Wie deze cockpit bij EPST ziet staan, zou bijna denken dat er gevechtspiloten worden opgeleid. Dat is echter niet het geval. De vliegschool gebruikt de nieuwe simulator voor het anders inrichten van de selectie van nieuwe piloten. Een slimme computer moet voortaan nog objectiever bepalen wie over het juiste talent beschikt om piloot te worden. ‘Het gaat niet om moeilijker selecteren, maar om eerlijker selecteren’, vertelt directeur Eric Duijkers aan Up in the Sky.
Objectieve selectie van piloten
Al bijna dertig jaar selecteert EPST toekomstige verkeersvliegers voor Nederlandse en internationale luchtvaartmaatschappijen. Dat gebeurt via een selectieproces dat uit meerdere fases bestaat, waaronder psychologische testen, capaciteitstesten en simulatorbeoordelingen. Juist dat laatste wil EPST nu vernieuwen. Samen met simulatorbouwer AMST is de vliegschool een proef gestart met een geautomatiseerd beoordelingssysteem waarin kunstmatige intelligentie de prestaties van kandidaten analyseert.
De simulator is gebaseerd op de cockpit van een militair trainingsvliegtuig, maar dient uitsluitend als instrument om de competenties van toekomstige verkeersvliegers te meten. ‘Wij willen dichter aansluiten bij de richtlijnen die IATA voorschrijft voor competentiegerichte selectie’, legt Duijkers uit. ‘De computer beoordeelt objectief of iemand beschikt over de vaardigheden die volgens die internationale standaarden belangrijk zijn’, voegt hij toe.
Vooroordelen uit de cockpit halen
Volgens Duijkers is de nieuwe simulator vooral bedoeld om een probleem op te lossen dat iedere menselijke beoordeling kent: onbewuste vooroordelen. Hoe ervaren instructeurs ook zijn, volledige objectiviteit is volgens hem onmogelijk. ‘Ik ga ervan uit dat onze selecteurs uitstekend zijn in hun werk, maar je kunt nooit uitsluiten dat onbewuste persoonlijke bias meespeelt’, zegt hij. ‘Als iemand een slechte dag heeft, kan dat invloed hebben. Een computersysteem beoordeelt iedere kandidaat op exact dezelfde manier.’ Tijdens de vlucht registreert de simulator honderden handelingen en vergelijkt die met internationaal vastgestelde competenties en zogenoemde ICAO Behaviour Markers. Op basis daarvan ontstaat een objectief profiel van de kandidaat.

Niet moeilijker, maar wel anders
Dat de nieuwe selectie voor piloten strenger zou worden, weerspreekt Duijkers direct. Volgens hem verandert niet de lat, maar de manier waarop wordt gemeten. ‘Het is anders, niet moeilijker’, benadrukt hij. Kandidaten vliegen een vooraf vastgesteld vliegpatroon terwijl zij tegelijkertijd verschillende opdrachten uitvoeren. Ze krijgen te maken met afleiding, onverwachte situaties en meerdere informatiestromen die tegelijkertijd aandacht vragen. Daarmee worden onder meer oog-handcoördinatie, het stellen van prioriteiten, het omgaan met werkbelasting en besluitvorming getest. ‘Als je de juiste basisaanleg hebt, dan komt dat vanzelf naar voren’, zegt Duijkers.
Oefenen voor de test
Steeds meer aspirant-piloten proberen zich via commerciële trainingsprogramma’s voor te bereiden op selectietesten. Volgens Duijkers is dat juist onverstandig. ‘Ik adviseer kandidaten altijd om niet specifiek voor de selectie te oefenen’, zegt hij. ‘Als je jezelf traint om een test te halen, betekent dat niet automatisch dat je ook geschikt bent om de opleiding succesvol af te ronden. Uiteindelijk meten wij de fundamentele aanleg van een kandidaat. Die kun je niet uit een boekje leren’, voegt hij toe.

Niet alleen slagen of zakken
De nieuwe simulator moet bovendien meer opleveren dan een simpel ja of nee. Waar kandidaten nu vooral slagen of afvallen, wil EPST straks beter kunnen bepalen waar iemand nog ontwikkelpotentieel heeft. Naast directe toelating of een herkansing van de simulatortest komt er daarom een derde route: een persoonlijk ontwikkeltraject. ‘Soms zien we dat de competenties aanwezig zijn, maar nog onvoldoende ontwikkeld. Dan willen we kandidaten niet meteen afwijzen, maar juist begeleiden om die vaardigheden verder te ontwikkelen’, zegt Duijkers. Alleen wanneer de noodzakelijke basisaanleg ontbreekt, volgt alsnog een afwijzing.
Slechts 18 procent haalt pilotenselectie
De cijfers liegen er niet om. Slechts 18 procent van alle kandidaten doorloopt de volledige selectie met succes. Toch ziet Duijkers dat juist als bewijs dat het systeem werkt. ‘Wij selecteren streng om ervoor te zorgen dat mensen uiteindelijk ook daadwerkelijk hun opleiding afronden. Als iemand eenmaal door onze selectie komt, is de kans vrijwel honderd procent dat hij of zij ook de eindstreep haalt’, zegt hij.
Voorlopig nog een experiment
De nieuwe simulator bevindt zich voorlopig nog in de proeffase. Sinds juli testen instructeurs het systeem. Vanaf augustus gaan ook de eerste kandidaten ermee aan de slag. De resultaten worden naast die van de huidige selectiemethode gelegd om te bepalen welke onderdelen nog moeten worden aangepast. ‘Het is allemaal experimenteel’, benadrukt Duijkers. ‘Juist daarom nemen we de tijd om de software goed te begrijpen en zorgvuldig te valideren voordat dit een vast onderdeel van onze selectie wordt.’ Als de proef slaagt, verwacht EPST de simulator uiteindelijk volledig op te nemen in het selectieproces en daarmee mogelijk een nieuwe standaard te zetten voor de selectie van piloten.


