Luchtvaartmaatschappij Air India voert per 1 mei een opvallend nieuw beleid in voor haar cabinepersoneel. Stewards en stewardessen die buiten een vastgesteld gewichtsbereik vallen, moeten mogelijk een deel van hun salaris inleveren.
Strikte grenzen op basis van BMI
Centraal in het nieuwe beleid staat de zogeheten Body Mass Index (BMI), een maatstaf die de verhouding tussen lengte en gewicht weergeeft. Medewerkers met een BMI tussen 18 en 24,9 worden gezien als ‘geschikt om te vliegen’ en behouden hun volledige salaris. Dat komt bij een lengte van 1,75 meter neer op circa 76 kilogram, wat een cabinemedewerker zou mogen wegen. Wie daarboven zit, wordt als te zwaar beschouwd. Volgens The Economic Times moet deze groep een beoordeling ondergaan en een deel van het salaris inleveren. Iemand met een BMI van 26 bij een lengte van 1,75 meter weegt circa 80 kilogram, wat in de categorie ‘overgewicht’ valt.
Controle vóór en na vluchten
Volgens het beleid worden BMI-metingen niet eenmalig gedaan, maar structureel, zowel vóór als na vluchten. Medewerkers van Air India die niet aan de eisen voldoen, worden direct van het dienstrooster gehaald en moeten een herbeoordeling ondergaan. Na een eerste evaluatieperiode van zeven dagen kan het personeel weer aan het werk als de resultaten voldoende zijn. In interne richtlijnen staat dat medewerkers die niet slagen voor de beoordeling op non-actief worden gesteld zonder loon totdat zij weer geschikt worden bevonden. Voor personeel dat als zwaarlijvig wordt aangemerkt, gelden directe maatregelen zoals het schrappen van diensten en loonverlies.


