Op het gebied van duurzaamheid heeft KLM grootse ambities, en daarom vormt de bouw van een nieuwe fabriek in Delfzijl een belangrijke mijlpaal voor de Nederlandse luchtvaartmaatschappij.
In Delfzijl vierden KLM en SkyNRG donderdag de bouw van een nieuwe fabriek. Deze fabriek in Groningen gaat op den duur Sustainable Aviation Fuel (SAF) produceren, waarvoor de Nederlandse luchtvaartmaatschappij grote toezeggingen heeft gedaan. Met de nieuwe fabriek wordt de alternatieve brandstof vele malen betaalbaarder en beter leverbaar.
KLM stond in 2009 aan de wieg van SkyNRG en is daarom al sinds het begin nauw betrokken bij de ontwikkeling van de SAF-markt. Naar verwachting komen de eerste volumes vanaf 2028 op de markt. Daarbij is KLM een belangrijke afnemer. De airline heeft zich namelijk gecommitteerd aan een afname van minimaal 75.000 ton SAF per jaar. Dat komt neer op 75 procent van de productie van de fabriek.
Volgens KLM vormt de bouw van deze fabriek een ‘belangrijke mijlpaal’ voor het bedrijf. De airline benadrukt al jaren te investeren ‘in schoner, stiller en zuiniger’ vliegen. Behalve moderne vliegtuigen, die schoner én stiller zijn, is SAF een belangrijke manier om schoner te vliegen. Vooral het productieproces van de alternatieve brandstuf ‘brengt minimaal 65% tot meer dan 90% minder Co2 met zich mee dan reguliere kerosine’, aldus KLM.
Politieke wil
Niet alleen KLM, maar ook de politiek wil graag dat er meer geïnvesteerd wordt in de duurzame brandstofvoorziening. Momenteel is SAF tot wel vier keer duurder dan gewone kerosine, maar dat heeft vooral te maken met de lage beschikbaarheid. Volgens KLM helpt opschalen van de productie met lagere prijzen, wat de inzet van de alternatieve kerosine ondersteunt.
In het coalitieakkoord dat D66, VVD en CDA sloten, staat onder meer dat het kabinet zich inzet op het breder beschikbaar maken van SAF en de productie ervan in Nederland op te schalen. Volgens KLM is het belangrijk dat de overheid het opstarten hiervan ondersteunt. De airline verwijst daarbij onder meer naar een toonaangevend rapport, geschreven door Peter Wennink.


