Israël houdt het luchtverkeer nog altijd strak in de greep. Eerder gold een limiet van slechts vijftig passagiers per vlucht wat inmiddels is verhoogd naar negentig. Toch blijft de capaciteit sterk beperkt. Er mag slechts één vlucht per uur vertrekken en het luchtruim blijft grotendeels ingeperkt.
Kleine versoepeling
De Israëlische overheid kiest voor een voorzichtige versoepeling van de regels op luchthaven Ben Gurion Airport. Vanaf zondag mogen airlines per vertrekkende vlucht maximaal negentig passagiers meenemen. Dat is een duidelijke stijging ten opzichte van de eerdere limiet van vijftig. Toch is de versoepeling relatief. De maatregel wordt stapsgewijs ingevoerd en kan op elk moment worden teruggedraaid afhankelijk van de veiligheidssituatie. De spanningen in de regio blijven immers hoog. Daarnaast overweegt de overheid om later nog extra capaciteit toe te staan. Het plan ligt op tafel om nog eens twintig reguliere stoelen en twintig stoelen voor humanitaire gevallen beschikbaar te maken. Die regeling is echter nog niet definitief.
Eén vlucht per uur
Ondanks de versoepeling blijft het luchtverkeer zwaar ingeperkt. Momenteel is slechts één vertrekkende vlucht per uur toegestaan op de luchthaven van Tel Aviv, schrijft aerotelegraph. Dat betekent dat de totale capaciteit nauwelijks toeneemt. Meer passagiers per toestel, maar nauwelijks extra vluchten, zorgt ervoor dat het aanbod van stoelen beperkt blijft. Voor reizigers vertaalt zich dat in schaarste, hogere prijzen en minder flexibiliteit. Dat effect werd eerder al zichtbaar tijdens de oorlog, toen veel internationale maatschappijen hun vluchten tijdelijk staakten en de nationale airline een dominante positie kreeg.
El Al onder vuur
Onlangs kondigde de Israëlische mededingingsautoriteit aan El Al een boete te willen opleggen van 121 miljoen shekel, omgerekend circa 32,7 miljoen euro. Volgens de toezichthouder heeft de airline tijdens de oorlog misbruik gemaakt van haar dominante positie. De maatschappij kreeg hierdoor een monopoliepositie. Op 38 van de 53 verbindingen was nauwelijks sprake van concurrentie, waaronder belangrijke routes naar Londen, Frankfurt en New York. De autoriteit stelt dat ticketprijzen in die periode gemiddeld met zestien procent zijn gestegen, met uitschieters tot 31 procent. In sommige gevallen zouden passagiers zelfs hogere tarieven hebben betaald terwijl vluchten niet volledig waren volgeboekt. Volgens de toezichthouder kwam daarmee de bewegingsvrijheid van burgers onder druk te staan, juist op een moment dat reizen essentieel was.


