Op het vliegveld Zaventem, was de beurs Pilot Expo Brussel voor twee dagen het episch centrum waar aspirant-piloten, vliegscholen, airlines en aanverwante bedrijven onder één dak samenkwamen, allemaal op zoek naar of connecties, of informatie, personeel of handel.
Donderdagmiddag 19 februari togen de twee representanten van Dutch Aviation Trainers, waarvan ik er een was, naar Brussel om daar aan te komen met twee uur vertraging. Vliegen was sneller geweest maar dan hadden we onze reclamespullen voor de stand niet kunnen meenemen. Het moderne Skyhall-expositiecenter zit aan de terminal vast. Bezoekers konden invliegen, eventueel inchecken in het Sheraton tegenover de Skyhall, de beurs bezoeken en weer wegvliegen zonder de luchthaven te verlaten.
Vrijdag om tien uur waren wij in onze stand klaar voor actie en stond er buiten een rij die strekte om de hoek tot de ingang van de vertrekhal. Dat beloofde wat. Collega Jan Feenstra bewaakte het fort terwijl ik op zoek ging naar airline operators om contacten te leggen en hopelijk te interesseren voor trainen bij DAT. De hal was voor een goed deel gevuld met stands van vliegscholen uit heel Europa. Met uitzondering van de Scandinavische landen en Nederland, die schitterden door afwezigheid. Wat mij na een kwartiertje rondlopen wel duidelijk was, is dat dit the place to be is als je je op de kaart wilt zetten als vliegschool. DAT was het enige bedrijf op deze trade show dat de Nederlandse eer hoog hield.

Tientallen Nederlandse aspirant-vliegers bezochten onze stand, blij dat ze tussen al die exotische keuzes gewoon een bedrijf uit de polder tegenkwamen. Onbekend met het begrip ATO zagen de bezoekers ons allemaal aan voor een vliegschool. Dat is DAT wel, in zekere zin, maar dan voor de fase na de vliegschool, waar je gaat leren een bepaald type jet te vliegen, kan leren wat CRM inhoudt, of kan worden opgeleid tot Type Rating Instructor.
Dat vergde vaak uitleg en niet zelden vroegen de jonge gastjes hoe ze de uitdaging vlieger worden, moesten aanlopen. Ik denk dat ik de eigenaren van de vliegscholen in ons land mijn rekeningnummer maar stuur voor een eindejaarsbonus want ik heb ze allemaal al eens genoemd in mijn artikel Execute Flight Plan hier bij Up, en nu dus weer. Waren de bezoekers nog heel jong dan was mijn advies steevast: begin met zweefvliegen!
Toch, al waren dit niet gelijk de klanten die wij voor ogen hadden, was het leuk die jonge, enthousiaste mensen te motiveren en te vertellen over het mooie vak van verkeersvlieger. Je weet uiteindelijk nooit hoe het uitpakt maar als ze ervoor gaan is de kans groot dat wij sommigen van hen weer zullen zien in de toekomst na de initiële vliegopleiding.

Wat te kiezen op Pilot Expo Brussel
Een paar grote Europese prijsvechters hadden een stand, op zoek naar piloten, en zo ook de Middle East Carriers waarbij Riyadh Air opviel als nieuwe ster aan het firmament. De groeiplannen voor de gloednieuwe airline zijn mind boggling. Evenals de salarissen die ze bieden teneinde mensen te verleiden naar de woestijn te verhuizen. De woestijn van Dubai is een heel andere dan die van het Saudi-koninkrijk. Geef mij dan de eerste maar. Met die megasalarissen probeert de Saudi start-up vliegers te lokken die veelal uit aanpalende Emiraten komen of uit het Indiase subcontinent, waarmee ze een waterbedeffect creëren dat gaat eindigen in een loonspiraal.
Verder waren er stands met bedrijfjes die soft- en hardware verkochten voor sportvliegers, simulatorbouwers en simulatorverhuurbedrijven. Het was een leuke mix van mensen uit alle hoeken van Europa. Ik kon zelfs mijn spaarzame Turks nog even afstoffen in de stands van Corendon en SunExpress.
Een airline-chefvlieger die ik op dag een pingde om contact te leggen in verband met hun toekomstplannen, ontmoette ik later toen we met onze spullen richting de auto liepen, bij het sluiten van de beurs. Nog even kletsen en vervolgens gooide hij een lijntje uit bij mij, mochten we nog Boeing 777-instructeurs zoeken, awel, dan was hij wel geïnteresseerd.
Dat is het mooie van zo’n beurs, contacten kunnen maar zo twee kanten oplopen. De ene hand wast de andere, dat moet je koesteren, want als een ding weer eens duidelijk werd gedurende deze twee drukke dagen, dan is het dat de wereld van de vliegenier heel klein is. Als je er vijftig kent, lopen de connecties via ‘haarvaten’ de hele wereld over. En komt het allemaal weer bijeen in een hal zo groot als een voetbalveld.


Uddel
MBO