Ondanks de toenemende spanningen in de wereld en de steeds groter wordende tekorten in de luchtvaart, blijft het druk op Schiphol. Commercieel directeur Arthur Reijnhardt zegt daarover verbaasd te zijn.
De Israëlisch-Amerikaanse aanvallen op Iran hebben tot grote tekorten geleid in de luchtvaart. Direct na de uitbraak van de oorlog viel een enorm gedeelte van de mondiale vluchtcapaciteit weg door het grotendeels stilvallen van de airlines in het Midden-Oosten. Bovendien zorgde de daaropvolgende sluiting van de Straat van Hormuz door Iran wereldwijd voor grote olietekorten.
Desondanks blijft het ‘bomvol’ op luchthaven Schiphol, zegt commercieel directeur Arthur Reijnhardt in gesprek met radiozender BNR. ‘Als je kijkt naar de verstoringen in het systeem, dan verbaast het ons eerder hoe weinig de capaciteit op Schiphol op de korte termijn daardoor verstoord wordt. We zitten nog steeds bomvol op Schiphol.’
Volgens Reijnhardt zijn er verschillende indicatoren die wijzen op een piek in de meivakantie, waaronder de parkeercapaciteit, de winkels op de luchthaven en het benodigde veiligheidspersoneel. Deze zijn volgens de luchthaven vooralsnog te vergelijken met de cijfers van vorig jaar, maar ze zijn ook niet hoger dan in 2025: ‘we zijn gecapt op onze capaciteit.’
Brandstoftekorten
Hoewel het deels wegvallen van de airlines uit het Midden-Oosten relatief makkelijk wordt opgevangen door andere vluchten, lijkt de kerosineaanvoer een groter probleem te zijn. Schiphol wordt echter slechts ‘indirect’ geraakt door de tekorten. De luchthaven heeft een directe verbinding met Rotterdam, waar een groot depotstelsel is. Daardoor staat Schiphol ‘nog best een beetje vooraan in de rij.’
Een groter probleem zijn de partners in Azië. Deze zijn in grote mate afhankelijk van de olietoevoer uit het Midden-Oosten en hebben te kampen met grote tekorten. Dat leidt ook tot zorgen bij verschillende luchtvaartmaatschappijen als KLM. ‘Je kan misschien zelf wel naar Azië vliegen, maar je komt niet meer terug.’


