Hij is werkzaam als senior purser bij KLM. Maar nog voordat Cliff Muskiet zijn carrière als steward bij de blauwe luchtvaartmaatschappij begon, was hij al in het bezit van een KLM-uniform. Inmiddels telt zijn verzameling 1974 verschillende uniformen van 643 luchtvaartmaatschappijen.
Al sinds zijn vijfde jaar is Cliff gefascineerd door de wereld van de luchtvaart. ‘Toen ons vliegtuig na een vlucht van New York naar Amsterdam landde, was ik enorm teleurgesteld dat ik de vlucht grotendeels slapend had doorgebracht’, vertelt Cliff. ‘Vanaf dat moment ging ik vliegtuigen tekenen en vliegtuigplaatjes sparen die ik uit tijdschriften knipte.’
Veel leuker
In de Leidsestraat in Amsterdam waren in die tijd nog heel veel luchtvaartmaatschappijen gehuisvest. ‘Als twaalfjarige stapte ik op de trein om er naartoe te gaan. Dat loonde altijd. Met zakken vol vliegtuigspullen kwam ik keer op keer thuis, zoals timetables, ansichtkaarten en posters. Ik droomde ervan om in die wereld te gaan werken. Piloot worden zat er voor mij niet in. Ik had een bril en dat was in die tijd een no go. Maar werken in de cabine leek me sowieso veel leuker: als je voorin zit ben je toch een beetje afgesloten van de rest van het vliegtuig met al die passagiers, stoelen en plateaus met maaltijden erop. Bovendien heeft het werken met mensen mijn passie.’


Een soort museumpje
Niet om het geld maar omdat hij graag tussen de vliegtuigen was, hielp Cliff in zijn middelbareschooltijd graag met het schoonmaken ervan. ‘Ook dan nam ik wel het een en ander aan spullen mee’, vertelt hij. ‘Mijn slaapkamer werd meer en meer een soort museumpje. Er was geen criterium dat mijn verzameling ervan weerhield om te groeien en dus ook geen criterium dat haar in een bepaalde richting stuurde. Maar toen ik van een kennis van mijn moeder – die als stand-by stewardess bij KLM werkzaam was geweest – mijn eerste uniform kreeg, kwam daar verandering in.’


Vier uniformen
Algauw deed Maria haar intree. ‘Daarvoor klopte ik bij C&A aan’, zegt Cliff. ‘Ik vroeg of ze misschien een etalagepop over hadden. Nee dus. Maar enkele weken later werd ik gebeld en kon ik Maria kopen. Dat deed ik meteen! Ik was er ongelooflijk trots op hoe zij daar in mijn slaapkamer stond mooi te zijn in dat KLM-uniform. Toen ben ik andere airlines gaan aanschrijven. Zowel van Martinair als van Transavia kreeg ik een uitnodiging om langs te komen: zij veranderden van uniform, van allebei kreeg ik een oud exemplaar. Kort daarna volgde British Airways. In vijf jaar tijd had ik vier uniformen waarin Maria de show kon stelen. Tussen 1982 en 1993 heb ik niet veel gedaan om nog meer uniformen te verkrijgen. Daar heb ik nu ontzettend veel spijt van. Dat geldt ook voor het weggooien van de hele verzameling die ik als tiener bij elkaar had verzameld. Als ik nog denk aan die safetycards van de Boeing 707 van Air India, de Lockheed Tristar van British Airways en de DC-8 van Air Bahama: echte collector items nu.’



Een jongensdroom in vervulling
‘In 1986 solliciteerde ik bij KLM naar de functie van steward’, vervolgt Cliff. Het was het jaar waarin de blauwe maatschappij haar eerste Boeing 737-300 in dienst nam, de PH-BDA ‘Willem Barentsz’. Daarmee begon de uitfasering van de McDonnell Douglas DC-9. ‘De eerste drie maanden vloog ik op zowel op die twee machines als op de Airbus A310. Later kwamen daar de Boeing 747-200 en de DC-10 bij. Helemaal geweldig: een jongensdroom die in vervulling ging. Daarna volgden ook de 747-300 en de 767-300. Tijdens een vlucht naar Accra bedacht ik dat ik geen zin had om samen met de meeste van mijn collega’s in het zwembad te gaan zitten. In plaats daarvan regelde ik een taxi terug naar de luchthaven. Daar liet ik mijn KLM-ID zien en zei dat ik op zoek was naar uniformen. Ik werd naar een hangar verwezen, waar ik opnieuw mijn ID liet zien en uitlegde waarvoor ik kwam. Dat had succes. Ik kreeg een heel stel uniformen mee van Ghana Airways. Toen dacht ik: als het zo makkelijk is, moet ik hier wat meer werk van maken.’



Echt voor gek
Terwijl de Boeing 747-200 en -300 plaatsmaakten voor de 747-400, de 767-300 werd vervangen door de Airbus A330-200 en -300 en de DC-10 door de MD-11, groeide Cliff niet alleen in zijn functie door naar purser, ook zijn verzameling uniformen groeide gestaag. ‘Ben ik voor mijn werk bijvoorbeeld in Singapore, dan vlieg ik op mijn vrije dag wel eens door naar Indonesië om gewoon op de bonnefooi op jacht te gaan, dus zonder te weten of ik iets ga vinden. Mensen verklaren me soms echt voor gek. Het werkt niet overal hetzelfde. Soms moet je op de luchthaven zijn, soms in de stad en daar moet je dan achter zien te komen. Dat is best wel een dingetje, vooral als je de taal niet spreekt en die mensen zelf geen Engels spreken. Dan kan het zomaar gebeuren dat je van hot naar her wordt gestuurd, maar dan is het wel heel leuk als het lukt. Soms ben ik met vijf minuten klaar en sta ik buiten met een heel uniform. Maar soms zeggen ze ook dat ik eerst een brief moet sturen. En dan komt er een nee of een ja. In geval van een ja moet ik dus nog een keertje terug. In plaats van met één kwam ik er een keer met vier terug: degene die me hielp, kende ook weer mensen bij een andere airline en met een paar telefoontjes was het geregeld.’



Dat opent veel deuren
Toen er nog geen internet was, moest Cliff het vooral hebben van heel veel brieven schrijven. ‘Van de tien die ik verstuurde, kreeg ik er hooguit op één antwoord. En van de tien antwoorden die ik kreeg, was het negen keer: het kan niet. Maar af en toe kwam er ook zomaar een pakketje binnen met daarin een uniform. Nu is het internet perfect voor mijn hobby. Ik heb een eigen website en een dik portfolio met artikelen in binnen- en buitenland. Dat opent heel veel deuren. Er zijn zelfs maatschappijen die mij benaderen of ik een uniform wil hebben.’



Op hun uiterlijk gecheckt
Een vrouw uit Engeland wist hem ook te vinden. Cliff: ‘Zij had in de jaren 60 voor PanAm gevlogen en wilde haar uniform graag aan mij doneren. In een uitgebreide brief vertelde zij hoe het was om stewardess te zijn en dat zij en haar collega’s zich voor iedere vlucht op de luchthaven moesten melden om te worden gecheckt op hun uiterlijk. Het uniform moest niet alleen netjes zitten, ook moesten zij een korset dragen en een panty van een bepaald merk. Voldeden ze daar niet aan dan werden ze linea recta naar huis gestuurd.’



Geregeld
Bij vluchten naar Teheran verbleef de crew altijd in dezelfde vleugel van hotel. Cliff: ‘Daar konden wij gewoon onszelf zijn. De dames onder ons konden op die plek vrijuit in een T-shirt lopen en hoefden ook geen hoofddoek te dragen. Er was een floormanager aanwezig bij wie wij met al onze vragen terecht konden. Toen we ’s ochtends de deur uit gingen om een toertje te doen, vroeg ik hem of hij misschien iemand kende die bij Iran Air werkte omdat ik uniformen spaar. Ja, hij kende wel iemand. Die avond klopte hij op mijn deur. Hij had een uniform geregeld: een zwarte wijde jas met een zwarte hoofddoek. Het was mijn tweede uniform van de Iraanse luchtvaartmaatschappij. Het eerste had ik gekregen van een Duitse vrouw die nog in de tijd van de sjah voor Iran Air had gevlogen.’


Haast niet te geloven
Vanuit Hongkong maakte Cliff een heen-en-weertje naar Manilla om bij Airphil Express een mogelijke slag te slaan. ‘Een vrouw die mij te woord stond, volgens mij het hoofd cabine, vroeg meteen: “Are you the guy from the website uniformfreak dot com?” Ja, zei ik en meteen erachteraan: dus dan weet u ook waarvoor ik kom.’ Het was meteen kat in het bakkie. Cliff werd zelfs herkend toen hij in Miami in de shoppingmall op een bankje zat. ‘Dat in een stad aan de andere kant van de wereld, een stad met zó veel mensen, iemand je herkent, dat is toch haast niet te geloven en tegelijkertijd superleuk?’

Mijn grootste vijanden
Als er één ding is waaraan Cliff niet moet denken, is dat zijn verzameling wordt bezocht – en aangevreten – door motten of papiervisjes: ‘Mijn grootste vijanden.’ Elk uniform dat hij aan zijn collectie kan toevoegen, wordt compleet met blouse en sjaaltje in een plastic box bewaard, uiteraard pas nadat Maria erin is gefotografeerd. ‘Ik heb zo’n 250 opbergboxen die allemaal zijn genummerd. Aan de hand van een lijst op mijn pc weet ik precies welke uniformen in welke box zitten.’ Hoedjes bewaart hij – ook allemaal in plastic zakken verpakt – in een aparte doos. ‘Ik ben gek op hoedjes’, zegt Cliff met een lach. ‘In mijn kindertijd hadden stewardessen een hoedje op, daar associeer ik het nog mee. Een beetje nostalgie.’


Nog steeds op zoek
Niet elk uniform dat Cliff krijgt toegespeeld is compleet. ‘Het is een ware uitdaging om een ontbrekend item te vinden. Soms lukt dat, soms niet. Bij een uniform van ANA All Nippon Airways uit de jaren negentig ontbrak het hoedje. ‘Een paar jaar later kreeg ik zomaar een mailtje van een Japanse vrouw die in België woonde en voor All Nippon had gevlogen. Zij had het hoedje nog en bood het me aan. Dan ben ik echt als een kind zo blij.’ De enthousiaste verzamelaar is nog steeds op zoek naar het jasje en de rok van het KLM-uniform uit eind jaren zestig. Vanaf begin jaren zeventig telt zijn verzameling alle uniformen van de blauwe maatschappij, naast een winter- en een tropenuniform uit de jaren vijftig. Van Martinair en Transavia ontbreekt alles van voor de jaren zeventig nog. Ook van United Airlines en Air France heeft Cliff vele exemplaren in zijn bezit. Van Air France ook de lange kleurrijke jurken die naar Tahiti worden gedragen.


Niet allemaal mooi
Door de hele collectie heen zie je hoe het modebeeld door de jaren heen verandert. In de jaren vijftig was het vooral militaristisch, conservatief. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig was het de tijd van de flower power, met veel kleur. Cliff: ‘Alles kon: geel, oranje, rood, bloemen, strepen, stippels – noem het maar op. Grote puntkragen waren ook helemaal hot, evenals korte rokjes en hotpants. In de jaren tachtig kwamen de brede schouders en de lange rokken.’ Hoe meer kleur, hoe leuker Cliff het vindt. ‘Maar zolang het een stewardessenuniform is, is het welkom’, voegt hij er snel aan toe. ‘Nee, ik vind ze zeker niet allemaal mooi. Toen easyJet net was begonnen, liep de cabin crew rond in een oranje polo of sweater en een zwarte spijkerbroek – daar was niets bijzonders aan. Bij Southwest zijn er ook setjes in een dergelijke vorm. Daar ben ik geen voorstander van.’ Met een big smile vervolgt hij: ‘Net zomin als van die sneakers. Dat is toch geen gezicht met die witte zool? Onder een rokje hoort sowieso een pump.’

Vanwege succes verlengd
Eind 2017 haalde Cliff voor een expo in de Kunsthal 155 uniformen uit de verpakking. ‘De expositie zou drie maanden duren, maar werd vanwege het succes met nog eens een maand verlengd’, zegt hij niet zonder trots. ‘Ik was helemaal vrij met mijn keuze wat ik wilde laten zien. Ik heb gekeken naar verschillende landen en verschillende kleuren, dus niet alles donkerblauw. Mijn vriend kwam nog op het idee om er een gastenboek neer te leggen. Dat werden er uiteindelijk vier!’


Een modeshow
Toen KLM in 2019 honderd jaar bestond kreeg Cliff de vraag of er van hem uniformen konden worden geleend. ‘Voor iets hier in Nederland’, zegt hij. ‘In plaats daarvan lanceerde ik het idee om een modeshow te doen tijdens een KLM-vlucht naar New York. Mijn werkgever was meteen enthousiast. Er zijn collega’s bij elkaar gezocht die op de vlucht werkten en in de beschikbare maten pasten. Direct na de service hebben zij zich omgekleed en een modeshow gedaan – onwijs leuk. Ook de passagiers konden het waarderen, want er werd volop geklapt. En toen ik later het filmpje ervan zag, dacht ik: wow!’
Zonde
Inmiddels is Cliff senior purser en vliegt hij op de Boeing 787-9 en -10, de Boeing 777-200 en -300, de Airbus A330-200 en -300 en straks de Airbus A350. Met het stijgen der jaren vraagt hij zich soms af wat er met al zijn uniformen moet gebeuren als hij er zelf niet meer is. ‘Tegen mijn vriend heb ik gezegd dat ze in geen geval weggegooid mogen worden. Zo’n verzameling krijg je nooit meer bij elkaar. Er zitten heel bijzondere items bij. Bijvoorbeeld de Bubble Bonnet, een plastic spacehelm die de stewardessen van Braniff International konden opzetten om hun kapsel te beschermen tegen wind en regen wanneer ze over het vliegveld liepen – die is best veel waard.’ Met een zucht vervolgt hij: ‘Ik ben al zó lang bezig met deze verzameling, het heeft zó veel tijd en geld gekost; het is toch zonde om die uit elkaar te laten vallen?’

Constant opruimen
Cliff realiseert zich maar al te goed dat er veel opslagruimte voor nodig is om zijn verzameling compleet te houden. Met een brede lach vervolgt hij: ‘Mensen denken soms echt dat ik hier midden tussen de dozen zit, maar dat is absoluut niet zo.’ Een blik in de huiskamer bevestigt het. In een zijkamertje staat Maria, gekleed in het laatst binnengekomen uniform. Ze is omringd door plastic opbergboxen. In de rest van de woning staan overal kasten, vol… opbergboxen. ‘Ik ruim constant op’, zegt Cliff. ‘En ja, dan doe ik soms iets weg waar ik later weer spijt van heb, zoals een complete serie KLM-huisjes, waarvan ik de laatste groot en grof vind – met uitzondering van huisje 106, maar dat is dan weer te klein. Inmiddels heb ik er weer een heel aantal bij elkaar gespaard, die staan op het toilet.’

Zo ver is het gelukkig nog niet
Van vliegtuigschaalmodellen ontbreekt ieder spoor. Cliff: ‘Ik heb er slechts één: een KLM-McDonnell Douglas DC-8-63 met een blauw dak van Inflight, schaal 1:200. Die zit ook gewoon in een doos, dan blijft hij mooi. Af en toe haal ik hem eruit en kijk ik er even naar. Ik heb ook ooit een model van een Boeing 747, maar die was veel te groot, zeker op mijn studentenkamer van destijds. En ook nog een 737 – ook weg.’ Na een kleine stilte constateert hij: ‘Misschien moet ik toch een keer verhuizen. Maar zo ver is het gelukkig nog niet. Ik hoop nog eens een boek te maken over mijn collectie. Of die droom die uitkomt? Wie weet!’

