Luchtvaartmaatschappijen moeten passagiers ook een schadevergoeding betalen bij vertraging door onverwachte technische problemen. Dit oordeelde het Europese hof van Justitie vorige week in een zaak die werd aangespannen tegen KLM.
De vlucht in kwestie werd in 2009 uitgevoerd van Guayaquil naar Amsterdam en liep door een technisch mankement een vertraging op van 29 uur. Een passagier spande een rechtszaak aan tegen KLM nadat de maatschappij weigerde een schadevergoeding te betalen.
Buitengewone omstandigheden
Om het defect aan het toestel te verhelpen, moesten twee onderdelen naar Ecuador worden overgevlogen vanuit Amsterdam. Volgens KLM waren dit buitengewone omstandigheden en hoefde er daarom geen schadevergoeding betaald te worden. Volgens Europese regels moet een maatschappij bij een vertraging van meer dan drie uur een schadevergoeding uitkeren tussen 250 en 600 euro.
Volgens het Europese Hof van Justitie hoeven luchtvaartmaatschappijen passagiers niet te compenseren bij fabricagefouten, sabotage en terrorisme. Dit beoordeelde het Hof als overmacht. In dit specifieke geval was daar geen sprake van, waardoor KLM toch moet betalen.


Verschillend
VWO