De Verenigde Staten breiden hun vloot voor deportatievluchten verder uit. Opvallend is dat daarbij ook zakenvliegtuigen worden aangeschaft.
De luchtvaartmaatschappij valt onder de U.S. Immigration and Customs Enforcement (ICE) afdeling van de Amerikaanse regering. Aanvankelijk werden zes Boeing 737’s op de kop getikt om uitsluitend deportatievluchten uit te gaan voeren. Inmiddels liggen er plannen om de vloot uit te breiden met twee extra 737’s én twee Gulfstream G650-zakenjets.
Juist die laatste aankoop zorgt voor de nodige commotie in de Amerikaanse politiek. De twee Gulfstreams zouden samen zo’n 70 miljoen dollar kosten en beschikken over luxe voorzieningen, waaronder een queensizebed, douches, een keuken, meerdere televisies en zelfs een bar.
Een Democratische senator heeft inmiddels een verzoek ingediend om de rechtmatigheid van de aanschaf te laten onderzoeken. Volgens critici passen de toestellen totaal niet bij het doel van de ‘airline’. Bovendien blijkt uit de plannen dat de vliegtuigen straks ook ingezet worden voor reizen van hooggeplaatste functionarissen van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid.
Deportatievluchten
De oorspronkelijke zes toestellen worden aangeschaft bij Daedalus Aviation, gevestigd in de staat Virginia. Opvallend aan de overeenkomst is dat de CEO en de financieel directeur van Daedalus Aviation dezelfde functies bekleden bij een ander bedrijf, Salus Worldwide Solutions. Dat bedrijf heeft een afzonderlijk contract met DHS, met een waarde van bijna 1 miljard dollar, voor de ondersteuning van vrijwillige ‘zelfdeportatie’-programma’s. Lange tijd werden de omstreden vluchten uitgevoerd door chartermaatschappij Avelo Airlines. Maar door groeiende kritiek en teruglopende voordelen besloot het bedrijf haar focus te verleggen naar normale lijndiensten.


