Om te voorkomen dat Russische luchtvaartmaatschappijen met gebreken komen te zitten, stopt Rusland met het exporteren van kerosine. Vooral Turkije en landen in Centraal-Azië worden getroffen.
Hoewel Rusland een van ’s werelds grootste oliereserves bezit, kampt het alsnog met tekorten. Nu de Oekraïners steeds slimmere en betere drones weten te bouwen, lukt het hun steeds beter Russische oliehavens en -raffinaderijen te raken. Een olieraffinaderij in Tuapse, aan de Zwarte Zee, spuwde wekenlang ruwe olie na een Oekraïense drone-aanval.
Tegelijkertijd neemt de mondiale vraag naar olie toe vanwege de voortdurende blokkade van de Straat van Hormuz. Om die reden neemt de Russische overheid het heft in eigen handen en besloot zij de export van kerosine te blokkeren. Momenteel zit de olieverwerkingscapaciteit van Rusland zelfs op het laagste niveau in meer dan zestien jaar.
Volgens het staatspersbureau TASS ligt de export van kerosine stil tot en met eind november. Het Kremlin meldt dat het doel van de pauze het waarborgen van ‘een stabiele situatie op de binnenlandse markt’ is.
Getroffen partners
Rusland is een relatief kleine speler op de verwerkte oliemarkt. Het meerendeel van de export is ruwe olie, en Rusland draagt met slechts 30.000 vaten per dag voor minder dan twee procent bij aan de wereldwijde kerosinevoorziening. Ter vergelijking, Nederland produceert gemiddeld tot wel 70.000 vaten per dag aan kerosine.
De grootste afnemers van Russische kerosine zijn Turkije en landen in Centraal-Azië, waaronder Kazachstan en Kirgizstan. Ook grote landen als China en India nemen veel Russische kerosine af, hoewel ze zelf ook over grote productiefaciliteiten beschikken. Vanwege de grootschalige invasie van Oekraïne kunnen deze landen tegen veel lagere prijzen grote hoeveelheden fossiele producten importeren uit Rusland.


