Airbus blijft goede zaken doen, met de A320-familie als topfavoriet. Toch vallen de kwartaalcijfers van de Europese vliegtuigbouwer tegen. Het aantal afleveringen blijft achter op concurrent Boeing.
Het eerste kwartaal van 2026 verliep voor Airbus niet zoals gehoopt. In de eerste drie maanden van dit jaar leverde de Europese vliegtuigfabrikant 114 vliegtuigen af. Dat is een daling van zestien procent ten opzichte van vorig jaar. Boeing mocht zich de grote winnaar van het eerste kwartaal noemen. De Amerikaanse concurrent leverde 143 vliegtuigen af, dat is een groei van tien procent vergeleken met Q1 van 2025. 114 daarvan waren Boeing 737 MAX-toestellen. Daarmee is Airbus voor het eerst sinds 2018 gepasseerd door de Amerikanen als het gaat om leveringen.
Dat Airbus achterblijft, heeft alles te maken met productieproblemen bij Pratt & Whitney. Dat bedrijf levert de Geared Turbofan-motoren die onder vliegtuigen uit de A320neo-familie hangen. De motorfabrikant heeft echter grote moeite om voldoende motoren af te leveren. Daardoor mist Airbus haar streven om 75 A320’s per maand af te leveren. CEO Guillaume Faury is daar gefrustreerd over en zegt dat zijn bedrijf het eerste deel van 2026 ‘lijdt.’
Van korte duur
Toch is de winst voor Boeing waarschijnlijk van korte duur. Als de problemen bij Pratt & Whitney zijn opgelost, kan Airbus weer op volle sterkte vliegtuigen afleveren. Daarnaast kampt Boeing nog altijd met de vertraagde certificering van de 737 MAX 10. Er staan ruim 1200 bestellingen in het orderboek, maar zolang de FAA de machine niet goedkeurt kan de Amerikaanse vliegtuigfabrikant er niet mee aan de slag. Boeing zit met het toestel in de laatste testfase, maar heeft nog problemen met het anti-icing-systeem van de motoren.


