Het Delftse studententeam AeroDelft heeft op Rotterdam The Hague Airport de allereerste taxitests uitgevoerd met een waterstofvliegtuig. Tijdens het experiment werden onder meer tankprocedures en de eerste taxibewegingen getest. De resultaten bieden belangrijke inzichten voor zowel de ontwikkeling van het toestel als de verdere uitrol van waterstofinfrastructuur op luchthavens.
Tanken, testen en taxiën
Tijdens de testweek werkte AeroDelft intensief samen met partners op en rond Rotterdam The Hague Airport om het volledige grondproces van waterstofvliegen in de praktijk te brengen. Het team voerde meerdere experimenten uit met gasvormige waterstof, waaronder het veilig tanken op de luchthaven, het testen van het aandrijfsysteem en de eerste gecontroleerde taxirit van het toestel op een operationele start- en landingsbaan. Volgens Isha Moharir markeert dit een belangrijke stap in de ontwikkeling van het project: ‘We hebben verschillende grondtests gedaan met gasvormige waterstof. Zo hebben we waterstof kunnen tanken op de luchthaven, tests uitgevoerd met het aandrijfsysteem van ons vliegtuig en voor het eerst op een operationele luchthaven kunnen taxiën met het toestel.’

Van lab naar luchthaven
Eerder testte AeroDelft al verschillende systemen in laboratoria, waaronder de volledige aandrijflijn op vloeibare waterstof. De stap naar een echte luchthaven betekent dat de technologie nu wordt gevalideerd in een complexe operationele omgeving. Samen met onder meer de TU Delft en testpiloten Alexander in ’t Veld en Hans Mulder, verbonden aan het TU Delft Flight Test Laboratory, werden uitgebreide analyses en een operationeel testplan opgesteld. Moharir benadrukt dat daarbij veiligheid centraal staat: ‘We doen geen enkele concessie op veiligheid.’ De opgedane kennis uit deze fase moet uiteindelijk bijdragen aan een vliegtuig dat binnen enkele jaren op vloeibare waterstof kan vliegen, met een veel hogere energiedichtheid en een verwachte vluchtduur van circa twee uur.


