De oliecrisis als gevolg van de oorlog in Iran hangt nog altijd als een donkere wolk boven de volledige luchtvaartsector. Luchtvaartmaatschappijen moeten hun ticketprijzen aanpassen als gevolg van de torenhoge prijs voor een olievat. Ryanair-baas Michael O’Leary ziet te midden van die crisis kansen voor zijn eigen airline.
Het optimisme van de Ryanair-baas komt bij het hedgen vandaan. Hedgen is een soort kansspel van luchtvaartmaatschappijen. Ze kopen brandstof in tegen een bepaalde prijs. Airlines die hier niet aan meedoen kunnen bijvoorbeeld goedkopere tickets aanbieden wanneer de olieprijs daalt, maar wanneer deze stijgt zullen ze hun prijzen harder moeten verhogen dan maatschappijen die van tevoren wel tegen een bepaalde prijs hebben ingekocht. Luchtvaartmaatschappijen die wel hebben ge-hedged staan op dit moment sterker, omdat zij minder onderhevig zijn aan de hoge kerosineprijzen.
Dat hedgen kan per jaar gaan, maar ook per kwartaal. Ryanair heeft bijvoorbeeld voor het hele jaar 80 procent kerosine ingekocht. Rivaal easyJet, ook een grote hedger, heeft voor het tweede halfjaar van 2026 maar 62 procent ingeslagen. WizzAir slechts 55 procent en SAS helemaal niks. Dat komt de CEO van de Ierse prijsvechter stiekem wel goed uit. Het feit dat ze voor 80 procent hebben ingekocht, in combinatie met de belofte van oliebedrijven dat Europa tot tenminste juni geen tekorten zal hebben, biedt zijn maatschappij kansen. Volgens O’Leary kan Ryanair daardoor haar vliegtarief misschien zelfs verlagen, en passagiers ‘stelen’ van andere maatschappijen.’
Verlaagde havengelden
De situatie rondom de kerosinecrisis blijft onzeker. Het ziet er vooralsnog niet uit dat de Straat van Hormuz, belangrijk voor de aanvoer van olie, snel weer zal openen. Daarom grijpt Schiphol alvast in. De luchthaven geeft een jaar lang tien procent korting op de havengelden. Dat is naar eigen zeggen nodig om de internationale bereikbaarheid van Nederland te waarborgen. De korting geldt overigens alleen op dagvluchten, niet op nachtvluchten.


