Voor menig bezoeker van de Amsterdam Aviation Collectors Fair zal hij geen onbekende zijn. Ook dit jaar was Sergio Richardson weer een van de vele standhouders met een aanbod van vliegtuigschaalmodellen. Voor het laatst. Familieomstandigheden zetten hem aan tot het maken van andere keuzes.
Sergio was nog maar een peuter toen hij van zijn moeder zijn eerste vliegtuigschaalmodel kreeg. ‘Het was een groot model van een Boeing 747 van Pan Am en ik was er heel blij mee’, herinnert hij zich. ‘Algauw verraste ze mij ook nog met een helikopter. Op de Antillen, waar ik tot mijn achttiende heb gewoond, hoorde vliegverkeer er gewoon bij, we waren eraan gewend.’ Met de machines die hij er het meest zag, heeft hij nog altijd de meeste affiniteit.
Niet de juiste mensen
‘In onze tienerjaren gingen mijn broers en ik vaak spotten op Curaçao Airport’, vertelt Sergio. ‘Dat was ruim een uur lopen, maar dat hadden we graag over om die grote toestellen te zien en de kerosinegeur te ruiken.’ Hij droomde ervan luchtverkeersleider te worden. ‘Op Curaçao werkten de dingen in de jaren negentig allemaal nog een beetje anders. Ik kende niet de juiste mensen om in die wereld binnen te komen. Was dat wel het geval geweest, dan zou ik vanaf de havo naar Miami zijn gegaan voor de juiste opleiding en, zodra ik die zou hebben afgerond, op een van de eilanden zijn gestationeerd. Daarom ben ik naar Nederland vertrokken om daar naar de zeevaartschool te gaan. Van daaruit hoopte ik de overstap naar de luchtvaart alsnog te maken.’
Een heel andere wereld
Het liep allemaal anders. Sergio: ‘Mijn verhuizing van Curaçao naar Nederland, naar Rotterdam op precies te zijn, betekende dat ik ineens in een heel andere wereld belandde. Zeker als je als achttienjarige uit een warme gemeenschap komt en nog onschuldig en naïef bent, gaat zo’n omschakeling naar een wat meer harde samenleving toch wel met de nodige struggles gepaard. Van de zeevaartschool stapte ik over naar een managementopleiding.’
Opnieuw zat het Sergio niet mee, want het moment van zijn afstuderen viel in de tijd van de kredietcrisis. Zijn diploma ten spijt slaagde hij er niet in een passende baan te vinden. ‘Ik dacht: ik ga op de airport werken. Dat lukte. Eerst bij cargo, later bij Asito, een schoonmaakbedrijf. Ik zat bij de planning, wat inhield dat ik ploegen uitstuurde naar de kisten. Daarbij was het zaak ervoor te zorgen dat je de slots haalt. Het was een dynamische en stressende klus.’

Op het randje
Ineens deed zich een mooie kans voor. ‘Ze waren hier in Nederland bezig met een air traffic control-selectie’, zegt Sergio. ‘Omdat ik inmiddels 26 was, kon ik daaraan nog net meedoen, ik zat op het randje. Er waren maar liefst vijfhonderd gegadigden. Ik dacht: ik zie wel hoe ver ik kom. De eerste ronde bestond uit het maken van allerlei testen op het gebied van ruimtelijk inzicht, rekenvaardigheid, multitasking en het onthouden van allerlei informatie die tegelijkertijd binnenkomt. Ik kwam erdoor en mocht door naar de tweede ronde. Die betrof persoonlijke en psychologische testen. Opnieuw kwam ik erdoor. De laatste ronde was een leuke, want dat hield een gesprek in met ACT, waarbij ik allerlei luchtverkeersscenario’s kreeg voorgeschoteld en het aan mij was de vliegtuigen veilig te begeleiden. En weer kwam ik erdoor, ik had de selectie gehaald!’
Over het randje
Maar toen was het 11 september. De terroristische aanslagen die op die datum in 2001 plaatsvonden veroorzaakten een ongekende crisis in de wereldwijde luchtvaart. Er ontstond een structurele daling in de vraag naar vliegreizen. Sergio: ‘Starten met de opleiding tot luchtverkeersleider zat er op dat moment niet in. Toen de sector zich herstelde kon ik het wel vergeten, inmiddels te oud was ik over het randje gekukeld.’ Een collega van Sergio, ‘een soort moedertje voor me’, moedigde hem aan te solliciteren op een advertentie van IT. “‘Daar heb ik helemaal niets mee”, zei ik. “Jij bent een slimme jongen, je moet hier niet blijven”, meende ze. Mijn instelling is: werk is werk. Zo zie ik dat. Ik heb haar raad opgevolgd, ben aangenomen en altijd in de IT gebleven.’

Vliegtuigschaalmodellen als therapie
‘Ik ben dus nooit in de luchtvaartsector terechtgekomen, terwijl mijn passie daar wel altijd lag’, verzucht Sergio. ‘Toch ben ik mijn passie altijd trouw gebleven met het verzamelen van vliegtuigschaalmodellen. Die modellen geven mij rust, het sparen ervan zie ik als therapie. Door mijn collectie almaar verder uit te bouwen leerde ik steeds meer mensen kennen en kwam ik in de beurswereld terecht. Zo kwam ik in contact met zowel verzamelaars als mensen die werkzaam zijn in de luchtvaart. Heel leuk, al die verhalen. Bij veel van hen gaat, net als bij mij, heel veel terug naar het verleden: waarmee heb ik als klein jongetje gevlogen, wat vond ik een mooi vliegtuig, een mooie maatschappij, een leuk vliegveld? We hebben allemaal eenzelfde noemer: passie, vuur, verzamelen, vrijheid, reizen, contacten, alles!’ Met een lach vervolgt hij: ‘Nee, het is bepaald geen goedkope hobby!’
Een soort familie
‘Als je alleen maar vliegtuigschaalmodellen verzamelt, kom je uiteindelijk toch niet met zo heel veel mensen in aanraking’, stelt Sergio. ‘Je komt bij degene thuis waarvan je het model koopt, maakt een praatje, en dat is het dan. Maar als je naar beurzen gaat en daar zelf ook met een stand gaat staan, ga je reizen. Samen met zijn neef Jamie Richardson en Sven Schroder ben ik dat gaan doen. We begonnen heel klein en dan zijn de bezoekers van je stand afwachtend, wie zijn jullie nou? We bouwden onszelf steeds verder op, onze naam werd bekender en op een gegeven moment, als je al die beurzen bezoekt, ben je deel van een soort familie.’

Heel erg bereid
Als standhouder koopt Sergio dus niet alleen vliegtuigschaalmodellen voor de eigen verzameling maar ook om weer door te kunnen verkopen. Sergio: ‘Er zijn modellen waarvan ik weet dat die een bepaalde waarde hebben en die ik dan aan de man of vrouw kan brengen op die of die beurs. Je moet het ook een beetje inschatten. Het land bepaalt wat mensen bereid zijn uit te geven. Bezoekers van de Amsterdam Aviation Collectors Fair zijn heel erg bereid de beurs te trekken. Ze weten heel goed wat ze willen en hebben daarvoor vaak gespaard. In Amsterdam hoef je niet bang te zijn dat je niets verkoopt. Het is een van de grootste beurzen waar mensen uit de hele wereld op afkomen. De organisatoren maken ook heel grote stappen om er bekendheid aan te geven. Dat zie ik bij andere beurzen niet zo snel terug.’
Het moet wel leuk blijven
‘De beurs in Frankfurt is meer gericht op lokale verzamelaars, waarbij je steeds hetzelfde ziet’, zegt Sergio. ‘Hij wordt door slechts één persoon georganiseerd die dus heel veel alleen moet doen. Parijs heeft best veel aanbod met zeer mooie collectabels maar in een heel erg dure prijsklasse. Het gaat hier echt om duizenden euro’s. Je kunt een kleine auto kopen voor de prijzen die voor één zo’n vliegtuigschaalmodel worden gevraagd. En dan denk ik toch: het moet wel leuk blijven, het is maar een hobby. In de namen van al die beurzen zit niet voor niets het woord fair: het gaat om een faire prijs. Mensen moeten het gevoel krijgen iets te kunnen kopen voor een goede prijs. Ik ben ook wel eens naar Zürich geweest, maar daar draait het vooral om Zwitserse maatschappijen.’

Likkebaarden
‘Erg leuk en apart is de beurs in Heathrow fair, Engeland’, aldus Sergio. ‘Je vindt er exclusieve modellen voor redelijke prijzen. Engeland was destijds de trendsetter van reisbureaumodellen. Op deze beurs kom je ook mensen tegen die betrokken zijn bij het maken van bekende merken. Engeland is sowieso voor luchtvaartliefhebbers een leuk land om naartoe te gaan. Veel musea, vliegtuiggraveyards en ook London Heathrow blijft als luchthaven fantastisch als je veel vliegverkeer wilt zien.’ Toch gaat Sergio’s belangstelling niet zo zeer uit naar de machines die deze luchthaven aandoen. ‘Ik ben vooral geïnteresseerd in vliegtuigen die te maken hebben met mijn jeugd en mijn familie.’ Hij toont een model van een MD-80 van ALM Airlines. ‘Qua historie, qua affiniteit is de MD-80 voor mij het toestel.’ Naast “the Mad Dog” noemt hij de Boeing 747, 777, 737, 727, DC-10, MD-11 en de Airbus A330. Als maatschappijen scoren KLM en ALM goed bij hem, daarmee vloog hij het meest. Likkebaarden is het bij de herinneringen aan de blauwe 747’s die Sint Maarten aandeden.
Altijd duur
Een ander deel van Sergio’s hobby omvat het restaureren van vliegtuigschaalmodellen en ze van een andere livery voorzien. Hij laat een 1 op 72-model zien van een Boeing 747. ‘Die krijgt een jas aan van Iraqi’, zegt hij. ‘Ik koop oude modellen in en geef ze een metamorfose die de klant wenst. Ik heb het mezelf aangeleerd. Als jochie deed ik veel aan modelbouw. Dan moet je ook aan het werk met een kwast. Een kwestie van geduld en oefening baart kunst. Jamie en ik maken livery’s waar vraag naar is. Het gebeurt nog wel eens dat een schaalmodel een crash meemaakt. Ook dat knappen we weer op. Als er motoren ontbreken, heb ik een lijntje in Amerika waar iemand zit die een kopie maakt vanuit een harsoplossing. Dat laat ik dus doen. Inmiddels werkt die man ook met 3D-print. Jammer, want de kwaliteit van hars is beter. 3D is te licht en komt een beetje kitscherig over.’
Sergio haalt een plastic zakje tevoorschijn vol vliegtuigmotoren, alsof het een stel spruitjes zijn die bij de supermarkt bij elkaar zijn geschept. ‘Vliegtuigschaalmodellen restaureren is hetzelfde als oude auto’s restaureren’, vertelt hij. ‘Onderdelen zijn altijd duur, vaak niet te krijgen. Als ik nu op het internet op zoek ga naar een losse motor vanuit een harsoplossing, kom ik algauw prijzen tegen van twintig, dertig pond. Heftig prijskaartje.’
Iets bereiken voor een bredere groep
Sergio ging ook aan de gang met cutaway models, open vliegtuigschaalmodellen die een indruk geven van de binnenkant van een vliegtuig. ‘Ik ben wat gaan experimenteren met oude modellen’, zegt hij. Met een brede lach voegt hij eraan toe: ‘Het zag er eerst echt helemaal niet uit, verschrikkelijk. Maar ook hier was het weer een kwestie van geduld en oefening baart kunst. Uiteindelijk is het gelukt op een goedkope manier iets te bereiken voor een bredere groep. Niet alle verzamelaars zijn rijk. Slechts vijf procent heeft een dikke portemonnee. Als je gehoor geeft aan mensen met een minder goed gevulde beurs trek je meer mensen aan. Het wakkert energie aan.’
Het zit er niet meer in
Amper een week na dit interview zouden Sergio en zijn vrouw de deur van hun appartement in Den Haag definitief achter zich sluiten. ‘Mijn vader is ziek en ik ga mijn broer Ruben helpen met de zorg voor hem’, licht hij toe. ‘Mijn moeder leeft niet meer, hij is alleen en wil niet naar een tehuis. Mijn ouders hebben altijd voor ons gezorgd, nu is het aan ons het stokje over te nemen. Gelukkig kan ik vanuit Bonaire op afstand blijven werken voor mijn huidige werkgever. Natuurlijk stop ik niet met het verzamelen van vliegtuigschaalmodellen, maar de tijd dat ik een stand bemande op een luchtvaartbeurs is voorbij.’ Sergio schudt zijn hoofd. ‘Het opknappen van oude vliegtuigschaalmodellen zit er niet meer in want alles moet dan verscheept worden en dat is heel duur. Vanuit het kostenaspect kan ik dat echt niet meer doen.’

Een luchtvaartmuseumpje
Sergio’s ogen lichten weer op. ‘Maar wie weet kan ik op Bonaire ooit een luchtvaartmuseumpje beginnen! Op Curaçao is er één, het Aeronautiko Curaçao, opgericht door Cedric Bronswinkel. Zelf heeft hij nooit in de luchtvaart gewerkt, maar zijn zus was ooit purser bij ALM. Wat begon als een klein eerbetoon aan haar in een soort schuur, groeide uit tot een plek waar veel mensen langskomen. In een uur vertelt Cedric over de geschiedenis van de luchtvaart op de Antillen. Zoiets heb ik op Bonaire nog niet gezien.’
Heel veel goeds teweeggebracht
‘Onlangs heb ik in een Cessna 150 een vluchtje kunnen maken boven Curaçao’, gaat Sergio verder. ‘Gaaf! Al vond ik het wel enger dan in een grote jet. Je voelt de turbulentie veel meer. Maar nu ik terugga naar die kant van de wereld, ga ik misschien toch vliegles nemen. Op Bonaire willen ze iets lanceren met een elektrisch toestel. Ik kijk eerst hoe zich dat ontwikkelt, maar als het interessant is doe ik graag mee! Vliegen blijft zich toch almaar verder ontwikkelen. We moeten er zorgvuldig mee omgaan, uiteraard met het oog op het klimaat, maar we moeten ook niet vergeten dat het heel veel goeds teweeg heeft gebracht voor de mensheid. Je moet er toch niet aan denken dat je naar bepaalde plekken op de wereld, zoals Bonaire, alleen maar per schip kunt komen?’


