Naast de bekende traumahelikopter experimenteert de ANWB met medisch transport per drone. Dit lijkt een innovatieve oplossing voor een urgent probleem, hoewel de regelgeving nog achterloopt.
Medische drones
Sinds september vorig jaar voert de ANWB proefvluchten uit met medische drones tussen Meppel en Zwolle. De drones vervoeren medicijnen, bloed en andere kritieke medische goederen. Ze vliegen volledig automatisch met een snelheid van ongeveer honderd kilometer per uur. Het doel is om ziekenhuizen sneller te verbinden en het transport van medische materialen efficiënter te maken. De drones kunnen met een enkele vlucht in vijftien minuten de goederen van het ene naar het andere ziekenhuis brengen. Dat verkleint het risico dat bijvoorbeeld bloedmonsters bederven tijdens het transport.
Regelgeving
Ondanks een inzet van 86 procent stuiten de drones regelmatig op beperkingen. Zo mogen ze alleen onder goed zicht vliegen volgens de VFR-regels. Dat betekent dat ze, ondanks hun automatische systemen en uitgebreide veiligheidsmaatregelen, niet kunnen opstijgen wanneer het technisch gezien wel veilig zou zijn. ‘Toen we in Zwitserland vlogen zeiden ze dat het juist tijdens de mist het veiligste moment is om te vliegen, want er is bijna niemand in de lucht. Maar zolang we hier onder VFR-regels vallen, mogen we dat niet’ zegt Woensdregt. De ANWB pleit voor een verplichting van elektronische zichtbaarheid in het lage luchtruim, zoals Zwitserland ook voor ogen heeft met het project ‘Future Aviation Surveillance‘.
Zwitserse beperkingen
Op dit moment vormt de harde wind de grootste belemmering. Deze transportdrones mogen niet vliegen boven de huidige grens van ongeveer 23 knopen, omgerekend zo’n 43 kilometer per uur. Hoewel de Zwitserse drone technisch hogere windsnelheden aankan, wordt die marge niet benut. Dat komt door regelgeving in dat land. Als het toestel formeel gecertificeerd zou worden voor zwaardere omstandigheden valt het in een categorie waarbij de technologie ook voor defensie beschikbaar moet zijn. Een stap die de fabrikant bewust niet wil zetten, waardoor drones soms aan de grond blijven terwijl ze veilig zouden kunnen vliegen.
Risico’s indekken
De ANWB ziet het project echter als een cruciale stap in de toekomst van medische luchtzorg. De drones volgen een goedgekeurde route, met automatische veiligheidslagen. Bij dreigend gevaar kan de drone stilhangen, uitwijken naar een alternatieve landingsplek of in uiterste nood een parachute activeren. De route tussen Meppel en Zwolle is bewust zo gekozen dat de drone vooral over onbewoond gebied vliegt, waardoor het risico op schade op de grond minimaal blijft. Lokale medewerkers zijn bijna overbodig. Alleen in Meppel staat voorlopig iemand voor batterijwissel, terwijl ziekenhuispersoneel wordt opgeleid om dit zelf te doen. In Zwolle is dat inmiddels volledig geautomatiseerd.

Luchtruim gesloten
De route tussen Meppel en Zwolle is goedgekeurd via het SORA-kader voor specifieke droneoperaties. Tegelijkertijd gelden de bredere Europese luchtruimregels onder SERA. De proef moet data opleveren om de stap naar structurele integratie mogelijk te maken. Voor het testjaar is het luchtruim tot vijfhonderd voet afgesloten voor regulier verkeer. Politie, defensie, traumahelikopter en hulpdiensten mogen er wel opereren. Daarnaast zijn er werkafspraken met onder meer ballonvaarders en lokale drone-operators. Het afsluiten van luchtruim wordt nadrukkelijk gezien als tijdelijke maatregel. ‘Onze grootste conclusie was dat luchtruim afsluiten niet schaalbaar is als je straks honderd ziekenhuizen wilt verbinden’, aldus Woensdregt.


Verschillend
VWO