Van fakenieuws moet hij niets hebben, kom bij hem niet aan met het idee dat contrails chemtrails zouden zijn. Maar achter de veroordeling van een Libiër voor de aanslag op een Pan Am-Boeing 747 die boven Lockerbie crashte als gevolg van een bomaanslag, zet Jan Stocklassa serieuze vraagtekens.
Even terug in de geschiedenis. Op 21 december 1988 voerde de Jumbo genaamd Clipper Maid of the Seas, registratie N739PA, vlucht PAN AM 103 uit van Frankfurt naar New York met een tussenlanding in Londen. De explosie in het vrachtruim vond krap een half uur na vertrek vanaf Londen Heathrow plaats, waarna machine in stukken uit elkaar viel boven het Schotse plaatsje. Alle 259 inzittenden (243 passagiers en 16 bemanningsleden) en 11 mensen op de grond kwamen om het leven.

Airbus A300 een F-14?
Aanvankelijk ging de verdenking uit naar Palestijnse terroristen, gesteund door Iran dat het neerschieten van een Airbus A300, registratie EP-IBU, door de Amerikaanse kruiser USS Vincennes in de Perzische Golf wilde wreken. Op 3 juli 1988 was vlucht IR655 vanuit Teheran opgestegen om na een tussenstop in Bandar Abbas te landen in Dubai. De lezing is dat de bemanning van de USS Vincennes het Pan Am-vliegtuig zou hebben aangezien voor een F-14-gevechtsvliegtuig. Om een aanval te voorkomen werden er twee raketten op het toestel afgevuurd. Alle 290 inzittenden (274 passagiers en 16 bemanningsleden) verloren het leven.


Geenszins te veronachtzamen
In zijn onlangs verschenen boek De man die uit de lucht viel vestigt Stocklassa de aandacht op tweetverkeer tussen Donald Trump in zijn eerste termijn als president van Amerika en de Iraanse president Hassan Rouhani. Die laatste herinnert aan die crash. Gelet op de huidige situatie in de wereld ook weer geenszins te veronachtzamen, mede gelet op een uitspraak van de door Stocklassa geïnterviewde Gary Sick: ‘Amerika is het machtigste land ter wereld, maar is slechts een paar honderd jaar oud. Iran is de oudste beschaving ter wereld met eveneens de langste ervaring ter wereld in het politieke spel. De vraag is wie er in zo’n strijd wint…’
Openlijke en logische wraak
Kort nadat generaal Qasem Solameini, de hoogste bevelhebber van Iran, op 3 januari 2020 op bevel van Trump was gedood tijdens een Amerikaanse droneaanval bij het Iraakse vliegveld in Bagdad, twitterde Trump dreigend: ‘Laat dit dienen als WAARSCHUWING dat als Iran een aanval onderneemt tegen Amerikaanse bezittingen, wij 52 door ons geselecteerde Iraanse doelen zullen aanvallen (…) DIE ZULLEN ZEER SNEL EN ZEER HARD WORDEN GETROFFEN.’
Rouhani reageerde niet minder agressief: ‘Zij die refereren aan het cijfer 52 moeten zich ook het cijfer 290 herinneren. #IR655. Bedreig nooit de Iraanse natie.’
Getallen die de vraag oproepen waarover dit in hemelsnaam gaat. Trump gaf in zijn tweet meteen duidelijkheid door te verwijzen naar de 52 Amerikanen die Iran vele jaren eerder gijzelde. De bestorming van de Amerikaanse ambassade in Iran vond plaats op 4 november 1979, de gijzelneming duurde 444 dagen, een Amerikaanse bevrijdingsactie op 24 april 1980, bekend als Operatie Eagle Claw mislukte, acht Amerikaanse militairen kwamen hierbij om. Stocklassa attendeert erop dat in de tweet van Rouhani niet is aangegeven waaruit de wraak van Iran destijds had bestaan. ‘Een mogelijk antwoord stond in een commentaar verder onderaan in de feed’, schrijft hij. ‘Vijf maanden nadat de Iran Air 655 was neergeschoten, ontplofte de Amerikaanse vlucht Pan Am 103 (…) met bijna evenveel doden. Het klonk als een openlijke en logische wraak. Oog om oog. Tand om tand.’
Pan Am-vlucht en agenten van de Libische geheime dienst
Aanwijzingen waren er echter ook dat de aanslag op Pan Am 103 geen wraakactie vanuit Iran betrof maar vanuit Libië. De toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan hield de Libische leider Muammar al-Qadhafi verantwoordelijk voor een bomaanslag op 5 april 1986 op discotheek La Belle in West-Berlijn. Daarom liet hij tien dagen later Amerikaanse gevechtsvliegtuigen (USAF en marine) specifieke militaire doelen in Tripoli en Benghazi aanvallen, waaronder de residentie van Al-Qadhafi. Niet Al-Qadhafi maar wel zijn dochter kwam hierbij om het leven.
De operatie veroorzaakte internationale spanningen, maar werd door Amerika beschouwd als een noodzakelijke vergelding tegen Libisch gesponsord terrorisme. In november 1991 gelastte de Schotse justitie de aanhouding van Abdel Basset al-Megrahi en Al-Amin Khalifa Fhima. Beide verdachten waren agenten van de Libische geheime dienst en werden gezien als de sleutelfiguren die ervoor hadden gezorgd dat de bomkoffer aan boord was gekomen van vlucht PAN AM 103.
Een gemeenschappelijk probleem
Alhoewel de tijdens de Libische protesten overgelopen minister van Justitie Mustafa Abdel-Jalil in een interview met het Zweedse dagblad Expressen stelde dat Al-Qadhafi opdracht had gegeven voor de aanslag op de Jumbo, is Stocklassa ervan overtuigd dat het toch echt om een Iraanse wraakactie gaat. De Zweedse onderzoeksjournalist trof een artikel in The Washington Post aan met de kop Hoe het verhaal over vlucht 103 verborgen werd gehouden. Stocklassa schrijft: ‘Volgens hooggeplaatste bronnen in het Witte Huis had premier Margaret Thatcher in maart 1989, slechts vier maanden na de Lockerbie-aanslag, gebeld met president George H.W. Bush om een gemeenschappelijk probleem te bespreken.
Omstreeks die tijd hadden beiden rapportages ontvangen waarin vermeld stond dat terroristen onder leiding van ayatollah Khomeini, de geestelijk leider van Iran, achter de aanslag zaten. Het onderzoek had de Britse en Amerikaanse veiligheidsdiensten geleid naar Ahmed Jibril, de leider van de Palestijnse terroristische organisatie PFLP-GC. De inlichtingendiensten beschikten over bewijzen dat Khomeini opdracht had gegeven voor de bomaanslag en Iran Jibril had ingehuurd om de taak uit te voeren. Maar Bush en Thatcher wisten dat de VS en Groot-Brittannië allebei niet konden terugslaan tegen Iran.’

Tal van vragen over Pan Am 103
Jan Stocklassa, die eerder een boek schreef over de moord op 28 februari 1986 op de premier van Zweden Olof Palme, beet zich erin vast. In zijn boek De man die uit de lucht viel laten zijn bevindingen zich lezen als een spannend verhaal, goed voor rode oortjes. Steeds meer antwoorden vindt de gedreven onderzoeksjournalist op tal van vragen waarvan ik er enkele noem. Wat is er gedaan met waarschuwingen die inhielden dat de Pan Am-vlucht misschien het doelwit zou worden van Palestijnse extremisten?
Wat was er de oorzaak van dat Roelof ‘Pik’Botha, de Zuid-Afrikaanse minister van Buitenlandse Zaken, de Pan Am 103 miste? Was de Zweed Bernt Carlsson, plaatsvervangend secretaris-generaal van de Verenigde Naties, mogelijk het doelwit? Wat was het belang van de Palestijnse terroristische organisatie PFLP-GC? Hield de aanslag op de Pan Am 103 verband met de moord op Olof Palme? Wat was de precieze oorzaak van de zogenaamde Camarate-crash op 4 december 1980? En hoe kon personeel in Frankfurt eigenlijk weten dat juist die ene specifieke koffer uit Malta moest doorreizen naar Londen?
Uit de toon
Alhoewel sommige zinnen voor het goede begrip herlezing verlangen, leest het boek vlot weg. Rut, de hond van Jan Stocklassa, een zwarte cockerspaniël, zorgt zo nu en dan voor welkome afleiding. Hetzelfde geldt voor zijn beschrijvingen van een aantal hotels waarin Stocklassa tijdens zijn zoektocht verbleef, het hem zo nu en dan voorgeschotelde eten en zijn voor mij o zo herkenbare liefde voor zijn Volvo.
Voor mensen met interesse voor de spelletjes die wereldwijd achter de schermen worden gespeeld, is het boek een absolute aanrader, waarbij ook de neutraliteit van Zweden in een geheel ander daglicht komt te staan. Zuid-Afrika, Portugese wapenoverschotten en de Beers-diamanten verschijnen bovendien van achter de coulissen ten tonele. De afbeelding op de kaft valt bij het gedegen onderzoekswerk van Stocklassa wel uit de toon. Het erop afgebeelde vliegtuig, een Boeing 737, komt in het hele boek niet voor. PAN AM 103 die op de kaft ook nog eens nadrukkelijk wordt genoemd, betrof zoals toch ook bij de uitgever als bekend mag worden verondersteld, een Boeing 747.

DE MAN DIE UIT DE LUCHT VIEL
Jan Stocklassa
Paperback | 320 pagina’s
ISBN 9789048876532
Uitgeverij Hollands Diep
2025 | € 24,99


