Schiphol bestaat vandaag precies 110 jaar. Op 19 september 1916 landde het eerste militaire vliegtuig op een stuk grond bij het voormalige Fort Schiphol in de Haarlemmermeer. Wat begon als een militair vliegveld van twaalf hectare groeide in ruim een eeuw uit tot de internationale luchthaven die een belangrijke rol speelt in de Nederlandse luchtvaart en economie.
In die 110 jaar veranderde Schiphol meerdere keren volledig van gezicht, van een drassig weiland waar vliegtuigen uit de modder moesten worden getrokken tot een luchthaven die Nederland met bestemmingen over de hele wereld verbindt.
Militair vliegveld
De oorsprong van Schiphol ligt in het voorjaar van 1916, toen kolonel Henk Walaardt Sacré namens de Luchtvaartafdeeling op zoek ging naar een geschikte locatie voor een nieuw militair vliegveld. Hij kwam uit bij een stuk land van boer Knibbe, naast Fort Schiphol. Voor iets meer dan 55.000 gulden werd twaalf hectare grond aangekocht. Op 19 september van dat jaar landde het eerste militaire vliegtuig op het terrein, dat op dat moment niet meer was dan een veld met vier houten hangars. Omdat het vliegveld pas kort voor het einde van de Eerste Wereldoorlog volledig operationeel werd, speelde het geen grote rol in de oorlog. Al snel bleek echter dat de locatie ook geschikt was voor de burgerluchtvaart. Op 17 mei 1920 landde het eerste passagiersvliegtuig op Schiphol en in 1923 vertrok het militaire personeel definitief. Daarmee begon de ontwikkeling van Schiphol als burgerluchthaven.
Internationale luchthaven
De eerste jaren waren bepaald niet comfortabel voor reizigers of luchtvaartmaatschappijen. Schiphol lag in de voormalige Haarlemmermeer en bevond zich meerdere meters onder zeeniveau. Bij slecht weer veranderde het terrein regelmatig in een modderpoel, waardoor vliegtuigen soms uit de modder moesten worden getrokken. Niet voor niets kreeg de luchthaven bijnamen als ‘Swamp Schiphol’ en ‘Schiphol Mudport’. Ook de bereikbaarheid liet veel te wensen over: reizigers waren aangewezen op smalle landwegen en tolbruggen.
Luchthavenmanager Jan Dellaert zag echter al vroeg dat de luchtvaart een grote toekomst tegemoetging. Hij liet drainage aanleggen en zette in op een grondige modernisering van de luchthaven. Nadat de gemeente Amsterdam in 1926 eigenaar werd, volgden in aanloop naar de Olympische Spelen van 1928 onder meer een terminalgebouw, verkeerstoren, betonnen platform en betere toegangsweg. Daarmee werd de basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van Schiphol als internationale luchthaven.
Schiphol kijkt vooruit
Ook na 110 jaar is de ontwikkeling van de luchthaven niet voorbij. In 2025 presenteerde Schiphol een nieuw strategisch plan en kondigde de luchthaven ongeveer tien miljard euro aan investeringen aan. Tegelijkertijd kreeg Schiphol een nieuwe huisstijl en een nieuw logo. De luchthaven zegt daarmee verder te willen bouwen aan de rol die Schiphol volgens de organisatie al meer dan een eeuw vervult: Nederland verbinden met de rest van de wereld, mensen, goederen en ideeën in beweging brengen en zo vanuit een klein land een grote impact maken.

