Transavia krijgt een nieuwe overkoepelende topman in Parijs. Oltion Carkaxhija moet de Nederlandse en Franse vakantievlieger dichter bij elkaar brengen, terwijl beide maatschappijen voorlopig hun eigen directie, operatie en vlieglicentie behouden. Achter de organisatorische wijziging schuilt echter een grotere vraag: hoeveel ruimte blijft er voor Transavia Nederland nu de financiële druk oploopt en de toekomst van Schiphol steeds onzekerder wordt?
Eén topman voor twee Transavia’s
Met de benoeming van Oltion Carkaxhija krijgt Transavia een nieuwe laag in de aansturing. De Nederlandse tak blijft onder leiding van Paul Terstegge staan, terwijl Olivier Mazzucchelli verantwoordelijk blijft voor Transavia Frankrijk. Carkaxhija wordt daarmee het overkoepelende aanspreekpunt binnen Air France-KLM. Volgens de luchtvaartgroep is geen sprake van een formele fusie of een wijziging in de zeggenschap over beide maatschappijen. De nieuwe structuur moet vooral zorgen voor een efficiëntere organisatie, meer synergie en een betere onderlinge samenwerking. De stap past binnen een bredere ontwikkeling waarbij Air France-KLM de centrale regie over de verschillende luchtvaartmaatschappijen verder versterkt. Transavia Nederland en Transavia Frankrijk blijven voorlopig afzonderlijke maatschappijen, maar zullen hun activiteiten nadrukkelijker op elkaar moeten afstemmen.
Financiële druk
De organisatorische wijziging komt op een moment dat Transavia financieel zwaar onder druk staat. Uit de halfjaarresultaten van Air France-KLM blijkt dat de twee Transavia’s gezamenlijk een aanzienlijk verlies vormen binnen de luchtvaartgroep. Op de gewone bedrijfsvoering werd volgens de aangeleverde cijfers 28 miljoen euro toegelegd, terwijl de divisie voor belastingen een verlies van 311 miljoen euro rapporteerde. Ter vergelijking: Air France en KLM kwamen samen uit op een winst voor belastingen van 543 miljoen euro. Hogere brandstofkosten spelen daarbij een rol, maar ook de bezettingsgraad staat onder druk.
Fusie voorlopig van tafel
Een volledige fusie is voorlopig niet aan de orde, maar het idee speelt al langer binnen de top van Transavia. Toenmalig Transavia-topman Marcel de Nooijer zei eerder dat een fusie tussen de Nederlandse en Franse tak op termijn logisch zou kunnen zijn. De huidige constructie kan worden gezien als een tussenstap: Air France-KLM brengt de aansturing van beide maatschappijen verder bij elkaar, zonder de twee bedrijven juridisch samen te voegen. Daarmee wordt eerst geprobeerd de voordelen van een gezamenlijke strategie en efficiëntere organisatie te benutten. Of dat uiteindelijk uitmondt in één Transavia-organisatie, zal afhangen van de resultaten van deze nieuwe aanpak.

