Eerder deze maand vond in het Luchtvaartmuseum Aviodrome het tweede Symposium Historische Luchtvaart plaats. De Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht (KLuHV), organiseerde deze dag samen met het Aviodrome. Meer dan honderd deelnemers kwamen samen om te praten over de toekomst van historische vliegtuigen in Nederland.
Voorzitter van de KLuHV, Theo ten Haaf, opende de dag. Hij herhaalde zijn eerdere aanbeveling dat de sector historische luchtvaart in Nederland zichzelf opnieuw moet uitvinden: ‘We moeten kijken naar wat er mogelijk is om het draagvlak te vergroten. Voor de meerderheid van de Nederlanders zijn die oude vliegtuigen niets anders dan een stuk oud ijzer. Door het breder aan te vliegen, de verhalen te vertellen van de vliegtuigen en de mensen die ermee gevlogen hebben, gaat het meer leven.’

Registratie ex-militair historisch vliegtuig onmogelijk
Een van de sprekers op het symposium was Tony de Bruyn van het Belgische Bronco Demo Team. Sinds 2010 vliegt Tony namens het team met een OV-10B Bronco, ooit eigendom van de Duitse luchtmacht. ‘Voor eigenaren van historische vliegtuigen blijkt het tegenwoordig niet heel ingewikkeld om een toestel te laten opnemen in het Belgische civiele luchtvaartregister. Daarom hebben zelfs diverse eigenaren van warbirds uit verschillende Europese landen hun vliegtuig in België geregistreerd. Wij hebben onze Bronco’s in Groot-Brittannië geregistreerd sinds 2000. Destijds was het regime in België niet zo soepel en zou het gewoon onmogelijk geweest zijn om er een ex-militair historisch vliegtuig te registreren.’

Zegen
‘Het bleek een zegen, want de UK Civil Aviation Authority (CAA, Britse burgerluchtvaart autoriteit – LvdB) kijkt toch anders naar de historische luchtvaart dan in België of Nederland. De wet- en regelgeving is er zeker niet minder streng, integendeel. Maar de houding is wel veel positiever. Zo is het verkrijgen van een gelijkgesteld “Type Certificate” (type-certificering) door middel van een Airworthiness Approval Note (AAN) en een “Permit to Fly” voor een ex-militair toestel heel duidelijk geregeld. Ook is de UK CAA erg actief als het gaat om historische luchtvaart, zo organiseren ze jaarlijks een eigen symposium, samen met de UK MAA (Military Aviation Authority – LvdB).’

Historische vliegtuigen kosten bakken met geld
Namens Fokker Four was onder meer Jos de Pee aanwezig, penningmeester van Stichting Fokker Four. Het team vliegt al meer dan veertig jaar met vier Fokker S.11 lesvliegtuigen. Daarmee worden demonstraties gegeven op vliegshows, ook is het mogelijk om mee te vliegen vanaf Lelystad. Volgens De Pee is de financiering een van de grootste uitdagingen: ‘Oude vliegtuigen in de lucht houden kost nu eenmaal bakken met geld. Verder is regelgeving ook een grote uitdaging. Hoe ga je er mee om, en wat doe je als het wringt of niet past. Wij merken dat IL&T best openstaat voor een gesprek en bereid is tot samenwerking. Maar je moet zelf het initiatief nemen om contact te leggen. De stoelriemen uit onze Fokker S-11’s zijn bijvoorbeeld aan vervanging toe – niet vreemd na bijna tachtig jaar. We hebben daar zelf een oplossing voor bedacht en leggen die nu voor aan de IL&T. Nu is dit wel een vrij specifiek voorbeeld, maar het is wel hoe het vaak werkt: vaak zoekt iedere club voor zichzelf naar een oplossing.’
Overheid
‘Gelukkig staan de overheid en de IL&T wel open voor suggesties vanuit de historische luchtvaart. De wil om er samen uit te komen is er heel duidelijk, ook bij de overheid. Zo hebben we als sector input mogen leveren voor het advies dat de IL&T gaat uitbrengen over veranderingen in de wetgeving. Voor de toekomst van de historische luchtvaart zijn denk ik de natuur- en milieuregels een groter punt van zorg dan de IL&T. De IL&T wordt vaak als de grootste bedreiging gezien, maar dat valt volgens mij reuze mee. Ik zie de wetgeving en reglementen rondom natuur en milieu als de grootste “uitdaging” als je kijkt naar de toekomst van de historische luchtvaart.’
Overleg
Diana Klijn is senior inspecteur bij Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) en toezichthouder op het gebied van luchtvaarttechniek. Vanuit die functie komt ze regelmatig bij organisaties die zich bezighouden met historische vliegtuigen, zoals bijvoorbeeld de KLuHV.

‘De historische luchtvaart heeft me altijd wel getrokken, ook tijdens mijn vorige baan als vliegtuigmonteur. Vanuit de IL&T willen we graag zichtbaar zijn voor de sector, vandaar dat we deelnemen aan dit symposium.’ In een ver verleden was er regelmatig overleg tussen de IL&T en de historische luchtvaartsector. Op een bepaald moment is dat gestopt. ‘Helaas maakt onbekend ook onbemind. Sinds kort is het overleg met de sector nieuw leven ingeblazen.’
Dichtgeschroefd
‘We komen als toezichthouder nu ook vaker ter plekke kijken. Zo is de KLuHV bezig om de B-25 Mitchell weer luchtwaardig te krijgen. In een vroeg stadium hebben we een bezoek gebracht om het te kunnen bekijken, voordat alles weer is dichtgeschroefd. In de oude handboeken van historische vliegtuigen staan veel procedures beschreven, maar lang niet alles. Aan ons wordt dan gevraagd of we akkoord zijn met hoe ze bijvoorbeeld een bepaalde reparatie willen gaan uitvoeren. Voor zulke vragen overleg ik dan met mijn collega’s van certificatie. Die gaan dan mee, bekijken het ter plekke en geven suggesties op welke manier het uitgevoerd kan worden.’ Vergeleken met vroeger is daarmee de afstand tussen overheid en sector veel kleiner geworden. ‘In het verleden waren we veel meer bezig met het opleggen en handhaven van regels. Tegenwoordig zijn we veel meer kennis aan het delen en daarover in gesprek met elkaar. We willen graag meedenken over knelpunten en gezamenlijk op zoek naar oplossingen.’






