Precies vandaag, maar dan in 1982, brachten A-4 Skyhawks van de Argentijnse marine het Britse fregat HMS Coventry tot zinken. Dit gebeurde tijdens de Falklandoorlog, toen beide landen een conflict uitvochten om de Falklandeilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan. Vlaggenschip van de Argentijnse marine was het vliegdekschip Veinticinco de Mayo (“25 mei“), de voormalige Karel Doorman van de Koninklijke Marine. Wat zou er gebeurd zijn als Nederland haar vliegdekschip niet had verkocht aan Argentinië?
De Falklandeilanden zijn sinds 1841 Brits territorium. Tot op de dag van vandaag claimt Argentinië echter de eilanden als haar grondgebied. Op 2 april 1982 bezette Argentinië, destijds een militaire dictatuur, de eilanden na een korte schermutseling. De Britse regering, onder leiding van premier Margaret Thatcher, besloot dat de eilanden terugveroverd moesten worden. Een amfibische strijdmacht met twee vliegdekschepen en een aantal marineschepen, zette koers naar de zuidelijke Atlantische Oceaan. Aan boord van de vliegdekschepen Invincible en Hermes waren totaal ongeveer twintig Sea Harriers, naast Wessex en Sea King helikopters. Later werd dit nog aangevuld met een aantal Harriers van de Royal Air Force en extra Royal Navy Sea Harriers.
Skyhawks opereerden vanaf vliegdekschip
De Argentijnse luchtmacht en marine was numeriek in het voordeel, met in totaal bijna 100 gevechtsvliegtuigen van diverse types, waaronder McDonnell Douglas A-4 Skyhawks, Dassault Super Etendards en Dassault Mirage III’s en IAI Daggers, een variant van de Mirage V. Zowel de Argentijnse luchtmacht als de marine beschikte over Skyhawks. Een deel van de A-4Q Skyhawks van de Aviación Naval Argentina opereerde vanaf het vliegdekschip 25o de Mayo.
Nederland verkoopt vliegdekschip aan Argentinië
In 1969 verkocht Nederland haar vliegdekschip Karel Doorman aan Argentinië. Aanvankelijk vloog de Argentijnse marine met F9F Cougar en F9F Panther straaljagers vanaf de voormalige Doorman. Deze werden in de jaren 70 vervangen door Amerikaanse A-4Q Skyhawks, die samen met S-2 Trackers en Sea King helikopters opereerden vanaf het vliegdekschip. Tijdens de invasie van de Falklandeilanden in april 1982 ondersteunde het schip de landingen van Argentijnse mariniers. Nadat een Britse onderzeeër de Argentijnse kruiser General Belgrano tot zinken bracht, trok Argentinië de 25o de Mayo terug. Uit angst dat het vliegdekschip ook verloren zou gaan, nam het niet meer deel aan de strijd. De Argentijnse Skyhawks opereerden noodgedwongen vanaf vliegbasis Rio Grande in het zuiden van Argentinië. Dit beperkte het operationele bereik van de toestellen aanzienlijk.
Feestdag
25 mei is een nationale feestdag in Argentinië, waarop sinds 1811 “De Dag van Revolutie” wordt herdacht. Voor Argentinië was deze dag in 1982 extra glorieus, want naast de HMS Conventry werd ook de MV Atlantic Conveyor succesvol aangevallen. Twee Super Etendards bewapend met Exocet antischeepsraketten brachten dit containerschip tot zinken. Aan bood van dit transportschip waren elf Chinook en Wessex helikopters, naast grote hoeveelheden voorraden, onderdelen en munitie. Dit was een gevoelig verlies voor de Britten. Slechts één Chinook en één Wessex helikopter konden worden gered. Die Chinook (ZA718/BN “Bravo November”) werd als enige zware transporthelikopter dan ook volop ingezet bij de strijd om de Falklands. Door het ontbreken van voldoende transporthelikopters moesten de Britse troepen echter bij de herovering van de eilanden alles te voet afleggen.

Overgave
Op 21 mei 1982 landden de eerste Britse commando’s op East Falkland, het hoofdeiland van de eilandengroep. In de dagen erna kwamen daar nog enkele duizenden Britse militairen bij. Allemaal kwamen ze met landingsschepen aan land op de stranden aan de noordoost kant van East Falkland. Uiteindelijk duurde het nog meer dan drie weken, voordat het gehele eiland was heroverd op de Argentijnen. De opmars van de Britten werd aanvankelijk vertraagd door luchtaanvallen door straaljagers van de Argentijnse luchtmacht en marine. Ook had de Britse strijdmacht een tekort aan voldoende helikopters voor tactisch luchttransport, een gevolg van het verlies van de Atlantic Conveyor. De Britse soldaten konden wel rekenen op de Harriers van Royal Air Force. Deze Harrier GR.3s zijn juist uitgerust om grondtroepen te ondersteunen (“close air support”). Kort na de val van hoofdstad Port Stanley en het bijbehorende vliegveld, tekende een Argentijnse generaal op 14 juni de overgave.
Verliezen
Aan beide zijden werden aanzienlijke verliezen geleden. De Britse Royal Navy verloor zeven schepen, waaronder de Atlantic Conveyor. Een aantal andere Britse marineschepen raakten beschadigd door Argentijnse aanvallen. Vijf Britse Harriers werden neergeschoten, alle door Argentijnse luchtafweer. In totaal verloren de Britten 25 helikopters, waaronder de negen aan bood van de Atlantic Conveyor. Nog eens vijf Harriers gingen verloren door ongevallen. In totaal kwamen meer dan 250 Britse militairen om tijdens de strijd om de Falklands.
Oorlogsbuit
De Argentijnse marine verloor een vijftal schepen, waaronder de kruiser General Belgrano. In de lucht leden de Argentijnse luchtmacht en marine ook aanzienlijke verliezen. Maar liefst 45 vliegtuigen en helikopters werden neergeschoten door de Britten. Nog eens 28 toestellen gingen verloren door andere oorzaken zoals Brits vuur of ongevallen. Een vergelijkbaar aantal toestellen werd door de Argentijnen achtergelaten na de overgave. Hieronder waren maar liefst elf IA.58 Pucara’s. Dit tweemotorig aanvalsvliegtuig kon als één van de weinige typen landen en opstijgen vanaf korte airstrips op East Falkland. Zes Pucara’s zijn door de Britten mee teruggenomen als “oorlogsbuit”. 650 Argentijnse militairen kwamen om tijdens het conflict. De luchtoorlog betekende een grote overwinning voor de Britten, met name dankzij de Harrier. De Sea Harriers van de Royal Navy schoten 21 (!) Argentijnse toestellen neer, terwijl geen enkele Harrier fataal werd geraakt door een Argentijns vliegtuig. De AIM-9L Sidewinder hittezoekende raket heeft veel bijgedragen aan het succes van de Sea Harrier tijdens de Falklandoorlog.
Wat als… Nederland haar vliegdekschip niet had verkocht?
Zou de geschiedenis veel anders zijn gelopen als Nederland haar vliegdekschip niet aan Argentinië had verkocht, maar bijvoorbeeld zelf langer had gehouden? Zou Argentinië dan de Falklands niet hebben aangevallen? Dat laatste is niet waarschijnlijk. Toen Argentinië in 1969 de Karel Doorman kocht, had het al een vliegdekschip. Dat was zelfs een zusterschip uit de “Colossus klasse”, maar met minder krachtige stoomkatapulten. Daarom werd dat schip, de Independencia, in 1970 buiten dienst gesteld. Zonder de gemoderniseerde Karel Doorman zou Argentinië wellicht een andere carrier hebben gekocht, of zou de Independencia zijn gemoderniseerd.
Skyhawk in plaats van NF-5?
En hoe zou het de Karel Doorman vergaan zijn, als Nederland haar vliegdekschip niet had verkocht? Na een brand aan boord van de Karel Doorman in 1968 werd reparatie te kostbaar geacht. Het beschadigde schip werd voor 10 miljoen gulden verkocht aan Argentinië, waarna het schip bij de Nederlandse scheepswerf Wilton-Fijenoord werd hersteld. In diezelfde periode schafte Nederland ruim honderd NF-5’s aan, ter waarde van 600 miljoen gulden. In plaats van de aanschaf van NF-5 gevechtsvliegtuigen, had Nederland dit geld ook kunnen gebruiken voor de reparatie en modernisering van de Karel Doorman én de aanschaf van één of twee squadrons (25 tot 50) A-4 Skyhawks. Liefhebbers van maritieme luchtvaart hadden dit ongetwijfeld geweldig gevonden, maar wat moet Nederland met een vliegdekschip uitgerust met straaljagers? Nederland had juist vanaf 1960 de Hawker Seahawk straaljagers van boord gehaald en aan de wal gestationeerd.
Onderzeeboot
Na de overdracht van Nieuw-Guinea in 1962, had Nederland alleen nog overzeese gebiedsdelen in “de West” (Suriname en de Antillen). Voor de verdediging daarvan was een vliegdekschip met aanvalscapaciteit te kostbaar en eigenlijk niet nodig. De Nederlandse regering had daarom in 1963 al besloten om het schip rond 1970 buiten dienst te stellen. De marine zou zich gaan richten op onderzeebootbestrijding (ASW, anti submarine warfare) in de Atlantische Oceaan, samen met NAVO-bondgenoten.

Crisis
Een vliegdekschip is voor onderzeebootbestrijding niet essentieel. Het zou Nederland wel een bijzonder positie binnen de NAVO hebben gegeven, omdat alleen Frankrijk en Groot-Brittannië in die tijd beschikten over vliegkampschepen. Vanaf 1960 had de Doorman al geen jachtvliegtuigen meer aan boord, maar alleen nog Grumman S-2 Trackers (een onderzeebootbestrijdingsvliegtuig) en Sikorsky S-58 helikopters.
In 1973 en 1979 volgden twee oliecrises, met vanaf eind jaren zeventig een economische crisis. Ongetwijfeld zou het vliegdekschip slachtoffer zijn geworden van bezuinigingen in de jaren zeventig en tachtig. De marineluchtvaartdienst (of de luchtmacht) had dan de A-4 Skyhawks kunnen aanhouden als licht aanvalsvliegtuig, in plaats van de NF-5. Misschien zouden de Turkish Stars dan nu hebben gevlogen met A-4 Skyhawks in plaats van tweedehands ex-Nederlandse NF-5’s?






























