Het Britse easyJet neemt sneller afscheid van de kleinere Airbus A319. Oorspronkelijk was het plan om de toestellen geleidelijk richting 2030 uit te faseren, maar nu verdwijnen ze uiterlijk in september 2029 al uit de vloot. Het plan is om de A319’s te vervangen door grotere en efficiëntere toestellen binnen de A320-familie, zoals de Airbus A320neo en Airbus A321neo. Daarmee wil de maatschappij meer stoelen per vlucht kunnen aanbieden en de kosten per stoel verder verlagen.
Versneld afscheid van de A319
Tijdens een presentatie lichtte CFO Jan de Raeymaeker toe: ‘We brengen deze voordelen naar voren door de uitfasering van de A319 vloot te versnellen.’ Hij voegde daaraan toe dat alle A319 toestellen nu de vloot zullen verlaten tegen het einde van FY29, waarbij zes extra toestellen al in FY28 verdwijnen ten opzichte van het eerdere plan. De versnelling volgt op een herzien investerings- en leveringsschema van Airbus, waarbij meer nieuwe neo toestellen sneller beschikbaar komen, waardoor de maatschappij eerder kan opschalen in capaciteit en tegelijkertijd de gemiddelde kosten per stoel verder kan drukken.
Grotere vliegtuigen
De kern van de strategie ligt in het vergroten van de capaciteit per vlucht door de overstap naar de Airbus A320neo en Airbus A321neo. Die toestellen kunnen aanzienlijk meer stoelen bieden dan de A319. Volgens easyJet leidt dit tot ongeveer 250 miljoen pond aan extra jaarlijkse kostenbesparingen in de boekjaren 2027 en 2028. De strategische logica is helder: op drukke en slotbeperkte luchthavens zoals Schiphol kan de maatschappij niet onbeperkt extra vluchten toevoegen, waardoor het vergroten van het aantal stoelen per toestel de belangrijkste route is naar groei.
‘Upgauging’ een belangrijke pijler
Ondanks de snellere uitfasering van de kleinste toestellen groeit de totale vloot van easyJet in de komende jaren. Het bedrijf verwacht dat het aantal toestellen stijgt van 356 in oktober 2025 naar 389 in september 2028, mede doordat het aantal leveringen van Airbus A320neo en Airbus A321neo fors toeneemt. Tegelijkertijd stijgt de gemiddelde stoelcapaciteit per vliegtuig van 182 naar 192 stoelen, wat de operationele efficiëntie verder moet verbeteren. De maatschappij benadrukt dat deze ‘upgauging’ een belangrijke pijler vormt onder de financiële strategie, samen met groei van de vakantiedivisie en het terugdringen van seizoensverliezen. De combinatie van meer toestellen, grotere vliegtuigen en hogere bezettingsgraad moet op termijn zorgen voor een stabieler en winstgevender netwerkmodel binnen het sterk concurrerende Europese lowcostsegment.
Voorbeeld Transavia
Transavia liet al zien dat het inzetten van grotere vliegtuigen duidelijke voordelen oplevert. Waar de 737-800 ongeveer 189 stoelen telt, biedt de A321neo circa 232 stoelen, een capaciteitsgroei van ruim twintig procent. Daarmee kan Transavia meer passagiers vervoeren binnen dezelfde schaarse slots op luchthavens zoals Schiphol, waar uitbreiding in frequenties nauwelijks mogelijk is. Ook bij easyJet speelt datzelfde principe een centrale rol, al ligt de uitgangssituatie anders met de kleinere Airbus A319.


