Rusland werkt al enkele jaren aan het opzetten van de eigen luchtvaartindustrie. Dit blijkt toch een stuk complexer en duurder dan oorspronkelijk werd verwacht. Daardoor lijken reizigers binnenkort ook via deze weg de rekening van de Groot-Russische ambities van president Poetin gepresenteerd te krijgen.
Een eigen industrie
Na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne reageerden westerse landen subiet met sanctiemaatregelen om het Kremlin te treffen. Onder meer het verkrijgen van onderdelen voor westerse vliegtuigen werd lastig gemaakt en het aankopen van nieuwe vliegtuigen voor Airbussen of Boeings praktisch onmogelijk. In Rusland volgde al snel de keuze om de eigen industrie aan te jagen.
De ontwikkeling duurt voort
Inmiddels is het ruim vier en een half jaar later en beginnen de eerste contouren van die industrie zichtbaar te worden. Momenteel is de Il-114-300 van Ilyushin het verst gevorderd. Deze kleine turboprop, ideaal voor de onherbergzame gebieden van Rusland, verkreeg recentelijk certificatie voor vluchten in bepaalde omstandigheden. Een ge-Russificeerde SJ-100 of MC-21 wordt pas in de tweede helft van 2027 verwacht.
In de tussentijd lopen de kosten ook op. Zo is de Yakovlev MC-21, een vergelijkbaar toestel met de Airbus A320 of de Boeing 737, inmiddels twee keer zo duur als aanvankelijk gepland. In 2023 berekende de staatsleasemaatschappij GTLK nog slechts 4,3 tot 4,6 miljard roebel (ongeveer 50 miljoen euro), terwijl de Kremlinvriendelijke, economische georiënteerde krant Kommersant de productiekosten schat op 8,9 tot 11 miljard roebel (ongeveer 100 tot 120 miljoen euro).
Passagiers zijn de dupe
Van die gestegen kosten lijken nu vooral passagiers in Rusland de dupe te worden. Volgens dezelfde krant overwegen het Russische ministerie van Verkeer, het ministerie van Industrie en Handel en het staatsbedrijf Rostec een vast tarief per passagier te rekenen. Dat geld is bedoeld om het leasen en de exploitatie van in Rusland gebouwde vliegtuigen te subsidiëren.
Het is nog niet bekend wat de hoogte van die vergoeding precies zou moeten zijn. Volgens de eerste geruchten gaat het om vijfhonderd roebel (ruim vijf euro) voor een binnenlandse vlucht en tot wel duizend roebel (ongeveer elf euro) voor internationale reizen. Andere bronnen spreken zelfs over respectievelijk zevenhonderd en tweeduizend roebel. Het zou de overheid in ieder geval miljarden opleveren.

