De luchthaven van Palm Beach in Florida wordt in een nieuw jasje gestoken. Althans, als de plannen doorgaan om het vliegveld naar president Trump te vernoemen. Niet iedereen is even blij met ‘Donald Trump Airport’. Een piloot stapt nu naar de rechter om het aan te vechten.
Palm Beach International Airport in Florida wordt met enige regelmaat gebruikt door president Donald Trump. De Amerikaanse president heeft een verblijfplaats in Mar-a-Lago. Het familiebedrijf van Trump deed de aanvraag voor de naamsverandering van het vliegveld, en gouverneur van Florida Ron DeSantis heeft zijn handtekening onder het wetsvoorstel gezet. Daarmee heet de luchthaven vanaf 1 juli officieel Donald J. Trump International Airport. Tenminste, als de Federal Aviation Administration daarmee akkoord gaat.
Maar niet iedereen in de republikeinse staat is blij met de potentiële naamswijziging. Piloot George Poncy Jr noemt het “illegaal.” Daarom heeft hij nu een rechtszaak aangespannen. De luchthaven is eigendom van Palm Beach County. Zo’n county heeft een lokale overheid die haar eigen beslissingen mag nemen. De gouverneur van Florida heeft al zijn handtekening onder het wetsvoorstel gezet en gaat daarmee over de soevereiniteit van de county heen.
Daarnaast maakt de piloot zich zorgen om de veiligheid als de luchthaven daadwerkelijk tot Donald Trump Airport wordt gedoopt. Hij is bang dat er verwarring ontstaat, en als je niet op de hoogte bent van de actuele informatie piloten daarmee in de problemen komen met het navigeren. Ook hangt er een behoorlijk prijskaartje aan de naamsverandering: een slordige 5,5 miljoen dollar. Dat vindt Poncy niet eerlijk voor de belastingbetaler.
Omstreden privéjets
Donald Trump ligt vaker onder vuur als het gaat om rechtmatigheid. Vorige maand diende een democratische senator een verzoek in om de aanschaf van privéjets te onderzoeken. Volgens critici worden die toestellen niet gebruikt waarvoor ze eigenlijk bedoeld zijn: namelijk deportatievluchten. Nu blijkt dat hooggeplaatste functionarissen van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid er ook mee gaan reizen.


