…) en goedbedoelde opmerkingen of ze niet liever in een helikopter wilde vliegen – veel gezelliger, met z’n tweeën.’ Laat dat maar even bezinken…

Geen: kijk mij eens stoer zijn
Die jonge vrouw hield zich stil, schrijft Boekholt. ‘Niet omdat ze niets te zeggen had, maar omdat ze haar energie beter kon besteden. Wat haar bijzonder maakt is niet haar droom, maar haar aanpak. Ze regelde zelf een bezoek aan het 313 Squadron op vliegbasis Volkel (…) liep langs de geparkeerde vliegtuigen in de hangar, sprak met monteurs, planners, volgde een technische briefing over het toestel en zat even in de cockpit. Geen foto met zonnebril en helm voor op Instagram. Geen: kijk mij eens stoer zijn. Gewoon: kennis opdoen, begrijpen hoe het systeem werkt, voelen of dit is waar ze thuishoort. En ergens daar, tussen titanium, sensoren en straalmotoren, voelde ze: dit is mijn plek.’ Op de woorden waarmee Elanor Boekholt dit hoofdstuk afsluit kan ik alleen maar ‘amen’ zeggen: ‘Als zij het redt, is dat haar overwinning. Maar als wij het haar mogelijk maken, dan is het ook die van ons. Dan hebben we er niet alleen een F-35-vlieger bij, maar ook een systeem dat leert vliegen.’

Veel zaken onderbelicht
Over die plek in de cockpit heeft Boekholt ook nog wel iets te zeggen: ‘Het is een symbool, een poort naar leiderschap. (…) Hoewel er in een uitzonderlijk geval wel eens een niet-vlieger aan het roer heeft gestaan bij de Luchtmacht, blijven vliegers toch de norm, ondanks het feit dat minder dan zes procent van de mensen die bij de Luchtmacht werken, vlieger is. De focus op wat er in de cockpit gebeurt, laat veel andere zaken onderbelicht die minstens net zo belangrijk zijn voor het leiden van een organisatie als de Luchtmacht. (…) Het gaat om overzicht, verbinding en het vermogen breder te kijken dan je eigen instrumentenpaneel. En die blik kan ook van buiten de cockpit komen. (…) Het leveren van slagkracht in de lucht is het uiteindelijke doel, maar er gaat geen vliegtuig de lucht in zonder ondersteuning.’
Dat zijn woorden die mensen die in de civiele luchtvaart – wat heet – onder de vleugel werken, zeker zullen aanspreken. ‘Uiteindelijk bereikt niemand iets alleen – niet de vlieger, niet de grondcrew, en niet de organisatie als geheel’, besluit Boekholt. Dat ze dit alles zo klip en klaar formuleert kan wellicht beschouwd en zelfs afgedaan worden als een open deur, maar het is wel degelijk een goede reminder omdat de toegang tot een open deur nog altijd belet kan worden door een wel zeer hoge drempel.

One of the girls
Elanor Boekholt zou Elanor Boekholt niet zijn als ze in haar boek niet uitgebreid aandacht zou besteden aan het met pensioen sturen van – wat zij noemt – de Reference Man: ‘de maatstaf voor alles: van uniformen tot uitrusting, van beleid tot carrièremogelijkheden.’ Evenals prins Claus zoveel jaren eerder haalde zij de publiciteit door de stropdas af te werpen. Zij deed dit niet – zoals Claus – als een symbolisch begin van de bevrijding van alle knellende banden. Zij wilde het niet alleen houden bij praten over inclusiviteit maar zich, met het doorbreken van de mangerichte uniformiteit, ook zichtbaar maken als one of the girls in plaats van one of the guys.
Om dezelfde reden introduceerde zij als dagelijks tenue de DT-jurk: ‘Eindelijk een uniform dat geen parodie was op een mannenvariant. (…) Waar het echt om ging: erkenning dat het standaardlichaam niet voor iedereen standaard is.’ Daarom pakte Boekholt verder door: ‘Als we vrouwen vragen zich in te zetten voor onze veiligheid, moeten we ze ook uitrusten met materiaal dat voor hen werkt.’ Zo kwam er aandacht voor de veiligheid van die vrouwen in de vorm van scherfvesten waar borsten in kunnen, helmen en schoenen die passen, en rugzakken waarbij het gewicht deels op de heupen rust.
Te scherpe scheidingslijn
Is het boek met de issues die Boekhorst erin belicht een zoveelste kwestie van wokistische muiterij? Nee! Terecht wijst ze erop dat ‘als we niet serieus werk maken van diversiteit en inclusie, we het risico lopen dat we straks niet genoeg mensen meer hebben om de krijgsmacht sterk te maken en al dat belangrijke materieel te bedienen en te onderhouden’.
Elders schrijft ze: ‘Het grappige – of eigenlijk het trieste – is dat wanneer je vrouwen vraagt waarom ze zich niet melden bij Defensie (…) ze zeggen: “Ik weet niet of ik daar pas.” (…) Ze zien zichzelf niet in de verhalen, niet in de wervingscampagnes, niet in de standaardbeelden van wat een militair is. Waar mannen vaak al enthousiast worden van een straaljager of vliegdekschip, stellen vrouwen andere vragen: “Waar brengt dat schip me naartoe? Wat ga ik daar doen?” Naar mijn idee trekt ze hier toch echt een te scherpe scheidingslijn, waarbij ze bovendien voorbijgaat aan de mensen voor wie het hokje man of vrouw niet past en dus knelt. Want ook daar is nog een wereld te winnen en zeker niet alleen bij Defensie.
Te kwetsbaar?
Aan kwetsbaarheid wordt evenmin voorbijgegaan. Boekholt: ‘Kwetsbaarheid is geen modewoord, het is vooral een uitnodiging. Om samen te kunnen leren. Om niet alleen successen te delen, maar ook je twijfels.’ Alhoewel ze ingaat op enkele missers in haar eigen carrière, mis ik hier toch een eigen kwetsbare opstelling in relatie met de zaak van Victor van Wulfen. ‘Tijdens deze in de media uitvoerig behandelde klokkenluidersaffaire was Boekholt-O’Sullivan commandant van Vliegbasis Eindhoven en de leidinggevende van voornoemde klokkenluider’, memoreerde Anthonie Kerstholt vorige maand.
‘Onder haar verantwoordelijkheid werd hij ook na zijn rehabilitatie opnieuw uit de vliegroosters gehaald. Juridisch stond Defensie op papier sterk. Moreel faalde het systeem.’ Volgens Van Wulfen werd Harold Boekholt destijds commandant ‘om de eenvoudige reden dat hij zijn vrouw niet zal afvallen.’ Waarom Elanor Boekholt de kans niet heeft gegrepen om hierop terug te komen? Kwetsbaarheid is geen breekpunt, maar een brug, stelt ze. En dan tóch geen kans zien in dezen alsnog een brug te slaan? Te kwetsbaar? Nog altijd te veel kramp?

Werk in uitvoering
Ondanks deze gemiste kans, heeft Boekholt een boek geschreven dat de moeite van het lezen zeker waard is. Gewapend met gevoel nodigt uit om te kijken met een milde blik in plaats van hard te roepen. En het werkt vooral ontwapend voor wie zich anders weten dan alle anderen en zich in weerwil van dat buitengesloten gevoel, toch niet langer willen laten beknellen door de metaforische stropdas. ‘Dit boek pretendeert (…) niet een handleiding te zijn’, stelt Elanor Boekholt zelf. ‘Geen stappenplan of bundel voor succes. Het is eerder een pleidooi om iets van die kramp los te laten en om ruimte te maken voor menselijkheid.’ Die ruimte kan er niet genoeg zijn, zeker nu de wereld niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk in brand staat.
Onverwachte hoeken
In haar boek zag Boekholt het nog als haar taak om ervoor te zorgen dat mensen die niet beantwoorden aan het plaatje van de jonge, meer extraverte mannen, weten dat ze bij Defensie welkom zijn. In een tijd van ontlezing heeft alleen een boek te weinig zeggingskracht. Er is daadkracht, menskracht voor nodig om wat in dit boek beoogd wordt, verder vorm te geven. Via de persoon van Kajsa Ollongren, voormalig minister van Defensie (2022-2024), kwam het leven van Elanor Boekholt plotsklaps met een wel heel onverwachte afslag.
Afwachten is het of zij met de aanvaarding van een ministerspost, niet op haar droomministerie maar bij de nachtmerrie die volkshuisvesting heet, vanuit haar ‘generale kijk op leiderschap’ erin slaagt de vastgelopen woningmarkt vlot te trekken, alsof het toch weer die metaforische stropdas is. Ze schrijft: ‘Ik blijf weg van gebaande paden, niet omdat ik dat per se wil, maar omdat ik ze vaak simpelweg niet herken. Dat heeft me geholpen vraagstukken vanuit onverwachte hoeken te benaderen en niet zonder resultaat.’ We gaan het zien of haar dat ook op deze afslag lukt, fingers crossed.

GEWAPEND MET GEVOEL
Elanor Boekholt O’Sullivan
Paperback | 222 pagina’s
ISBN 9789463824590
Uitgeverij Balans
2025 | € 21,99


