KLM haalde deze week herinneringen op aan de iconische DC-10. Op sociale media blikte de luchtvaartmaatschappij terug op het tijdperk van de karakteristieke driemotorige widebody. ‘Terug naar het tijdperk van de DC-10: toen we langeafstandsvluchten uitvoerden met de kracht van drie motoren’, schreef KLM. Een mooie aanleiding om opnieuw in de geschiedenis van dit bijzondere vliegtuigtype te duiken.
Het tijdperk van de driemotorige reuzen
De McDonnell Douglas DC-10 verscheen begin jaren zeventig op het toneel, in een periode waarin de luchtvaart de overstap maakte naar grotere widebody-vliegtuigen. Waar Boeing de markt opschudde met de 747, koos McDonnell Douglas voor een iets compacter toestel met drie motoren. Dankzij die configuratie kon de DC-10 lange afstanden vliegen, terwijl het toestel tegelijkertijd geschikt bleef voor luchthavens met relatief korte start- en landingsbanen. Het kenmerkende ontwerp, met twee motoren onder de vleugels en een derde motor in de staart, maakte de DC-10 direct herkenbaar. Voor veel luchtvaartliefhebbers groeide het toestel uit tot een van de meest iconische verkeersvliegtuigen van zijn generatie.
Onmisbaar voor KLM
Voor KLM vormde de DC-10 jarenlang een belangrijk onderdeel van de langeafstandsvloot. Het toestel werd ingezet op routes naar Noord-Amerika, Afrika en Azië en bood de maatschappij extra capaciteit in een periode waarin de internationale luchtvaart sterk groeide. Met zijn ruime cabine en grote actieradius hielp de DC-10 KLM bij het verder uitbouwen van haar wereldwijde netwerk. Uiteindelijk nam de luchtvaartmaatschappij tien exemplaren van het type in gebruik. Later maakte de DC-10 binnen de KLM-vloot plaats voor modernere toestellen, waaronder de MD-11, die als directe opvolger van het type werd ontwikkeld.


