Eerder dit jaar oefenden Nederlandse F-35’s in Amerika en Japan. Twaalf F-35’s oefenden eerst twee weken met de USAF vanaf Hill AFB in Utah. Vervolgen vlogen vijf Nederlandse F-35’s door naar Misawa in Japan, een vlucht van meer dan 10.000 kilometer.
Deze “wereldtournee” van de Nederlandse F-35’s is in het kader van de gecombineerde oefening “Lightning Forge” (vanaf Hill AFB) en “Kazaguruma Guardian” (vanaf Misawa). Kazaguruma is het Japanse woord voor windmolen, de naam betekent vrij vertaald “windmolen beschermer”. Voor de overtocht van Amerika naar Japan werd een tussenstop gemaakt op de Amerikaanse vliegbasis Hickam AFB op Hawaii. De toestellen werden daarbij begeleid door A330 MRTT tankers.
Luitenant-kolonel Pascal “Smiley” Smaal is squadroncommandant van 322 squadron op Leeuwarden. Tijdens de oefening in Japan was hij de detachementscommandant en voor Up in the Sky beantwoordde hij een aantal vragen over Kazaguruma Guardian.
F-35’s naar Japan
Om van Amerika naar Japan te vliegen, waren twee lange overtochten gepland. Als passagier op een lijnvlucht kun je nog de benen strekken of een muziekje luisteren, in een F-35 is dat er niet bij. Lt.kol. Smaal: ‘Verveling ligt op de loer, maar gelukkig kunnen we elkaar via de comms [boordradio, LvdB] vermaken. We moeten natuurlijk ook regelmatig tanken bij de MRTT, dus er wordt ook continu gewerkt aan brandstofberekeningen etc. Daarnaast kan de vliegerarts oppeppende middelen verstrekken, denk aan cafeïne. Ondanks dat het een lange vlucht is, blijft veiligheid altijd voorop staan en moeten we dus wel scherp blijven.’
Dat het op lange vluchten heel precies komt wat betreft brandstof, blijkt ook uit het verhaal van Ralph “Sheik” Aarts. Hij was de detachementscommandant van de MRTT tankvliegtuigen en vertelde hierover in het defensiemagazine Vliegende Hollander: ‘De afstand van Hawaii naar Japan is toch echt wel brandstof-kritisch. Alle kisten waren maximaal afgetankt. Dus opstarten en zo snel mogelijk weg om geen kostbare brandstof te verliezen.’ Dat gaat goed, totdat één F-35 een probleem heeft. Dat wordt snel door het technisch personeel opgelost, maar ondertussen draaien de motoren van de andere toestellen al wel, en die gebruiken brandstof. ‘Dan moet de trail commander een keuze maken: gaan we tóch, of allemaal terug naar het platform om bij te tanken. Dat laatste was de veiligste optie, dus daar koos hij voor.’
Taalbarrière
De oefening in Japan was om meerdere redenen bijzonder. Zo was het voor het eerst dat de Nederlandse luchtmacht in Japan oefende met bondgenoten. Smaal: ‘Voor ons was Japan een nieuwe partner, met wie de Koninklijke Luchtmacht nog nooit samengewerkt heeft. Gelukkig gebruiken we in de luchtvaart allemaal dezelfde standaarden en Japan vliegt ook met de F-35, dus ook daarin spraken we dezelfde taal.’
Hoewel de voertaal in de internationale luchtvaart Engels is, zorgen de verschillende accenten in de uitspraak soms voor problemen. Smaal: ‘In sommige vakgebieden speelde de taalbarrière meer op dan andere, maar er waren voldoende behulpzame ‘tolken’ en apps aanwezig om succesvol samen te kunnen werken.’
Light-versie
Kees van ’t Riet was één van de vliegers op de A330MRTT die opereerde vanaf Misawa. Hij vertelde eerder aan Up in the Sky over de taalbarrière: ‘Door de uitspraak en het accent was hun Engels wat lastiger te verstaan. Dus als iets niet duidelijk was, vroegen we het gewoon nogmaals, net zo lang totdat het wel duidelijk was.’
Over de samenwerking met de Japanners was Smaal zeer te spreken. Voor het oefendeployment naar Japan was gekozen voor een “light-versie” wat betreft personeel en materieel. Zoveel mogelijk werd gebruik gemaakt van ondersteuning door het gastland, alleen de essentiële mensen en middelen kwamen mee. Smaal: ‘Juist omdat we beiden met de F-35 werken, konden we elkaar makkelijk vinden. Denk bijvoorbeeld aan het uitlenen van tools of grondmateriaal om de F-35 te slepen. Dat hebben we voor een groot deel van de Japanse luchtmacht kunnen lenen.’
Zelfverdediging
Naast verschillen in taal en cultuur, is de operationele inzet van de Japanners ook duidelijk anders: ‘Het grote verschil zit hem natuurlijk in dat Japan een “Self-Defence Force” is, zij zijn niet bedreven in offensieve missies zoals SEAD [Suppression of Enemy Air Defence, bestrijding van vijandelijke luchtverdediging – LvdB]. Daarin hebben we veel kennis kunnen uitwisselen en over en weer van elkaar kunnen leren.’
De oefening was niet alleen met de Japanners, maar ook met de Amerikanen. Op Misawa staan meerdere USAF squadrons gestationeerd. Op dit moment zitten die in een overgangsfase tussen F-16C en F-35A. Smaal: ‘Het was bijzonder om dit voor het eerst met Japan te mogen doen, met ook Amerika aan onze zijde, met wie we al een hele langdurige diepe samenwerking hebben. De oefening was trilateraal, dat betekende dat we met Japanse F-35’s, Amerikaanse F-16’s, Amerikaanse F-35’s en een Japanse E-2D radartoestel trainden. We hebben twee weken lang 2 waves per dag gevlogen. Per wave hebben we steeds, omdat we tanker-support hadden, 2 of 3 missies kunnen vliegen. Dat is echt zeer efficiënte en effectieve training, in Nederland is dat geen dagelijkse mogelijkheid om missies met tanker-support te vliegen.’
Trots
‘Ik ben als commandant enorm trots op het personeel, die het voor elkaar heeft gekregen om met maar liefst 5 F-35’s aan de andere kant van de wereld een volledig vliegprogramma te “draaien”. Dat vraagt een enorme mate van inzet. De maintenance heeft lange dagen en weekenden gewerkt om twee keer per dag met vier F’35’s te kunnen vliegen. We hebben daarmee 100 procent inzetbaarheid waargemaakt. Dat laat zien hoe bedreven zij zijn! Ook al het logistieke, operationele en ondersteunend personeel heeft laten zien: “Flexibility is the key to airpower”. Het aanpassingsvermogen van personeel in een land dat geen Europees- of NAVO-land is, heeft deze oefening tot een succes gemaakt.’
De beoogde doelen van de oefening in Japan zijn ruimschoots gehaald: ‘Door te trainen in de Indo-Pacific regio laat Nederland zien dat wij het belang van een stabiele Indo-Pacific regio onderstrepen. Ook wilden de historische band met Japan behouden en versterken. De samenwerking en integratie met een F-35 land waar we niet eerder mee trainden verliep zeer soepel. Hierbij kon maximaal gebruik worden gemaakt van tooling en infrastructuur. Dit levert een kleine footprint op en maakt ons flexibel.’















