Meerdere vliegers die nu grote jets besturen, haalden er hun vliegbrevet. Deze maand vierde de Rotterdamsche Aero Club (RAC) haar 100-jarige bestaan. Albert Plesman en Antony Fokker waren destijds bij de oprichting betrokken en in 1933 was Charles Lindbergh er te gast. Een eeuw later draait het bij de RAC nog altijd om leren vliegen. Maar ook om de vraag hoe de luchtvaart er de komende honderd jaar uit moet zien.
Honderd jaar RAC is niet alleen een verhaal over vliegtuigen. Het is ook een verhaal over mensen die wilden weten wat er achter de horizon lag. Een van die mensen was Cor Kolff. Zelf vloog hij niet, maar organisatorisch speelde hij vanaf 1926 een belangrijke rol in de ontwikkeling en promotie van de Nederlandse luchtvaart. Zijn achterneef Wouter Kolff, commissaris van de Koning in Zuid-Holland, was dan ook een toepasselijke gast tijdens het jubileumfeest. Hij onthulde de twee maquettes met daarop Cor Kollf, een van de oprichters, en luchtvaartpionier Willem van Graft.

Een voorzitter die niet kwam opdagen
‘Ook ik draag de luchthaven en de luchtvaart een warm hart toe’, vertelde Kolff. ‘Mijn aanwezigheid heeft dus niet alleen bestuurlijke betekenis.’ Dat diens oudoom in 1927 voorzitter van de RAC werd, was overigens minder gepland dan het achteraf klinkt. De beoogde voorzitter kwam niet opdagen. Zo rolde Kolffs oudoom Cor Kolff als vanzelf in deze functie. ‘Wij noemden hem Cor Vlieg’, aldus zijn achterneef.
Vliegen voor 800 gulden
De RAC begon op Waalhaven, dat in 1920 was geopend als het eerste vliegveld voor de burgerluchtvaart. Elf leerlingen meldden zich aan. Voor hen waren twee Pander EC’s beschikbaar, voorzien van een 60 pk-motor. De maximale snelheid lag rond de 114 kilometer per uur. Wie wilde leren vliegen, moest twintig uur opleiding volgen. Kosten: 800 gulden.
Ook waren er al snel enkele vrouwen die het luchtruim wilden kiezen. Onder hen bevond zich mevrouw Pot. Volgens de overlevering vond zij het belangrijker om er goed uit te zien dan om goed te vliegen. Of dat helemaal eerlijk is tegenover mevrouw Pot, is honderd jaar later niet meer vast te stellen. Beppie Versluys schreef in ieder geval geschiedenis: zij werd de eerste vrouw die bij de RAC haar vliegbrevet behaalde.
Meer dan een vliegclub
Opleiding is daarmee al vanaf het begin een belangrijk onderdeel van de RAC. Volgens Marc Litjens, de gastheer voor Up in the Sky, stond de club ook aan de wieg van de Nationale Luchtvaartschool, de NLS. De oud-KLM-vlieger maakte zelf zijn vliegende start bij de Koninklijke Luchtmacht. Met ingang van 1 januari 2027 gaat hij bij de RAC zowel de functie vervullen van Flight Safety Manager als instructeur.
De Pander EC’s zijn inmiddels vervangen door moderne Diamond DA40’s. De ambitie is echter dezelfde gebleven: mensen leren vliegen. ‘Het voortbestaan van de RAC lijkt binnen het grote debat over infrastructuur, milieu en duurzaamheid misschien een klein element’, aldus Litjens. ‘Toch laat juist zo’n club zien waartoe Nederland in staat is wanneer overheid, ondernemerschap, opleiding, techniek en betrokken burgers elkaar weten te vinden.’ Volgens hem is de RAC daarom meer dan een vliegclub. ‘Zij is een tastbaar bewijs van Rotterdamse handelsgeest, wilskracht en samenwerking over generaties heen.’
Dat verbindende karakter werd ook door Wouter Kolff aangehaald. De commissaris van de Koning wees op de rol die de club speelt tussen onderwijs, arbeidsmarkt en innovatie. Een plek waar mensen elkaar ontmoeten, kennis delen en de liefde voor luchtvaart doorgeven. Het is misschien een minder spectaculaire kant van vliegen dan een opstijgende jet, maar wel een die honderd jaar later nog altijd bestaat en nog altijd van belang is om ooit in de cockpit van een Airbus, Boeing of Embraer te belanden.
Van Waalhaven naar de vliegende auto
Op het jubileum werd niet alleen teruggekeken. Er werd ook vooruitgekeken. ‘Nederland verdient niet alleen een luchtvaartgeschiedenis om trots op te zijn’, aldus Litjens. ‘Nederland verdient een luchtvaarttoekomst die ons hoop geeft.’
Denise Eikelenboom, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL), haalde een ingezonden brief aan van ene Henk uit Zwolle. De schrijver pleitte lang geleden al voor meer samenwerking binnen de Nederlandse luchtvaart. Die woorden blijken een eeuw later nog altijd bruikbaar. Nu de luchtvaart voortdurend onderwerp is van discussie, stelde Eikelenboom dat de sector de handen ineen zal moeten blijven slaan.
Buiten stond ondertussen een opmerkelijk stukje toekomst geparkeerd: een PAL-V. De vliegende auto moet na jaren ontwikkeling uiteindelijk daadwerkelijk de lucht in kunnen. Marco van den Bosch, Chief Commercial Officer van PAL-V, wees op de problemen die het huidige wegverkeer oplevert. Files, moeilijk bereikbare gebieden en de groeiende behoefte aan mobiliteit zouden volgens hem aanleiding genoeg zijn om letterlijk een verdieping hoger te kijken.
In slechts drie minuten tijd verandert de PAL-V van auto in vliegtuig. Het is een nogal andere oplossing voor mobiliteit dan de Pander EC waarmee de RAC honderd jaar geleden begon. Maar juist daardoor paste het voertuig goed bij het jubileum. Wie op Waalhaven een eeuw geleden in een toestel van 60 pk stapte, had waarschijnlijk niet kunnen bedenken hoe de luchtvaart er honderd jaar later uit zou zien. Misschien is dat wel de mooiste traditie van de RAC: honderd jaar na de eerste vliegles nog altijd nieuwsgierig zijn naar wat er boven de horizon ligt.










