Ik hoor op dinsdagmiddag dat Lula op woensdagmiddag een fles champagne leeg zal gieten op de neus van een Saab Gripen. In een hangar op het vliegveld van Gavião Peizote, de testbasis van Embraer. 300 kilometer ten noorden van São Paulo. Een vliegveld met vijf kilometer startbaan, en de kraamkamer van de C-390’s die onze luchtmacht heeft aangeschaft.
Maar het is wel vijf uur rijden, van waar ik zit. Een snelle ronde Whatsapp leert dat erheen vliegen met een Corisco of Tupi (hier in licentie gebouwde Pipers) er niet meer in zit, op deze korte termijn. Zeker gezien de ontelbare paniekerige Notams, in verband met de komst van Lula en zijn staf.
Eerste in Brazilië gebouwde Gripen
Maar al is de journalistieke soep waterig, het is wèl een bijzondere Gripen. De eerste volledig in Brazilië gebouwde. Dat is nieuws, want voorheen was elke Gripen een soort Braziliaans-Zweedse lata lixo, een vuilnisbakkie. Een container vol onderdelen kwam uit Zweden, waar met een hele zwik Braziliaanse subsystemen een straaljager uit opgebouwd werd. Dat moest anders, vonden zowel de Zweden als de Brazilianen. En dus was er opeens een tot de laatste schroef Braziliaanse Gripen, compleet in mekaar gezet door Brazilianen m/v.
Bijkomend meevallertje voor het belang van dit schrijfsel is dat de Gripen opeens flink in de belangstelling staat. Een vriend van me uit Amerika meldt, zonder dat ik erover begonnen ben, dat de naam ‘Gripen’ daar elke dag valt. Omdat Canada overweegt het toestel aan te schaffen, en de aanschaf van de F-35 te verzaken. U begrijpt waarom. Ik moet opeens denken: als we vooruit had kunnen kijken had die Gripen ook in Nederland een goeie kans gemaakt. U begrijpt waarom.
Mede ook omdat de aanschafprijs van beide toestellen ongeveer hetzelfde is, maar de gebruikskosten van de Gripen spectaculair veel lager uitkomen. Die sluwe Amerikanen zullen dat wel bedacht hebben, om de Hollandse boertjes een loer te draaien. Ik heb het dan over de in de marketingwereld vermaarde HP-Printer-truuk: je verkoopt een apparaat voor een habbekrats, om de klant vervolgens decennia lang leeg te kloppen met peperdure onderdelen en software-upgrades.
Die Gripen is dus toch een soort wereldnieuws. Een kleine extra reden om te gaan. Maar het is al dinsdagavond. En morgen is het al woensdag. Ik probeer qua zingeving nog uit te vinden of er een aerobatic demo van het toestel te verwachten valt. Maar vriend Kevin, werkzaam op de marketing-afdeling van Embraer, meldt dat dat niet het geval zal zijn.
Dan zal het een vrijwel zeker een kwestie zijn van een paar juichende toespraken, over de perfecte samenwerking, en de overbekende hands-across-the-sea, en dan een gordijn dat – retteketet – wegschuift. Dat soort vertoningen, daar heb ik er al twintig van gezien. En dan is vijf uur in een Uber opeens wel weer heel erg veel…
Anderzijds: de Saab Gripen heeft al wel mijn hart. Lange traditie van prachtige vliegtuigen, met prachtige Scandinavisch-mythologische namen, die ik al zestig jaar lang volg: Tonnen, Draken, Viggen, Hexen, Gripen…
Maar er moet nog een accreditatie geregeld worden ook! Ik verstuur lukraak wat artikelen en brieven richting van de mij al bekende Embraer-PR-medewerker Enrico, eigenlijk hopend op een afwijzing. Er is ook nog een deadline. Maar die haal ik. Vijf minuten voor de deadline komt het akkoord binnen.
Dan nog een Uber! Vijf uur, van Sao José dos Campos naar Gavião Peixote. Vijf uur. Vijf uur. Vijf uur? Heb ik daar wel zin in? Vijf uur met een corpulente vijftiger over voetbal praten, in moeizaam Portugees? Ik zit wat te klikken op mijn iPhone, en gelukkig cancelt ene na de andere Uber-chauffeur de rit.
Maar opeens komt er een bijzondere aantrekkelijke dame binnenzeilen. Lana, motorista Uber. Tsja, dat is natuurlijk weer iets anders. De werkelijkheid valt bepaald niet tegen. Ontzettend leuke meid ook. Ze moet wel honderd euro extra hebben voor de terugreis. Want dat heeft Uber verkeerd berekend, zegt ze. Oké…vandaar al die cancelations.
Wat ze er niet bij vertelt, is dat haar nogal wrakkige Volkswagen Pipo op een soort aardgas rijdt, die niet overal verkrijgbaar is. Om de honderdvijftig kilometer moeten we op zoek naar het goedkoopste pompstation, dat ze razendsnel vingerend op haar iPhone, feilloos weet te vinden. Natuurlijk bevindt zich dat geregeld in een soort favela. En elke keer moet ik bij het tanken uitstappen. Ondanks mijn gammele heupgewrichten. Dat is voorschrift.
Half twee ’s nachts komen we het plaatsje Gavião Peixote binnenrijden. Een soort Lunteren, maar dan in Minas Gerais. Er loopt letterlijk één hond, en er staat een klimrek op het dorpsplein te glimmen in het maanlicht. Voor de rest niets. Het door Google beloofde hotel is potdicht. Op een half uurtje rijden is er nog wel een hotel open, meldt Lana, na één telefoontje. Twintig euro per nacht. Dat kan niet veel zijn, en dat is het dan ook niet.
De volgende dag zit ik zo brak als een konijn in een hangar met voor me een groot gordijn. Een video met het volkslied wordt getoond. Afgrijselijk slecht gespeeld. De toeters en bellen van een stel tieners schetteren alle kanten op. Raar. Tot ikdoorkrijg dat de fanfare nog geen kilometer hier vandaan staat te toeteren. Het is de lokale jeugdband van Gavião Peixote. Wel geniaal idee van zo’n groot bedrijf om juist op die manier lokale PR te bedrijven. Complimenten!
Want verder is er geen gebrek aan VIP’s, hot shots en bobo’s. De chef van de luchtmacht doet een woordje. En de minister van defensie. En natuurlijk een Zweed, ben vergeten wie. En natuurlijk Neto, de grote baas van Embraer. Die ken ik! Ik irriteerde hem twee jaar geleden duidelijk, tijdens een pers-presentatie, met de vraag: “Komt er nu wel-niet-wel-niet een concurrent van de B737 en de A320, van Embraer?”
En dan Lula. In alle rust giet hij de fles champagne half leeg op de sierlijke neus van de Gripen, vriendelijk grijnzend naar duizend iPhones, die met gestrekte armen in de lucht worden houden.
“Lula ladrao!”, moet ik schreeuwen van vriend Thiago. ‘Lula dief’. Dat doe ik natuurlijk niet, want ik vind het een toffe peer.
Maar ik weet dat Thiago nogal religieus is, dus ik app hem terug dat ik geschreeuwd heb: Luiz, voḉe é o caminho, e a verdade, e a vida! Dat zal hem leren. En voor mij een klein stukje zingeving van deze barre tocht.
Nu de terugreis nog.


