De spanningen tussen KLM en brandstofleverancier GOw2 Energy Suriname zijn uitgemond in een rechtszaak. Door een conflict weigerde het bedrijf brandstof te leveren in Suriname, waardoor de luchtvaartmaatschappij noodgedwongen een alternatieve tussenstop moest maken om haar vluchten te kunnen uitvoeren. De kantonrechter grijpt nu in met een voorlopige maatregel: GOw2 moet de levering van brandstof hervatten. Doet het bedrijf dat niet, dan volgt een geldboete voor iedere dag dat het niet voldoet aan het vonnis. Echter bepaalt de kantonrechter ook dat KLM voortaan een hogere prijs moet betalen bij het tanken in Suriname.
GOw2 eist 1,17 miljoen dollar van KLM
De aanleiding is een conflict over een verhoogde concessievergoeding die KLM niet langer wil betalen. Eerder ontving KLM een aanmaning van de brandstofleverancier, waarin het bedrijf KLM sommeerde om ruim 1,17 miljoen Amerikaanse dollar aan achterstallige concessievergoeding te betalen, zo blijkt uit de rechtbankstukken. In diezelfde brief werd aangekondigd dat de brandstoflevering in Suriname per 23 mei 2026 zou worden stopgezet als betaling uitbleef, een dreiging die vervolgens ook daadwerkelijk is uitgevoerd.
KLM reageerde daarop via haar advocaat: ‘Mijn cliënt heeft consistent geprotesteerd tegen de verhoging van de concession fee… zonder dat uw onderneming daar enige wettelijke of contractuele onderbouwing voor heeft gegeven’, zo schrijft de gemachtigde. Daarmee maakt KLM duidelijk dat zij de verhoging niet accepteert zolang de juridische basis daarvan onduidelijk blijft. Volgens KLM is juist dat gebrek aan transparantie al sinds 2019 de reden voor herhaald protest, terwijl het bedrijf wél blijft betalen voor de daadwerkelijk geleverde brandstof. In dezelfde reactie zet KLM extra druk op de situatie door te stellen dat het stilleggen van de levering niet alleen contractueel onjuist is, maar ook de vluchtplanning raakt.
Hogere kosten voor KLM
Het conflict zorgde direct voor operationele uitdagingen op de route Amsterdam–Paramaribo. Door de abrupte stopzetting van de brandstoflevering moest KLM-vlucht KL714 uitwijken naar Cayenne in Frans-Guyana om te kunnen tanken. De vlucht kon daardoor niet rechtstreeks doorvliegen naar Amsterdam, wat leidde tot vertraging op de verbinding tussen Suriname en Nederland. KLM liet weten de situatie van dag tot dag te bekijken en passagiers zo goed mogelijk te informeren over mogelijke gevolgen voor de vluchtuitvoering. In de rechtbank gaf KLM aan extra kosten te moeten maken om de vluchten op deze route operationeel te kunnen houden, wat volgens de airline zorgt voor onzekerheid richting reizigers. De kantonrechter volgt dat betoog en erkent dat de stopzetting van GOw2 directe gevolgen heeft voor de operatie van KLM.
Rechter dwingt naleving af
De kantonrechter stelt KLM uiteindelijk voor een groot deel in het gelijk en bepaalt dat GOw2 de brandstoflevering aan KLM moet hervatten. Tegelijkertijd oordeelt de kantonrechter dat KLM bij iedere tankbeurt de volledige brandstofprijs én de concessievergoeding van 0,30 Amerikaanse dollarcent per gallon moet betalen, terwijl het onderliggende geschil juist draaide om de verhoging van 0,15 Amerikaanse dollarcent per gallon die KLM sinds 2025 weigert te voldoen. In de praktijk betekent dit besluit dat KLM voorlopig meer moet betalen dan het zelf bereid was te accepteren en dus hogere kosten zal maken bij het tanken in Suriname. Om naleving af te dwingen legt de kantonrechter GOw2 bovendien een dwangsom op van 100.000 Surinaamse dollar per dag, met een maximum van 3 miljoen.


