Momenteel bevindt Aeroflot zich in een moeilijke positie. De sancties uit het Westen hakken er flink in en vliegtuigen worden schaars. Toch staat de Russische nationale luchtvaartmaatschappij op het punt nieuwe toestellen aan te schaffen.
Voorafgaand aan de Russische grootschalige invasie van Oekraïne in februari 2022, verwelkomde Aeroflot moderne narrow- en widebodies van Airbus. De internationale sancties die volgden na de invasie, leidden vrijwel direct tot grote problemen. Verschillende vliegtuigen werden in Europa aan de ketting gelegd, en Westerse vliegtuigonderdelen kwamen Rusland amper binnen.
Momenteel is de airline volop bezig met kannibalisatie. Daarbij neemt Aeroflot vliegtuigen uit de vloot en ontmantelt deze voor reserveonderdelen die ze kan hergebruiken voor haar nog operationele toestellen. Ook weet Rusland een aantal westerse vliegtuigonderdelen het land binnen te smokkelen, waarbij Aeroflot vaak als eerste in de rij staat.
Russische vliegtuigen
Hoewel Aeroflot betere tijden heeft gekend, zit men in Rusland niet stil. De nationale koepel voor vliegtuigbouwers, United Aircraft Corporation, heeft haar bedrijven volop aan het werk gezet om nieuwe vliegtuigen ‘Made in Russia’ te bouwen. Zo ging Ilyushin aan de slag met de Il-96-400M, Tupolev met de Tu-214 en Yakovlev met de SJ-100 en de MC-21.
Vooral het laatstgenoemde model wekt interesse bij de Russische nationale luchtvaartmaatschappij. Aeroflot plaatste reeds een order voor achttien exemplaren van de MC-21, maar is naar verluidt in gesprek met UAC voor nog eens negentig machines. In de toekomst moet Aeroflot zelfs een deelvloot van tweehonderd toestellen hebben.
Details
Topman Sergey Alexandrovski benadrukte dat de belangrijkste details van de overeenkomst duidelijk zijn, waaronder de leasevoorwaarden en mogelijke koopopties. Volgens Aeroflot is de voorgestelde financiële structuur ook in lijn met haar eigen economisch model, waarmee een belangrijke drempel is weggenomen.
Wel moet Aeroflot nog een poosje geduld hebben. Het toestel is significant zwaarder dan haar voorganger met Westerse motoren, wat aanzienlijke complicaties met zich meebrengt. Om die reden wordt certificatie niet verwacht voor het eind van 2027.


