Al negentien jaar lang staat de presidentiële Boeing 727 van de Democratische Republiek Congo op de luchthaven van het Portugese Faro. De Portugezen willen er nu vanaf.
In 2007 moest Jean-Pierre Bemba de Democratische Republiek Congo noodgedwongen verlaten na verloren presidentsverkiezingen. Daarbij nam hij destijds zijn presidentiële Boeing 727, registratie 9Q-CMC, mee en vloog naar Portugal. Op de luchthaven van het zonnige Faro staat het toestel nog altijd, bijna negentien jaar na aankomst.
Bemba vertrok naar Portugal om een beenblessure te laten behandelen die hij opliep tijdens gewelddadige confrontaties tussen zijn entourage en die van zijn tegenstander. Later werd hij door het Internationaal Strafhof in Den Haag veroordeeld voor mensenrechtenschendingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek. In 2018 werd Bemba vervroegd vrijgelaten uit de gevangenis in Scheveningen.
Bemba is inmiddels weer actief in de Congolese politiek en vervult daar op ironische wijze de rol van minister van Transport. Desondanks heeft Bemba zijn Boeing 727 nooit opgehaald, en het vliegtuig staat nog altijd te roesten. In Portugal is het geduld op; de luchthaven van Faro heeft daarom een ultimatum gesteld voor de presidentiële machine.
Binnen zestig dagen moeten de Congolezen het vliegtuig van de luchthaven verwijderen. Als zij dat niet doen, nemen de Portugezen de machine in beslag om deze te ontmantelen. Volgens betrokkenen zijn de motoren nog aanwezig, maar zijn de vloeistoffen nooit verwijderd. Daardoor is de kans dat het toestel ooit nog zal vliegen nagenoeg nihil.
Condor en Lufthansa
De Boeing 727-100 rolde in 1965 als D-ABIQ van de band en kwam bij Lufthansa in de vloot terecht. In 1968 droeg Lufthansa de Boeing over aan vakantievlieger Condor, waar het driemotorige toestel tot 1982 toeristen vervoerde. Vervolgens werd het vliegtuig in Zwitserland omgebouwd tot VIP-jet. De Boeing 727-100 is sinds januari 2007 officieel in handen van de Democratische Republiek Congo.


