Het wordt een spannende week voor de Nederlandse luchtvaart. Op 21 april komt de Tweede Kamer bijeen voor het luchtvaartdebat. Diezelfde dag komen Europese transportministers bij elkaar om over de aanhoudende crisis in het Midden-Oosten te praten. Wat betekenen die ontwikkelingen voor de toekomst?
De Nederlandse luchtvaart staat onder grote druk, nu kerosineprijzen torenhoog zijn door de aanhoudende onzekerheid rondom de Straat van Hormuz. Daarnaast wil het kabinet de vliegbelasting verhogen. Daardoor zou Nederland het hoogste tarief van de Europese Unie voeren. Marnix Fruitema van BARIN maakt zich daar ernstig zorgen over. Up in the Sky stelde hem een aantal vragen.
Wat ligt er op tafel tijdens het luchtvaartdebat?
‘Het is tijd om na jaren van dralen en draaien eindelijk duidelijkheid te verschaffen aan een sector die van zo’n groot belang voor de economie is. Daarbij verwijzen we naar het Rapport Wennink die dit zo duidelijk heeft onderkend, maar ook naar bijvoorbeeld naar landen als Duitsland of Spanje waar een socialistische minister-president zich ondubbelzinnig uitspreekt met een miljardeninvestering in Spaanse luchthavens. Daarom is onze wens ook dat dit debat plaatsvindt op basis van feiten, niet emoties of politieke agenda’s.’
Welke stappen moet het kabinet dan nu nemen?
‘Ze moeten zich ondubbelzinnig scharen achter de luchtvaartsector en erkennen dat er reeds veel gebeurt op het gebied van duurzaamheid, minder uitstoot en minder geluid. Nog niet genoeg, maar we zijn een heel eind op weg. En het aantal vliegbewegingen van 478.000 moet geen punt zijn, maar een komma. Als de geluidsdoelen worden behaald moet er weer groei mogelijk zijn.
Daarnaast moet het kabinet investeringen in sustainable aviation fuel (SAF) stimuleren en de langeafstandsbelasting afschaffen. Dat besluit is toen genomen door het vorige kabinet in een geheel andere geopolitieke en economische context.’
Hoe staat dit debat ten opzichte van de huidige kerosinezorgen en wat betekent het voor de Nederlandse concurrentiepositie?
‘Buiten Nederland wordt er minachtend gesproken. Wij zijn het enige land dat praat over krimp en het verhogen van vliegbelasting. Geen enkel land begrijpt dat Nederland in de huidige tijd op deze manier naar de luchtvaart kijkt. We zijn groot en welvarend geworden door bereikbaarheid en ons investeringsklimaat, zaken die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De buitenwereld had juist verwacht dat wij, na discussies over krimp en havengelden, in de huidige crisis nog bij zouden draaien. En dat kan nog.’
Wat is het ergste doemscenario?
‘Dat is ontkennen dat de luchtvaart fors aan het verduurzamen is, het geluid afneemt en af gaat nemen, en ontkennen dat er een relatie bestaat tussen de sector en onze gehele economie. Dan ben je als kabinet de hele Tweede Kamer én de Nederlandse burger bewust op het verkeerde been aan het zetten.’
Als het kabinet de vliegbelasting alsnog verhoogt, wat betekent dat voor maatschappijen als KLM en Transavia?
Dan verslechtert de concurrentiepositie van KLM en Transavia, die toch al onder druk staat door de hoogste havengelden van de EU. Dan kiest de passagier meer en meer voor luchthavens over de grens, net als buitenlandse maatschappijen op Schiphol. Uiteindelijk gaat dat duizenden banen kosten. Daarom maken de vakbonden zich ook zoveel zorgen.
Het gaat overigens niet alleen om de concurrentie van luchtvaartmaatschappijen, maar ook van de hele Nederlandse staat. Als het ergste scenario gebeurt, neemt onze gehele bereikbaarheid af. Daarmee zal ook ons investeringsklimaat verschralen.’
Oproep aan het kabinet
BARIN roept het kabinet met klem op om kritisch te kijken naar een eventuele verhoging van vliegbelasting in het licht van de huidige ontwikkelingen. Daarbij wijst de organisatie naar landen als Zweden en Duitsland, die de belasting al hebben verlaagd of zelfs helemaal in de ijskast gezet. De luchtvaartkoepel vreest dat Nederland zichzelf volledig zal isoleren als de tarieven toch omhoog gaan.
KLM waarschuwt
Het kabinet wil drie soorten vliegbelastingen invoeren: 29,40 euro op korte vluchten, 47,24 euro voor middellange vluchten en 70,86 voor lange vluchten. Op lange vluchten is dat bijna 2,5 keer zoveel als nu. KLM waarschuwt het kabinet, net als BARIN, voor de effecten van de verhoging. De luchtvaartmaatschappij wil de tarieven gelijk schalen aan omringende landen, om zo de concurrentiepositie te behouden.


