De nieuwste generatie Amerikaanse straaljagers loopt flinke vertraging op. Betrokkenen vrezen dat verouderde toestellen zoals de F/A-18 en F-22 hierdoor noodgedwongen langer dienst moeten doen, waardoor een risicovolle ‘Fighter Gap’ ontstaat.
Het ministerie van Defensie in de VS lijkt er een nieuw hoofdpijndossier bij te krijgen. Zowel het F-47-programma van de luchtmacht als het F/A-XX-programma van de marine lopen vertraging op. Volgens de oorspronkelijke planning zou de testfase in 2028 beginnen, gevolgd door indiensttreding in 2030. Deze tijdlijn verschuift nu naar halverwege de jaren dertig.
Vertraging straaljagers is tegenslag
De vertraging is een grote tegenslag voor het Pentagon. Het doel was om de nieuwe machines rond 2030 operationeel te hebben, zodat de F/A-18 Super Hornets en F-22 Raptors met pensioen konden. Deze straaljagers vliegen al enkele decennia en het onderhoud wordt steeds complexer en kostbaarder. Bovendien raken ze technisch achterhaald; met name de F/A-18 stamt nog uit de vierde generatie, terwijl de F-22 berucht is om zijn extreem hoge operationele kosten.
Als gevolg hiervan ontstaat er een gat in de Amerikaanse luchtcapaciteiten. ‘We moeten een vloot F/A-18’s in de lucht houden en ook de F-22 langer operationeel houden. Dat is de enige manier waarop we de kloof naar de zesde generatie straaljagers kunnen overbruggen’ aldus Rob Wittman, voorzitter van de relevante commissie in het Huis van Afgevaardigden in de VS.
Vendor Lock
Bij het F-47-programma zitten de knelpunten deels in de wens voor meer overheidscontrole. Bij de F-35 ontstond een probleem genaamd ‘Vendor Lock’. Daarbij behield fabrikant Lockheed Martin de rechten op de technische data, waardoor het Pentagon voor elke aanpassing afhankelijk was van de fabrikant. Bij de nieuwe generatie wil de Amerikaanse overheid zelf de eigenaar zijn van de data.
Het F/A-XX-programma moet de F/A-18 Super Hornets bij de Marine vervangen. Hoewel deze straaljagers uiterlijk gelijkenissen vertonen met de F-47 van de luchtmacht, beschikken ze over specifieke eigenschappen voor operaties vanaf vliegdekschepen. Bij de marine verloopt het proces moeizaam; de definitieve fabrikant is nog niet gekozen. Boeing en Northrop Grumman zijn hiervoor nog altijd in de race.


